Friday, 5 September 2003

Het Europese Model – aflevering II : de ‘grote sprong voorwaarts’ van Europees Nationalisme


Dit is het vervolg op ‘het Europese model – aflevering I : het ware socialisme’.

Een van de belangrijkste grondslagen van de Europese Unie is de mythe dat nationalisme de hoofdoorzaak was van de twee wereldoorlogen. In de officiële geschiedschrijving van de EU is Europese eenheid onderdeel van “een humanistisch en pacifistisch ideaal dat door de tragische conflicten die het continent in de eerste helft van de twintigste eeuw teisterden ruw de kop werd ingedrukt”. Nationalisme had Europa van zijn natuurlijke rechte pad afgehaald. Volgens een brochure van de Europese Commissie zouden tijdens de tweede wereldoorlog ideeën voor “een organisatie van het continent waarmee de nationale tegenstellingen moesten worden overwonnen” zijn ontwikkeld “in de bewegingen die zich tegen het totalitarisme verzetten”.[i]

De vijftig jaar vrede na de oorlog zouden zijn te danken aan de Europese Unie die nationalistische tendenzen onder controle houdt. Na de val van het communisme werd die boodschap extra benadrukt. De oorlogen in Joegoslavië en Kosovo werden toegeschreven aan eeuwenoude nationalismen die door het wegvallen van centraal gezag weer konden rondspoken, niet aan de concrete manipulaties van de socialistische leiders. Het jammerlijke Europese falen op de Balkan zou een argument zijn voor meer federalisme, zoals het streven naar een supranationale staat in eurojargon heet.

Sinds 1997 verwijst het EU-verdrag naar “het historische belang van de beëindiging van de deling van het Europese continent en de noodzaak solide grondslagen voor de opbouw van het toekomstige Europa te leggen”.[ii] De brochure van de Europese Commissie stelt in 1998 dat “het vredesstreven dat ten grondslag ligt aan het gemeenschapsideaal” door toetreding van Oost-Europese landen “een continentale dimensie” zal krijgen. Uitbanning van nationalisme en samenwerking in continentale verbanden zijn de weg naar de toekomst. De Europese Unie zal snel de middelen ontwikkelen “die nodig zijn voor een doeltreffend antwoord op de uitdagingen van de mondialisering”, te beginnen met de invoering van de euro.[iii]

In de laatste jaren voor de millenniumwissel stoomt de Europese eenwording snel door. Bill Clinton, Tony Blair, Gerhard Schröder en onze eigen vader des vaderlands Wim Kok kunnen het onder Derde Weg-vlag prima met elkaar vinden. De invoering van de euro is een mijlpaal, maar meteen daarna begint het tij te keren. Eind 1999 komt  in Oostenrijk extreem-rechts onder leiding van Jörg Haider in de regering, ten koste van de socialisten. Veertien Europese lidstaten roepen een boycot tegen Oostenrijk uit. In Italië leiden de centrum-linkse regeringspartijen in lokale verkiezingen van april 2000 een dramatisch verlies. De regering strompelt door onder leiding van Guiliano Amato, maar ruimt in mei 2001 het veld voor een centrum-rechtse coalitie onder Silvio Berlusconi. In Spanje wint Jose Maria Aznar’s Popular Party in de verkiezingen van 2000 een onverwachte absolute meerderheid ten koste van de Spanish Socialist Workers’ Party (PSOE).

Anderhalve maand na het aantreden van George W. Bush als Amerikaanse president publiceren de socialisten in het Europees Parlement een manifest getiteld Het Europese Project voor de Socialisten: Een Nieuw Federalisme. Het manifest prijst de vorderingen die “geïnspireerd door de socialistische regeringen en het Europese parlement” zijn gemaakt, waaronder de introductie van de euro, de Lissabon-agenda, de sociale paragraaf en de gemeenschappelijke buitenlandse- en veiligheidspolitiek. Maar de resultaten van de Europese Raad in Nice in december 2000 zijn teleurstellend voor de eurosocialisten. “Nice was alarmerend,” stelt het manifest. “De Europese Raad heeft daar de erosie van de ambities van de regeringen in de EU gedemonstreerd en de daarmee samenhangende opkomst van nationale egoismen.”[iv]

Overal in Europa waarschuwen de media op dat moment voor verrechtsing en de terugkeer van gevaarlijke nationalistische tendenzen. Tegen die achtergrond roepen de eurosocialisten op tot verdediging van het Europese model. “Het Europese model wordt uitgedaagd,” stelt het manifest. Europa’s “kwalitatief erg goede diensten in het algemeen belang” en de “hoge mate van sociale bescherming” staan op het spel. De dreiging komt “niet zozeer van binnenuit, want de meerderheid van onze medeburgers in alle landen willen het verdedigen, maar van buitenaf”. De boze krachten van buiten zijn ongelimiteerde kapitaalstromen en een gebrek aan regulering van internationale handel. “Als socialisten gesteld voor de globalisering van markten en culturen moeten we de noodzaak benadrukken bepaalde ‘Europese’ culturen en waarden, een Europese levenstijl en sociaal model te beschermen en ontwikkelen.”[v]

Wat moet volgens de eurosocialisten gebeuren? “We prober
en de delicate balans die zou moeten bestaan tussen individuele vrijheid en collectieve verantwoordelijkheid, tussen economische efficiëntie en universele rechtvaardigheid, opnieuw te ontdekken en te herstellen,” aldus het manifest. Het gaat blijkbaar om het terugwinnen van een verloren paradijs. De verhoudingen in de wereld zijn daar een onderdeel van. Het manifest maakt zich zorgen over het groeiende aantal oorlogen en de verspreiding van nucleaire wapens. “Rusland zoekt zowel stabiliteit als zijn plaats in de wereld,” zegt het manifest. “Na eeuwen van vernedering en onderontwikkeling zoekt een miljard Moslims een weg naar vooruitgang en waardigheid, maar ze staan tegenover gevaarlijke uitdagingen van fundamentalisten en terroristen. Hoe kunnen we hen helpen in hun strijd?”

Meteen daarop slaat de begripvolle, behulpzame toon om:

“De Verenigde Staten, dronken van macht, onbehouwen door gebrek aan advies of tegenwicht, twijfelt en gebruikt zijn immense macht voor zijn eigen belangen of om de regels van het spel die gemeenschappelijk voor de mensheid als geheel zijn op te zwepen, hoewel die regels, omdat ze ook van toepassingen kunnen zijn op de VS zelf, tegen directe, soms erg sterke binnenlandse belangen in kunnen gaan.”[vi]

Hieruit volgt een van de overkoepelende hoofdpunten van het manifest. “Acceptabele wereldwijde regering is alleen te bereiken als de Verenigde Staten een grootmacht als tegenwicht krijgen,” stellen de eurosocialisten. Dat zou “een vriendelijke” macht moeten zijn van “gelijke status”. Om die macht te vormen zou Europa zich naar buiten meer als blok moeten manifesteren. “Een puur intern gerichte defensieve houding kan niet langer onze manier van leven beschermen,” vinden de eurosocialisten. “We hebben een agressief standpunt in de wereld nodig, met economische en monetaire macht gesteund door een even sterke diplomatie en een wereldwijde positie ondersteund door militaire capaciteiten die de zaak van de vrede dienen en daarmee de gulheid van onze politieke constructie demonstreren.”[vii]

Het is een vriendelijke oorlogsverklaring van socialistisch Europa aan kapitalistisch Amerika, zeven maanden voor 11 september. De veel gehoorde stelling dat George W. Bush het Europese anti-Amerikanisme met onhandig buitenlands beleid zelf heeft gecreëerd is onzin. Binnen Europa was al lang voor Bush aantrad als president tot die koers besloten.

Een “gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid” om de “Europese identiteit en onafhankelijkheid” te versterken is al sinds het verdrag van Maastricht een belangrijk voornemen van de Europese Unie.[viii] Zo expliciet als in het eurosocialistische manifest wordt het niet vaak verwoord, maar uitspraken van de hoogste leiders in de Europese bureaucratie volgen duidelijk dezelfde lijn. Globalisering laat geen ruimte voor nationalisme. “Onze natiestaten hebben niet de kritieke massa die is vereist voor effectieve actie,” verklaart Europees president Romano Prodi in mei 2001 voor een gehoor van Franse studenten. De “machtspolitiek” van natiestaten “heeft zijn invloed verloren” volgens Prodi. Deze tijd vereist grotere internationale verbanden. “De landen die de loop der dingen zullen bepalen zijn de landen die deze schaalverandering onderkennen. De anderen zullen zich moeten neerleggen bij wat hen staat te wachten.”[ix]

Romano Prodi herhaalt een uitspraak van de Franse premier en crypto-trotskist Lionel Jospin een dag eerder: “Europa is eerst en vooral een politiek project.” Daarom moet de Europese Unie nu gemeenschappelijke politieke doelen stellen. “De tijd is gekomen om een politiek Europa te bouwen,” zegt Prodi. “Europeanen moeten naar hun successen in het verleden kijken om te zien waar hun toekomst ligt.” Prodi denkt aan wat ook hij “het Europese model” noemt; een “ongekende historische balance tussen enerzijds rijkdom en welzijn en anderszijds het zoeken naar een zorgende en open samenleving”. De EU en de invoering van de euro hebben volgens Prodi de basis gelegd voor herstel van de vergane glorie. “Zonder de eenwording van de markt en de euro zouden we niet ons huidige niveau van welvaart hebben,” beweert de benoemde europresident. “Ze hebben van ons een leidende handelsmacht gemaakt die in staat is te concurreren met de Amerikaanse economie.”[x]

In de internationale verhoudingen is de Europese Unie “een opkomende macht”, maar voortgaande eenwording is noodzakelijk om de concurrentie met de Verenigde Staten aan te kunnen. “Zonder voortgaande convergentie en integratie zal de grote markt uiteenvallen en kan de euro niet de wereldrol spelen die we ervoor hebben gepland.”[xi]

Prodi ziet een leidende rol in de wereld weggelegd voor een “Unie die zich uitstrekt van de Middellandse Zee tot de Noordpool, van de Atlantische Oceaan tot de grote vlakten van Oost Europa”. De Europese stem in de wereld zal zich kenmerken door “geen agressie tegenover anderen en geen arrogantie”. Europa is gelouterd door zijn eigen verleden. “Na zoveel bloedige conflicten hebben Europeanen hun ‘recht op vrede’ verklaart,” zegt Prodi. “Dat geeft ons een bijzondere rol te spelen. Door het succes van onze integratie demonstreren we de wereld dat het mogelijk is een methode voor vrede te creëren.” Die methode bestaat blijkbaar uit centralisatie en continentale gelijkschakeling. “De Unie heeft grotere cohesie nodig en in een groot aantal sleutelgebieden een grotere integratie,” hamert Prodi nog maar eens. “De tijd is gekomen voor een grote sprong voorwaarts.”[xii]

De Europese Unie stuurt al in de maanden voor 11 september 2001 actief aan op politisering van Europa en een confrontatie met Amerika. Europa gebruikt daarvoor internationale organisaties zoals de WTO en de VN en beroept zich op een internationale rechtsorde als alternatief voor verwerpelijk hobbesiaans machtsdenken. Maar het idee dat Amerikaanse macht een tegenwicht moet krijgen is natuurlijk ook gewoon klassiek machtsdenken, om nog maar te zwijgen van het recente Frans-Duits-Russische pact. Het fundamentele verschil tussen de Amerikaanse visie op internationale orde en die van de eurosocialisten is dat de Amerikanen uitgaan van samenwerking tussen soevereine staten terwijl de eurosocialisten daarin gevaarlijk nationalisme zien en liever uitgaan van bovennationale machtsblokken.

Op welke basis zijn die bovennationale machtsblokken gevestigd? In het
Europese geval op de ‘Europese cultuur’, de ‘Europese levenswijze’, de
‘Europese waarden’ en het ‘Europese model’. De Europese Commissie geeft
opdracht voor grote propagandacampagnes om de Europese burger bij te brengen
wat daar precies onder moet worden verstaan. Behalve een Europese munt
hebben we een Europese vlag, een Europees volkslied – Beethoven’s Alle
Menschen werden Bruder – en een Dag van Europa op 9 mei, ter herdenking
van de verklaring van Robert Schuman uit 1950 die we als geboorteakte
van de EU moeten zien. De Europese Unie staat boven het Koninkrijk der
Nederlanden op ons paspoort. Europa wordt uitgedost met alle symbolen
die bij nationalisme horen. Opgelegd nationalisme is de gevaarlijkste
vorm van nationalisme. Het rampzalige Duitse nationalisme van de eerste
helft van de twintigste eeuw was in grote mate een bijproduct van de ‘noodzaak’
een verzameling deelrepublieken samen te smeden tot een eenheidsstaat.
De Europese Unie is geen breuk met dat duistere Europese verleden, maar
een versterkte voortzetting.

Peter Verkooijen

Lees verder in het Europese Model – aflevering III : Nazi’s voor de vrede.

[i] 10 lessen over Europa – Pascal Fontaine, brochure van de Europese Commissie 1998

[ii]  p 9 Geconsolideerde Versies van het Verdrag Betreffende de Europese Unie en van het Verdrag tot Oprichting van de Europese Gemeenschap (2002), Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen 24 december 2002 – Deze verdragen zijn voor Nederland bekrachtigd met een handtekening van de minister van Buitenlandse Zaken en de minister van Financiën namens Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden. Voor de EU zijn de staatshoofden blijkbaar de enige relevante vertegenwoordigers van de bevolking, niet de parlementen.

[iii] 10 lessen over Europa – Pascal Fontaine, brochure van de Europese Commissie 1998

[iv] An European project for the Socialists: The new federalism, 28 februari 2001

[v] An European project for the Socialists

[vi] An European project for the Socialists – In de versie van het manifest die 23 mei 2002 naar de Europese Conventie werd gestuurd zijn de beruchte woorden “drunk with power” geschrapt.

[vii] An European project for the Socialists

[viii] p 9 Geconsolideerde Versies van het Verdrag Betreffende de Europese Unie en van het Verdrag tot Oprichting van de Europese Gemeenschap (2002)

[ix] For a strong Europe, with a grand design and the means of action – toespraak van Romano Prodi , President van de Europese Commissie, Institut d’Etudes Politiques, Paris, 29 May 2001

[x] For a strong Europe, with a grand design and the means of action – toespraak van Romano Prodi , President van de Europese Commissie, Institut d’Etudes Politiques, Paris, 29 May 2001

[xi] For a strong Europe, with a grand design and the means of action – toespraak van Romano Prodi , President van de Europese Commissie, Institut d’Etudes Politiques, Paris, 29 May 2001

[xii] For a strong Europe, with a grand design and the means of action