Tuesday, 27 July 2004

De mullahs van Turkije


,,De minaretten zijn onze bajonetten, de koepels onze helmen, de moskeeën onze barakken en de gelovigen onze soldaten”

Nee dit zijn niet de woorden van een krankzinnige Iraanse mullah of een waanzinnige Al-Qaeda zelfmoordterrorist die worden geuit alvorens hij iets waardevols toevoegt aan de mensheid voordat hij zichzelf en anderen in kleine stukken opblaast.

Integendeel. Deze doordringende regels zijn een onderdeel van een gedicht geschreven door Recep Tayyip Erdogan, de premier van de enige seculiere moslimstaat in het Midden-Oosten, Turkije. Erdogan citeerde deze regels op een politieke bijeenkomst in 1999, toen hij burgemeester was van Istanbul. Dit leverde hem drie maanden gevangenis op, omdat hij hiermee de seculiere wetten van Turkije overtrad.

De afgelopen week bezocht Erdogan Frankrijk als onderdeel van zijn charme-offensief om Turkije geaccepteerd te krijgen in de Europese Unie. Na het verlaten van het Elyseepaleis waar hij gelunchd had met Jacques Chirac verzekerde hij de verslaggevers dat zijn regering bijna alles had gedaan om de aan de toelatingseisen van de EU te voldoen.

Europa zal meer krijgen dan ze verwachten als ze Turkije in hun midden zouden toelaten onder het leiderschap van Erdogan. De Turkse premier is hoofd van de Rechtvaardigheids en Ontwikkelingspartij (AKP), die in november van 2002 met 34% van de stemmen werd gekozen en daarmee 365 van de 550 zetels in het Turkse parlement verkreeg. Sinds die tijd heeft Erdogan zich in alle bochten gewrongen om te verklaren dat de AKP een conservatieve politieke partij is en geen islamistische. Niettemin vermoeden sommige Turkije-kenners al lang dat de Turkse premier wel degelijk islamistische tendensen vertoont, aangezien hij en anderen eens lid waren van een verboden islamistische partij. En de gebeurtenissen in het Turkije onder leiding van Erdogan geven hier ook aanleiding toe. In mei dit jaar temidden van een enorme controverse heeft de AKP een wet aangenomen die het onderwijssysteem verandert in het voordeel van de islamisten. In essentie betekent dit dat de wet de toegang voor de universiteit regelt voor studenten die afkomstig zijn van religieuze scholen.

De religieuze scholen heten Imam Hatip’en werden oorspronkelijk gesticht om imams op te leiden voor de moskeeën van Turkije. Tegenwoordig worden ze door de seculiere gemeenschap beschouwd als opleidingscentra voor de radicale islam. De Imam Hatip geeft religieus onderwijs welke zeer verschilt van alle andere Turkse openbare scholen met hun seculiere waarden. De religieuze scholen accepteren zelfs meisjes die weigeren om hun hoofddoekjes thuis te laten vanwege het verbod daarop door de openbare scholen (het dragen van een hoofddoek is verboden in elke openbare instelling in Turkije).

Seculiere toeschouwers geloven dat de nieuwe wet deel uitmaakt van een subtiele islamistische strategie op lange termijn; de machtsposities in Turkije te grijpen door grote aantallen studenten te laten afstuderen met een religieuze achtergrond. Erdogan is zelf een afgestudeerde geweest van de Imam Hatip. Zijn dochter studeert in de Verenigde Staten waar het dragen van een hoofddoek legaal is.

Een tweede grote ontwikkeling die toeschouwers zorgen baart over de toename van de islamistische invloed in Turkije is het terugdringen van de macht van het leger. Het Turkse leger is altijd een steunpilaar geweest voor het secularisme sinds het moderne Turkije wed gesticht als seculiere staat in 1923 en heeft nauwe banden met Amerika. Het kwam in 1997 bijvoorbeeld uit de barakken en zette de regering af die verzaakte om de groei van het islamitisch fundamentalisme te stoppen.

Maar een wet die de vorige zomer werd aangenomen beperkte de politieke invloed van de Nationale Veiligheidsraad, die een zeer belangrijk lichaam vertegenwoordigde, tezamen met de president, premier, legerleider en hun adviseurs. Voordat deze wet werd aangenomen vervulde de Veiligheidsraad een beleidsmakende rol, het is nu alleen nog maar een adviserend lichaam geworden. Deze wet was bedoeld om Turkije in overeenstemming te brengen met de eis van de EU om de politieke rol van het leger te verminderen.

De AKP had waarschijnlijk weinig bezwaren om hieraan gehoor te geven. De leden van de AKP zijn zelfs begonnen om het leger te bekritiseren voor de jaarlijkse schoonmaak onder islamistisch geachte officieren. Hoewel ze niet gelukkig waren met de ontwikkelingen heeft het Turkse leger haar verminderde rol geaccepteeerd, omdat het zich realiseert dat het Turkse volk in meerderheid bij de Europese Unie wil behoren en ze dit lidmaatschap als een oplossing voor de economische problemen van hun land zien.

De vertegenwoordigers van het leger weigerden ook om een parlementaire bijeenkomst bij te wonen, die werd gehouden door de AKP woordvoerder, toen ze hoorden dat de vrouw van Erdogan de hoofddoek zou dragen. De vrouwen van de ministers van het kabinet mijden de staatsbijeenkomsten omdat ze bang zijn dat deze het leger en andere secularisten voor het hoofd zouden stoten.

Turkse secularisten kijken ook met bezorgdheid toe dat de AKP mensen met islamistische neigingen aanstelt in machtsposities. De AKP-regering heeft tevens een bericht gezonden aan de Turkse ambassades in het buitenland om organisaties met islamistische agenda’s te ondersteunen.

Hoewel er een angst bestaat ten aanzien van het leger, de Turkse grondwet en het verlangen naar lidmaatschap van de Europese Unie, zal dit een openlijke islamisering van de Turkse samenleving voorkomen. Want de AKP heeft geen behoefte om het zelfde lot te ondergaan als dat van de regering van 1997. Maar de wetten die de AKP nu aanneemt zouden over een bepaalde periode een politieke instelling produceren die het landschap van het Midden-Oosten zal veranderen en helaas niet ten goede.

Stephen Brown

Stephen Brown is Canadese journalist en is afgestudeerd Oost Europa-wetenschapper