Friday, 5 September 2003

De niet-zo-super supermacht; Een slecht idee breidt zich uit


“Ja” betekent ja en “nee” betekent misschien. Zo is het tenminste voor Europa’s nieuwe leiders, wat ironisch is, want het weldenkende deel van het continent zou gruwen als ze dit argument voor manipulatie en intimidatie in andere omstandigheden zouden horen. Maar als het alleen de democratie betreft die genaaid wordt vinden ze het prima.

Dat brengt ons bij het Ierse referendum over het verdrag van Nice afgelopen maand. Waarom zouden Amerikanen zich hier druk over moeten maken? De voorstanders, waaronder Amerikaanse kranten die beter hadden moeten weten, leken te denken dat het in het verdrag alleen ging om het toelaten van tien voormalige communistische landen tot de Europese Unie. Dit werd als een triomf gezien; recentelijk bevrijde naties die opgenomen werden in een democratisch vrijhandelsblok.

De waarheid is anders. In werkelijkheid is de Europese Unie het punt gepasseerd waar de opbouw van een anti-democratische, anti-Amerikaanse en anti-vrijhandelssuperstaat niet langer een moeizame klim is, maar een galopperen naar beneden.

Sinds Ierland er in 1973 bij kwam heeft de EU al drie keer eerder nieuwe lidstaten toegelaten. Dit was de eerste keer dat Ierland een referendum nodig had. De Ierse wet vereist dat kiezers toestemming geven voor soevereiniteit uit hun nationale parlement wordt gezogen. Het verdrag van Nice draagt een enorme macht over van de burgers van Europa en hun gekozen vertegenwoordigers naar een ongekozen autoriteit in Brussel.

Hoe kan een referendum ondemocratisch zijn? Nou, als volgt. De Ieren hebben al eens gestemd, zestien maanden geleden. Toen hebben ze Nice verworpen. Maar alleen “ja” stemmen worden in het moderne Europa als permanent beschouwd. De mensen die aan de andere kant van de Atlantiscche Oceaan een multilaterale staat opbouwen zien “nee” als een tijdelijke afwijking; het plebs heeft het verkeerde antwoord gegeven en moet de vraag na een periode van heropvoeding opnieuw voorgelegd krijgen.

Dus toen de Ieren in juni 2000 zeiden dat ze zichzelf wilden blijven regeren, begon de met belastinggeld gefinancierde voorstanders van Nice een campagne om hen van gedachten te laten veranderen. Hetzelfde gebeurde tien jaar geleden toen de Denen het verdrag van Maastricht verwierpen waarmee de EU werd gesticht. De geschokte leiders schreven gewoon een nieuw referendum uit en staken genoeg geld in propaganda om het gewenste antwoord te krijgen.

Deze keer werd helemaal niks aan het toeval overgelaten. Dublin manipuleerde de verkiezing. Op de laatste dag voor de parlementaire kerstvakantie in 2001, net toen veel volksvertegenwoordigers vroeg naar huis waren gegaan, joeg de regering er een amendement op de referendumwet doorheen. Het amendement schrapte de verplichting kiezers argumenten voor beide kanten te presenteren. Het referendum verbond instemming met Nice ook aan een stem tegen deelname in een Europees leger. Daarmee werden mensen die Ierland’s traditionele neutraliteit wilden behouden in het “ja”-kamp gesluisd.

Deze anti-democratische manipulatie hoeft niemand te verbazen, want de EU is een inherent ondemocratisch instituut. De Europese Commissie, het benoemde leiderschap, is het enige orgaan dat wetgeving mag voorstellen. Besef wat dit betekent; gekozen politici mogen alleen beleid uitvoeren dat hen door bureaucraten wordt voorgelegd.

Maar opnieuw, waarom gaat dit Amerikanen aan? Omdat de Europese Unie zijn regeringsmethoden met meedogenloze voortvarendheid en bedrog exporteert. De EU probeert het concept van nationale soevereiniteit te vernietigen. Het is daarin al een heel eind geslaagd onder de vijftien lidstaten, maar op dezelfde manier wil het ook de Amerikaanse soevereiniteit ketenen in multilaterale raamwerken en pseudo-juridische verbanden.

Neem het verdrag van Nice. Het schaft nationele vetorechten af. Lidstaten kunnen niet uit maatregelen stappen en continentale standaardisatie in 39 belangrijke beleidsterreinen niet voorkomen. Het begint met harmonisatie van het strafrecht, waardoor vergrijpen in ieder land niet meer zal zijn gebaseerd op de gewoontes, tradities of het democratische oordeel van de burgers. Lobbygroepen zijn nu al plannen aan het maken om wetten over abortus, scheiding en euthanasie in verschillende landen aan te vechten.

Het ergst is misschien nog het mechanisme in het verdrag dat lidstaten hun stem in Europese aangelegenheden ontneemt als ze tegen de mensenrechtenstandaarden van de EU in handelen. Waar dat toe kan leiden blijkt uit een geval in de late jaren negentig. Het Europese Hof voor Mensenrechten dwong Groot Brittannie wetten tegen sadomasochistische marteling te schrappen. Van de centraliserende EU-elite valt te verwachten dat het iedere natie die de ontwikkeling van een superstaat vertraagt zijn rechten zal ontnemen.

Het EU-project dat begon als een poging Duitsland in te kapselen in een staatsrechterlijke omhelzing die moest voorkomen dat het Europa opnieuw in een oorlog zou storten, heeft zich ontwikkelt tot een stoomwals die alle lidstaten onderwerpt aan een Frans-Duits bewind in Brussel. Het onderdrukken van nationale soevereiniteit is het hoofddoel geworden, want alleen zo kan de EU een supermacht worden waar wereldwijd rekening mee moet worden gehouden.

Nu richt het haar agenda tegen de Verenigde Staten. Het zijn de EU-leiders – Frankrijk en Duitsland – die zich het felst opstellen tegen Amerika’s recht uit te maken dat zelfverdediging en verlicht zelfbelang militaire actie tegen Irak wenselijk maken, desnoods unilateraal. Het is de EU die er het meest op is gebrand de Verenigde Staten het economisch desastreuze Kyoto-verdrag op te dringen. En EUhandelscommissaris Pascal Lamy heeft duidelijk gemaakt dat hij de World Trade Organization wil gebruiken als een instrument voor Europees beleid.

Twee jaar geleden zei de Franse president Jacques Chirac in Den Haag over Kyoto: “Ik roep de Verenigde Staten op … hun twijfels terzijde te schuiven … [en mee te doen] in de opbouw van dit baanbrekende instrument, het eerste component van een daadwerkelijke wereldregering …”

Terwijl de bouwers van de Europese Unie de natiestaat onderschoffelen op hun eigen continent, werken ze aan het opleggen van een wereldregering. De macht van de EU bloeit in multilaterale structuren die de Amerikaanse macht moeten indammen. Dat is nu het hele bestaansrecht van de Europese Unie.

Na twee keer in de afgelopen eeuw zijn zonen in Europa te hebben laten vechten en sterven, wil Amerika nu begrijpelijkerwijs de vereniging van Europa zien als een positieve ontwikkeling. Maar de lens van de oorlogen van de twintigste eeuw belet Amerika te zien wat de Europese Unie werkelijk is. Europese leiders steken hun ambitie om van de EU een tegenwicht en rivaal van Amerika te maken niet onder stoelen of banken. We moeten hen op hun woord geloven.

door Hugo Gurdon

National Review

29 oktober 2002

Hugo Gurdon is een Warren T. Brookes fellow van het Competitive Enterprise Institute (volgens PR Watch.org “an ideologically- driven, well-funded front for corporations opposed to safety and environmental regulations” ;-)

Vertaling door Peter Verkooijen.