Friday, 5 September 2003

Het geweld van centrale planning

Voor de huidige generatie is Hitler de meest gehate man in de geschiedenis en zijn regime het toonbeeld van het politieke kwaad, hoewel deze gezichtspunten niet opgaan voor zijn economisch beleid. Verre van dat, ze worden door regeringen overal ter wereld omarmd. De Glenview State Bank in Chicago bijvoorbeeld, prees kort geleden de economische politiek van Hitler aan in hun maandelijkse nieuwsbrief. Door dit te doen ontdekte de bank de gevaren van het aanprijzen van Keynesiaans beleid in de verkeerde context. De betreffende nieuwsbrief (juli 2003) is niet op het internet te vinden. De Anti-Defamation League (een Amerikaanse antiracistische organisatie, red.) schrijft over de inhoud: ,,Ongeacht de economische argumenten, kan het economisch beleid van Hitler niet worden gescheiden van zijn enorme politiek van antisemitisme, racisme en genocide” aldus hun nieuwsbrief. Door zijn activiteiten door een andere bril te bekijken slaat men de plank volledig mis.

Hetzelfde zou kunnen worden gezegd over elke vorm van centrale planning. Het is verkeerd om het economisch beleid van de staatsmoloch te analyseren, zonder het politiek geweld daarbij in acht te nemen, die elke centrale planning, in Nazi-Duitsland, de Sovjet Unie of de Verenigde Staten, kenmerkt (de Europese Unie valt ongetwijfeld ook onder deze noemer, red.). De controverse belicht de manieren waarop er een verband wordt gemaakt tussen geweld en centrale planning, een verband dat nog steeds niet worden begrepen, zelfs niet door de Anti-Defamation League. De tendens van economen om het economisch programma van Hitler te bewonderen hiervan een duidelijk voorbeeld.

In de jaren 30 werd Hitler algemeen gezien als gewoon een van de vele protectionistische centrale planners, die het veronderstelde falen ontdekte van de vrije markt en de noodzaak om de nationale economische ontwikkeling te sturen. De proto-Keynesiaanse econoom John Robinson schreef dat ,,Hitler een oplossing vond voor de werkloosheid, voordat John Maynard Keynes ver genoeg was om dit te verklaren”.

Wat waren deze economische beleidsmaatregelen? Hitler zette de goudstandaard in de ijskast, ontwikkelde gigantische programma’s voor publieke werken, zoals autowegen, beschermde de industrie tegen buitenlandse concurrentie, breidde het financieel krediet uit, implementeerde werkgelegenheidsprojecten, intimideerde de particuliere sector met betrekking tot prijzen en productiebeslissingen, breidde het leger enorm uit, voerde de valutacontrole op, zette een gezinsplanning in werking, bestrafte het roken, voerde de nationale gezondheidszorg en werkloosheidsverzekering in, ontwierp een onderwijsstandaard en kreeg uiteindelijk te kampen met enorme begrotingstekorten. Het Nazininterventionistisch programma was essentieel voor het regime, om daarmee de markteconomie volledig af te zweren en dientengevolge het socialisme in één land te omarmen (nationaal-socialisme).

Zulke programma’s worden vandaag de dag overal ter wereld aangeprezen, zelfs met hun fouten. Ze maken onderdeel uit van elke ‘kapitalistische’ democratie. Keynes zelf had bewondering voor het economisch programma van de Nazi’s. Hierover schreef hij in zijn voorwoord van de Duitse editie van The General Theory: ,,De theorie van de algehele output, die dit boek tot doel heeft te omschrijven, is veel gemakkelijker te implementeren in de hoedanigheid van een totalitaire staat, dan de theorie van productie en distributie van een bepaalde output onder een vrijemarktconcurrentie en een groot laisser-fairegehalte”. Het commentaar van Keynes, die velen zullen shockeren kwam niet uit het niets. De economen van Hitler zweerden het laisser-fairekapitalisme af, bewonderden Keynes en gingen hem hierin zelfs al vooruit. Tegelijkertijd, bewonderden de Keynesianen Hitler (zie George Garvey: ,,Keynes and the Economic Activists of Pre-Hitler Germany,” The Journal of Political Economy, Volue 83, Issue 2, April 1975, pp. 391-405)

In 1962 is er een rapport geschreven voor President John F. Kennedy, waarin Paul Samuleson impliciet Hitler prees: ,,De geschiedenis herinnert ons eraan, dat zelfs in de ergste dagen van de grote crisis er nooit een tekort was aan experts om ons te waarschuwen tegen alle heilzame publieke activiteiten” Zou zo’n raad nu nog bestaan, zoals het geval was in het Duitsland van voor Hitler, dan zou het bestaan van onze regeringsvorm ter discussie staan. Geen moderne overheid zal deze fout nog maken.” Op zeker niveau is dit niet verbazingwekkend. Hitler creëerde een New Deal voor Duitsland, die verschillend was van die van Roosevelt en Mussolini, maar alleen in details. Dat de Bruto Binnenlands Product-cijfers uit die tijd een groei te zien gaven werkte alleen op papier. De werkloosheid bleef laag omdat Hitler nooit probeerde de lonen te verhogen boven die van de markt, alhoewel hij wel veelvuldig ingreep in de arbeidsmarkt. Maar onder deze fundering kwamen allerlei afwijkingen voor net zoals in elke gecontroleerde markt. Dit moge leiden tot een groei in het Bruto Binnenlands Product op korte termijn, maar dit blijkt niet te werken op lange termijn.

,,Om over Hitler te schrijven zonder daarbij in ogenschouw te nemen de tientallen miljoenen onschuldige mensen, die hij de dood in joeg en die hem bevochten is daarom een belediging aan hun herinnering.”, zo schreef de Anti-Defamation League als protest tegen de analyse van de Genview State Bank. En zo is het inderdaad. Maar met name om zo blasé te zijn over de morele implicaties van economisch beleid, de feitelijke handel en wandel van het beroep. Wanneer economen vragen om de ,,gemiddelde vraag” op te stuwen, dan zeggen zij er niet bij wat dat betekent. Het betekent het met geweld terzijde schuiven van de vrijwillige beslissingen van consumenten en spaarders enerzijds, en het uithollen van eigendomsrechten tezamen met hun vrijheid tot associatie anderzijds, om daarbij de economische ambities van nationale regeringen te realiseren. Zelfs als deze programma’s zouden werken in een technisch-economisch kader, dan moeten ze worden verworpen op grond van onverenigbaarheid met de vrijheid van handelen.

En zo is het ook met het protectionisme. Het was de grootste ambitie van Hitler’s economisch programma om de grenzen van Duitsland uit te breiden om dit autoritaire systeem levensvatbaar te maken. Dit betekende de opbouw van enorme protectionistische barrières tegen import. Zijn doel was om van Duitsland een zelfvoorzienende producent te maken, zodat het niet het risico van buitenlandse invloed hoefde te lopen en het lot van zijn land afhankelijk te maken van de economieën van andere landen. Het was een klassiek geval van een contraproductieve economische xenofobie.

Toch zien we de tragische terugkeer van het protectionistisch beleid, zelfs in de VS. De Bush-regering heeft al een enorme hoeveelheid producten beschermd tegen laaggeprijsde buitenlandse concurrentie, van hout tot aan microchips. Dit beleid wordt gecombineerd met pogingen om vraag en aanbod te stimuleren via grootschalige defensie-uitgaven, buitenlands beleidsavonturen, uitbreiding van de verzorgingstaat, begrotingstekorten en de aanmoediging van nationalistische tendensen. Zulk soort beleid kan wel de illusie creëren van een groeiende voorspoed, maar de werkelijkheid is dat zeldzame bronnen worden ontnomen aan de productieve werkgelegenheid.

Misschien is wel het ergste, dat deze maatregelen onmogelijk zouden zijn geweest zonder de staatsmoloch, precies zoals Keynes het al vertelde. Een overheid die groot en machtig genoeg is om de gemiddelde vraag te manipuleren, is ook groot en machtig genoeg om de individuele vrijheden aan te tasten en hun rechten te beperken op elke manier. Keynesiaans (of Hitleriaans) beleid laat het zwaard van de staat op de gehele bevolking los. Zelfs op de meest onschuldige manier, zijn centrale planning en vrijheid onverenigbaar.

Vanaf September 2001 en het autoritair, militaristisch antwoord daarop, waarschuwde links dat Bush de nieuwe Hitler was, terwijl rechts deze retoriek als onverantwoordelijke grootspraak verwierp. De waarheid is dat links die deze aant
ijgingen maakte meer gelijk heeft, dan ze zelf beseft. Hilter, net als Roosevelt, liet zijn erfenis aan Duitsland en de wereld na, door middel van het doorbreken van alle taboes ten opzichte van centrale planning en de grote overheid een integraal deel maken van de westerse economieën.

De auteur was van het Glenview-artikel, David Raub, was naïef om te denken, dat hij de feiten kon bekijken zoals de economen die zien en daaruit het conventionele antwoord daarop geven. De Anti-Defamation League heeft gelijk in dit geval, want centrale planning moet nooit worden geprezen. We moeten altijd de historische context in overweging nemen en het onvermijdelijk politiek resultaat.

Llewellyn H. Rockwell Jr.

Llewellyn H. Rockwell Jr. is voorzitter van de Mises Institute en economisch wetenschapper van Oostenrijkse School voor Economie in Auburn University, Alabama, Verenigde Staten.

Naschrift: Zoals u kunt zien wordt in dit artikel veelal de VS genoemd, maar alles wat Llewellyn Rockwell beschrijft over zijn land en de economie heeft ook terdege betrekking op de Europese Unie. Er zijn een aantal punten van het Derde Rijk en de EU, die verbluffend veel overeenkomsten bevatten, ik noem er een aantal:

– Beide hadden/hebben een fiatmunt (Reichsmark/Euro)
– Beide waren/zijn met massademocratie gekozen (Reichstag/Europarlement)
– Beide waren/zijn centralistisch van opzet (Berlijn/Brussel)
– Beide waren/zijn expansionistisch (Lebensraum/Verenigd Europa)
– Beide hadden/hebben een kleine politieke elite (Nazi-top/Eurocommissarissen)
– Beide wilden/willen een centrale leider (Führer/Europese president)
– Beide wilden/willen een verzorgingstaat (Rheinlandprinzip/Sociaal Handvest)
– Beide hadden/hebben een Europees leger (Schutzstaffel/euroleger)
– Beide hadden/hebben een Europese politie (Gestapo/europol)
– Beide werden/worden gesteund door collectivisten*
– Beide hadden/hebben een enorme bureaucratie
– Beide beperkten/beperken de individuele vrijheid
– Beide schaften/schaffen de regionale soevereiniteit af (Gleichschaltung/harmonisatie)

Een particulier bedrijf richt een bureaucratie op om er geld mee te verdienen, een overheid richt een bureaucratie op om er geld mee uit te geven.

Albert Spits
11 augustus 2003