Friday, 5 September 2003

Saddam en Chirac, 30 jaar smerigheid


Frankrijk heeft wanhopig en in het openbaar gezocht naar een vreedzame oplossing voor de Irakese crisis met als enig strategisch doel om een sterke invloed te kunnen uitoefenen op de grootste toekomstige olievoorraden. Tegelijkertijd heeft de Franse president Jacques Chirac zijn status verstevigd als erfgenaam van het onafhankelijkheidsbeleid van de voormalige president Charles de Gaulle ten opzichte van de Verenigde Staten.

De Irakese regering herinnerde zich de oppositie van de voorganger van Chirac, Fran├žois Mitterand, tegen de geallieerde actie om de Irakese strijdkrachten uit Koeweit te verwijderen, alvorens zelf uiteindelijk aan de Desert Stormcoalitie mee te doen. De Irakezen verdachten Frankrijk er dus van dat men uiteindelijk het veto tegen een tweede VN-resolutie niet zou uitspreken. Daar hadden ze een goede reden voor, want Frankrijk moet zich hebben gerealiseerd dat het nodig was om zich te positioneren als een steun voor een ,,coalitie van bereidwilligen”, als het een claim wilde hebben op de naoorlogse olieontwikkelingen.

Hoewel het veto nooit ter sprake kwam, beschuldigden opposanten van het Irakese bewind Frankrijk van tweeslachtigheid, hierbij duidde men op de oppositie tegen het gebruik van geweld tegen het regime van Saddam als duidelijk voorbeeld. Zij zagen de Franse uitdaging aan de hegemonie van de VS als propaganda voor het Arabische publiek om te pogen de aandacht af te leiden van de eigen Franse doelstellingen in Irak.

Irakese oppositieleiders beschuldigden Frankrijk van het verbreken van internationale sancties en het VN-verdrag, wanneer de optie rees om hun eigen belangen veilig te stellen. Verder stelden ze, dat de oppositie tegen de oorlog alleen bedoeld was om de vijand van hun goede vriend en klant Saddam Hoessein op een zijspoor te zetten. Zij doelden hiermee op een kwart eeuw intieme relaties tussen Frankrijk en Bagdad tezamen met de contributies die Irak aan de Gaullistische verkiezingscampagnes heeft gedaan en tevens ook de jaarlijkse donaties aan de Gaullist Rassemblement Pour La Republique, opgericht door Chirac zelf.

Zij citeerden hierbij wederzijdse openbare lofverklaringen gemaakt door de beide leiders gedurende de reis van Chirac in 1975 naar Bagdad als premier, een reis het begin betekende van de gouden periode van Frans-Irakese betrekkingen. Kort daarna verleende Frankrijk financiële en technische assistentie voor de eerste Irakese atoomreactor Ozirak. Israel heeft uiteindelijk deze reactor gebombardeerd om Saddam geen kans te geven een nucleaire bom te maken, welke waarschijnlijk zou zijn gebruikt tijdens de golfoorlog in 1990-91. In dit tijd noemden critici van Chirac hem ‘Jacques Ozirak’, zoals de Amerikanen hem nu aanduiden als ‘Jacques Iraq’.

Na het bezoek van 1975 werd Irak de grootste klant van de Franse wapenindustrie en Irak werd de grootste olieleverancier van Frankrijk. In feite was vanaf 1980 tot aan de invasie van Koeweit in 1990, de export van wapens naar Irak en Saoedi-Arabië zo’n 75% van de totale hoeveelheid Franse wapenleveranties. Hierna nam de VS de leiding over door wapens te exporteren naar Saoedi-Arabië. De situatie werd nog gecompliceerder, omdat er een hevige concurrentie ontstond tussen Frankrijk en Rusland over de commerciële dominantie in Irak.

Frankrijk werd vorig jaar sterk bekritiseerd door Bagdad toen het in de VN meedeed met het instellen van ,,slimme sancties” tegen Irak. In die tijd werd Frankrijk gewaarschuwd door het Irakese dagblad Babel, dat werd uitgegeven door de oudste zoon van Saddam, Uday, dat het zijn ‘oliebelangen’ en ‘privileges’ in Irak in de waagschaal stelde. De grootste oliemaatschappij van Frankrijk Total Elf, die exclusieve onderhandelingsrechten had voor de enorme Majnoun en Bin Omar olievelden, stond op het punt om nieuwe contracten te tekenen. Daarna werd de Irakese minister van olie ontslagen omdat het de contracten met Rusland had verbroken.

In een poging om haar positie te herstellen was het regime van Chirac de enige in een groot Europees land die weigerde om met Irakese oppositieleiders te spreken of officiële besprekingen met hen te houden. Dus hier is het diplomatieke dilemma voor Jacques Chirac; zijn idee was dat de Franse belangen beter gediend waren met een vriendelijke Saddam aan de macht. Zodoende was hij terecht bang dat een coalitie geleid door de VS de Irakese despoot omver zou werpen. En daar had hij een zeer goede reden voor.

Hoesein Hindawi

Hoesein Hindawi is een Irakese historicus, mensenrechtenactivist en journalist. Hij is redacteur bij de Arabische Nieuwsdienst van de UPI

Vertaling door Albert Spits.