Wednesday, 12 May 2004

Revolutionairen treden toe in Europa


“Als de heer Glassman zo’n hekel heeft aan Europa, waarom gaat hij dan niet weg?”, aldus het hoofd van de Belgische Boerenbond.

Een gevoelig onderwerp! Ik houd van Europa, de steden, de cultuur, het eten, de geschiedenis en zelfs de volkeren. Op een recente conferentie hier in Brussel gaf ik alleen wat constructieve kritiek op de agrarische subsidies in Europa en hun ban op genetisch gemodificeerd voedsel. Deze politiek blokkeert namelijk de exporten vanuit Afrika, die leiden tot verdere verarming en zelfs tot de dood van haar inwoners. Door het aankaarten van zulke kwesties werd ik terechtgewezen ‘bruggen’ te bouwen, niet voor het ‘afbranden’ ervan. Maar de grootste reden waarom deze Belg kwaad werd was omdat hij dacht dat ik niet in de juiste gemoedstoestand was vanwege het feest.

Europa is feest aan het vieren. Op zaterdag 1 mei zijn er 10 landen bij de Europese Unie gekomen, acht uit de Baltische staten en Oost-Europa, plus Cyprus en Malta. De toetreding, zoals het wordt genoemd, brengt het aantal landen van 15 op een totaal van 25 met een bevolking van 425 miljoen. 50% meer dan de Verenigde Staten, hoewel het Bruto Binnenlands Product (BBP) van de nieuwe EU slechts 10% meer is dan dat van Amerika. Maar de 15 oorspronkelijke landen zullen spijt hebben dat zij de 10 nieuwe leden tot hun club hebben toegelaten. De revolutionairen staan nu binnen de poorten.

Veel van deze nieuwe lidstaten – vooral de grootste, Polen met een bevolking van 40 miljoen, ongeveer de grootte van Spanje, en het radicaalste land, Estland – steken zelfs de Amerikanen naar de kroon qua vrije-marktbeleid. De 10 nieuwe lidstaten hebben een gemiddelde vennootschapsbelasting die 12 procent lager is dan de andere 15 en het tarief in Estland is exact 0%.

De persoonlijke inkomstenbelastingen in deze lidstaten zijn ook laag; sommige van deze landen hebben zelfs een vlaktaks geïntroduceerd, andere hebben hun verzorgingssystemen radicaal hervormd en Polen heeft haar pensioensysteem volgens het succesvolle Chileense model opgezet. “Dit laatste zal nodig voor West-Europa om de instorting van hun begrotingsbeleid te kunnen voorkomen”, schrijft Radek Sikorski, de voormalige Poolse regeringsfunctionaris, die nu het Nieuw Atlantisch Initiatief leidt en medeorganisator is van de Konrad Adenauer Conferentie in Duitsland.

De voormalige communistische landen verzetten zich met name tegen de bureaucratische onzin die de EU domineert. Als resultaat hebben Polen, Estland en een aantal van de andere landen de criteria van ‘aspirant’ naties gehaald door risico’s te nemen en zelfs wat economische pijn te accepteren om hun burgers meer keuzes en voorspoed te geven. Zij zijn het Europese equivalent van de Aziatische tijgers zoals Singapore en Taiwan. Aan de andere kant vormen Duitsland, Frankrijk en België ‘gezapige’ landen; gelukkig met hun korte werkweken, lange vakanties en buitengewoon allergisch tegen het nemen van risico’s. Groot-Brittannië en Ierland zijn vooruitstrevend, evenals de Scandinavische landen, terwijl Italië en Spanje er ergens tussenin hangen.

Nu zijn het de vooruitstrevende toetredende landen, die bewijzen een onweerstaanbare macht te vormen en de gezapige oorspronkelijke lidstaten kunnen confronteren, die tot nu toe onverzettelijk zijn.

Het meningsverschil op dit moment is ‘belastingconcurrentie’, de grote kretologie hier in Brussel. De lijn die de EU-functionarissen hanteren is dat het prima is voor de nieuwkomers om lage belastingen te hebben, maar de concurrentie moet ‘eerlijk’ zijn, wat dat ook moge betekenen.

Op vrijdag 30 juni heeft de Duitse kanselier Gerhard Schröder, wiens land een grotere bevolking heeft dan alle 10 toetredende lidstaten samen, de nieuwkomers gewaarschuwd niet aan ‘belastingdumping’ te doen. Anders zouden ze de toekomstige financiële weldaad van Duitsland en de andere rijke EU-landen kunnen vergeten.

Duitsland is natuurlijk geen modelvoorbeeld. Haar belastingen zijn torenhoog en de rigide arbeidswetten contribueren alleen maar aan de enorme werkloosheid van 10%.

Het ideale model voor de nieuwkomers daarentegen is Ierland, waar de vennootschapsbelasting van 13% de laagste is van de gehele Europese Unie. Dit is een uitstekend voorbeeld voor de Laffer Curve. De lage belastingen in Ierland hebben meer belastinggeld opgeleverd, omdat de economie is opgebloeid. Binnen één decennium ging de Ierse economie van 50% van het EU-gemiddelde tot 20% daarboven.

Maar Schröder vertelde vorige week dat één Ierland genoeg is. “Harmoniseer je belastingen tot het hoge EU-niveau, of anders”, zei de Duitse kanselier tegen de nieuwe lidstaten.

Laten we hopen dat de nieuwkomers zich tegen deze druk kunnen verzetten. Polen en haar medestanders zouden er goed doen om Schröder de wacht aan te zeggen, door subsidies te weigeren en de belastingconcurrentie in volle omvang te laten losbarsten. Tegelijkertijd zouden ze minder Eurobureaucratie moeten eisen.

Het kleine Ierland heeft een behoorlijk liberaliserend effect gehad op de meeste EU-landen, waar de vennootschapsbelasting nu lager is dan in de Verenigde Staten. Denk eens in wat de tien andere lidstaten kunnen doen! Ben ik bruggen aan het ‘verbranden’? Jammer!

James K. Glassman

James K. Glassman is verbonden aan American Enterprise Institute en columnist van zowel de Washington Post, International Herald Tribune als van TechCentralStation.com