Wednesday, 28 April 2004

Het lot van Groot-Brittanië binnen Europa


Afgelopen dinsdag heeft de Britse premier Tony Blair aangekondigd dat in Groot-Brittanië een referendum over de grondwet van de Europese Unie zal worden gehouden. Blair is weliswaar een socialist, en stond onder druk van de oppositionele Torries, maar heeft in dit geval de Britse onafhankelijkheid wel een kans gegeven om haar stem te laten horen. Het referendum wordt waarschijnlijk na de verkiezingen van 2005 gehouden. De vraag is nu in hoeverre de EU-propaganda zal slagen om de Britse burgers te bezwendelen?

Groot-Brittanië is samen met Duitsland en Frankrijk het machtigste land binnen de Europese Unie. Bij de invoering van de euro heeft het land geweigerd afstand te doen van het Britse pond. Dit is waarschijnlijk één van de redenen waarom de Britse economie, in tegenstelling tot de Eurolanden, wél blijft groeien. Behalve op economisch gebied, blijft het Verenigd Koninkrijk ook op internationaal gebied een onafhankelijke politiek voeren. Terwijl de meeste EU-landen zich steeds meer tegen de Verenigde Staten keren, met Frankrijk en Duitsland als koplopers, blijft Groot-Brittanië in goede relatie met de VS. Blijkbaar zijn de Britten de hulp van de Amerikanen tijdens WO II niet vergeten, terwijl Frankrijk een soort complex lijkt te hebben doordat iemand anders het land in de oorlog uit de problemen moest helpen, en Duitsland lijkt op een Alzheimerpatiënt, die vergeten is ‘wat ook alweer de Marshallhulp was’, en aan wie Duitsland de wederopbouw van Berlijn te danken heeft.

Momenteel staat het huidige beleid van Brussel haaks op dat van Londen. De EU wil zoveel mogelijk landen naar zich toe trekken onder één centraal bestuur; het Verenigd Koninkrijk wil zeggenschap over haar eigen zaken behouden. In dit geval is een verwerping van de grondwet door Groot-Britannië bijna onacceptabel voor de totstandkoming van één Europese superstaat. Behalve in het Verenigd Koninkrijk, zullen ook in andere landen referenda over de EU-grondwet gehouden worden, onder andere in Denemarken, Polen, en waarschijnlijk ook in Nederland. Het is van groot belang voor Brussel dat het project van de grondwet in alle EU-landen aangenomen wordt, op deze manier worden alle struikelblokken (lees: constituties van onafhankelijke landen) weggenomen op weg naar ein Europaischen Reich. Dit is de reden waarom het ondenkbaar is voor Brussel dat er maar één land de grondwet verwerpt. Er zal alles aan gedaan worden om de uitkomst van de referenda te beïnvloeden in het voordeel van de centralisatie van het EU.

Er hoeft niet lang in de tijd teruggekeken te worden om te zien hoe de Europese Unie omgaat met referenda die van invloed kunnen zijn op de machtsuitbreiding van de eurocraten. In 2003 zijn in de 10 toen nog toekomstige lidstaten, een reeks volksstemmingen gehouden over de toetreding tot de structuren van de EU. Wanneer de 10 referenda van 2003 van dichtbij bekeken worden, vallen enkele zaken op, en wordt een bepaalde patroon goed zichtbaar.

Het eerste wat de aandacht trekt is de bijzondere samenhang van de volgorde van de referenda, met de steun aan de toetreding in de opiniepeilingen van elk van de 10 landen. In de landen met de grootste steun aan de Europese Unie in de peilingen werd het referendum als eerste gehouden. Op deze manier kregen de massamedia-experts in de eurosceptische landen meer tijd om de bevolking beter “uit te leggen” dat het lidmaatschap aan de EU wél goed is. In de tussentijd nam de hoop op overwinning van de tegenstanders van de accessie af, naarmate steeds meer landen “ja” riepen. Deze tactiek resulteerde er in dat zelfs in het meest eurocritische Estland, de volksstemming massaal gewonnen werd door de voorstanders van de anschluss tot de EU.

Een tweede kenmerkende punt was het inspelen op angstgevoelens door de pro-EU media tijdens het campagne voor het referendum. Er werd een dreiging gecreëerd van een internationaal isolement, dat zou ontstaan door een “nee”-uitkomst van de volksstemming. Vooral in de Baltische staten en in Polen werd vaak gesproken van een gebrek aan alternatief voor de Europese Unie. De pro-EU discourse schetste een bedreigende beeld van Wit- Russische economische toestanden en van volle afhankelijkheid van Rusland in geval van een negatieve referendumuitslag.

Behalve het scheppen van emoties van angst en onzekerheid, werd bij de stemmers van de toetredende landen ook het gevoel opgewekt dat zij belangrijk en nodig zijn voor een goede toekomst van de/het hele Europa. Dit werd geuit vlak voor elk referendum door de bijna dagelijkse staatsbezoeken van leiders van verschillende EU-lidstaten. Daarnaast werd vaak nadruk gelegd op de bijdrage van het culturele erfgoed van de toekomstige lidstaat aan de multiculturele aspecten van de Europese Unie. Onder het motto “met zijn allen anders” werd geprobeerd om de afzonderlijke culturen samen te smelten tot één “Europese” cultuur, waardoor er een “Europees” gevoel bij de burgers zou moeten ontstaan. Gezien de uitslagen van de volksstemmingen in de toetredende landen is dit aardig gelukt.

Hoogstwaarschijnlijk zal bij de toekomstige referenda over de EU-grondwet hetzelfde schema optreden als dat bij de nieuwe lidstaten het geval was in 2003. Eerst zullen de volksstemmingen gehouden worden in landen met de grootste steun aan de Europese constitutie. Op deze manier krijgen de tegenstanders van de grondwet in de overige landen een eenzaam en hopeloos gevoel, waardoor ze eerder de neiging zullen hebben om hun verzet te staken.

Daarnaast zullen in de media vaak uitspraken voorkomen als: “er is geen toekomst zonder EU”, of: “de economie gaat ten onder als de grondwet van de Europese Unie niet wordt aangenomen”. De burgers zullen worden geconfronteerd met een beeld van een onzekere toekomst en een soort internationale isolement zonder een EU-grondwet.

Anderzijds zullen de stemmers overtuigd worden dat hun belangen, cultuur en toekomst goed vertegenwoordigd zijn in de Europese grondwet. Er is voor iedereen gezorgd, en elke burger is nodig voor de toekomst van de Europese Unie.

Gezien de huidige steun aan de EU-grondwet binnen de lidstaten, is het heel waarschijnlijk dat de referenda in de meeste landen vlekkeloos zullen verlopen volgens de plannen van Brussel. Het grootste obstakel wordt in dit geval gevormd door het Verenigd Koninkrijk. In dit land kan het aantal tegenstanders van de grondwet overweldigend zijn bij een volksstemming. Dit is de reden waarom juist Groot-Brittanië het meest onder vuur zal liggen, en de grootste aandacht zal krijgen van de eurocraten. Het zullen voornamelijk de burgers van het Verenigd Koninkrijk zijn, waarop de grootste dosis van EU-favoriserende politieke communicatie zal worden toegepast. Tenzij de stille beslissing al genomen is dat Groot-Brittanië buiten de kern-structuren van de Europese Unie zal blijven. Dit besluit zou kunnen uitlopen op een toekomstige bëeindiging van de Britse EU-lidmaatschap. In deze situatie, of in geval van een “nee”-stem tijdens het referendum zullen de Britten, net als in tijden van Napoleon en Hitler, onafhankelijk blijven en het lot in eigen handen behouden, in tegenstelling tot de rest van het Europese continent.

Boniek Falicki