Tuesday, 10 February 2004

Wat gebeurt er met de Poolse voedselindustrie na 1 mei 2004?


Na 1 mei 2004 wordt ook in Polen de Brusselse “New World Order” in praktijk gebracht. De impact van de nieuwe wetten, regulaties en belastingen zal voor de voedselproducenten van de nieuwe lidstaat enorm zijn.

Het eerste waar een gemiddelde burger aan denkt bij het toetreden van Polen tot de Europese Unie, is dat er een gezamenlijke vrije markt tussen Polen en de overige lidstaten tot stand zal komen. Tot sinds kort liet de “officiële” berichtgeving weten dat alle Poolse burgers in elk land van de EU zullen kunnen werken, studenten zullen de mogelijkheid krijgen om aan elke Universiteit te studeren, en de hele Europese markt zit alleen te wachten op de Poolse producten.

De werkelijkheid ziet echter heel anders uit. Nu al staat bekend dat de sommige EU-lidstaten hun grenzen voorlopig dichthouden voor Poolse werknemers. Voor de studenten zal niet veel veranderen, zij kunnen immers al sinds jaren aan verschillende Europese universiteiten en hogere scholen studeren. En de huidige EU markt heeft niets anders te “vrezen” dan een vergroting van de afzetmarkt met een nieuwe lidstaat, en daarmee een stijging van de winsten. Een goed voorbeeld hiervan vormt de voedselindustrie. Wat gaat er precies gebeuren met de nieuwe Europese voedselmarkt na 1 mei 2004?

Om deze vraag te beantwoorden zal eerst gekeken moeten worden naar de huidige verhoudingssituatie tussen Polen en de EU. In principe zou de politiek van Brussel samengevat kunnen worden als: “eigen producten subsidiëren, andermans producten blokkeren”. Dit betekent dat vandaag over tal van goederen die afkomstig zijn uit landen buiten de EU, en dus ook Polen, flinke invoerrechten geheven worden. Behalve invoerrechten hebben de niet-EU producten te maken met verschillende contingenten en normen waaraan voldaan moet worden.

Voedsel dat wel in de EU geproduceerd is, en vervolgens geëxporteerd wordt, krijgt van Brussel jaarlijks 30 miljard euro aan subsidie. Het gevolg voor Polen is, dat het land te maken heeft met goedkope gesubsidieërde voedselproducten. Hierdoor, ondanks de Poolse invoerrechten, is het moeilijk voor de voedselindustrie in Polen om met de Europese producten te concurreren. Na 1 mei 2004 zal Polen haar invoerrechten ten opzichte van de EU moeten opheffen en er zullen allerlei Europese normen en regulaties gaan gelden voor alle Poolse voedselproducenten. Tegelijkertijd blijft de EU haar voedselproductie en -export subsidiëren. Voor de Poolse voedselindustrie zullen de gevolgen van deze nieuwe regels katastrofaal zijn. Degenen die de gesubsidieërde buitenlandse producten overleven zullen te maken krijgen met de Europese normen, quota’s en andere vormen van regulaties.

In concreto betekent dit voor de Poolse zuivelproducenten dat wanneer zij de kunstmatig lage prijzen van de buitenlandse producten overleven, zullen zij nog aan verschillende sanitaire EU-normen moeten gaan voldoen. Drie maanden voor de toetreding van Polen tot de EU voldeden 52 van de 360 zuivelproducenten aan deze normen. Degenen die zich niet snel aan de nieuwe regels aanpassen, zullen na 1 mei hun bedrijf moeten sluiten. Dit terwijl er nog steeds vraag is naar hun producten, ondanks dat ze niet aan de sanitaire eisen van de EU voldoen. Kennelijk is de consument in iets anders geïnteresseerd dan in een stempel op de verpakking.

De situatie van de Poolse vleesbedrijven is “iets” minder aantrekkelijk dan die van de zuivelbranche. Van de 3200 bedrijven voldoen momenteel slechts 127 aan de EU-normen. Dit betekent dat na 1 mei meer dan 3000 ondernemingen hun zaak zullen moeten sluiten.

De grote winnaars in zowel de zuivel-, als de vleesindustrie na de Poolse anschluss tot de EU zullen de grote Westerse concerns zijn. De vleesbranche in Polen zal overgenomen worden door bedrijven als Smithfield Animex en Campofrio, de zuivelmarkt zal gedicteerd worden door o.a. Danone en Campina.

Niet alleen de producenten in Polen krijgen het moeilijk. Ook de Poolse importeurs van verschillende voedselproducten zullen worden gedwongen om tal van extra invoerrechten te heffen. Om een paar voorbeelden te noemen, zal de prijs van zalm en andere vis uit Noorwegen met 20% stijgen. Op bananen afkomstig uit Zuid-Amerikaanse landen zal Polen invoerrechten ter hoogte van 161% moeten gaan heffen. De goedkope citroenen uit Argentinië en witte druiven uit Zuid-Afrika zullen anderhalf keer duurder worden gemaakt. Rijst uit Tajland en Vietnam zal te maken krijgen met een invoerbelasting van 190%. De prijs van suiker zal met 70% stijgen, en na 1 mei zal het verboden zijn om “te grote” voorraden producten met meer dan 10% suiker te hebben.

De nieuwe wetgeving heeft ook een grote invloed gehad op de Poolse voedselexport naar landen die na 1 mei geen lid zullen zijn van de EU. Tot nu toe heeft Polen van Brussel 88 buitenlandse handelsovereenkomsten moeten opzeggen met landen die na 1 mei geen lid zullen zijn van de Europese Unie. Éen van die landen was Rusland, die goed was voor een jaarlijks export van 300 miljoen dollar aan voedselproducten.

Hoe dichter tot de anschluss van Polen tot de Europaischen Reich, des te meer informatie in de Poolse media over de negatieve gevolgen voor het land na 1 mei. De gemiddelde burger kan weinig aan de huidige situatie veranderen; hij mocht zijn stem uiten tijdens een referendum in juni 2003, toen alle media gezamenlijk in één koor berichtten over de voordelen van de Poolse lidmaatschap van de EU. Nu zal de bevolking zich moeten aanpassen aan de nieuwe werkelijkheid.

Boniek Falicki