Wednesday, 25 August 2004

“Europese Grondwet? Goed idee!”


‘Meerderheid is voor Europese grondwet’ kopte NRC Handelsblad in de weekenduitgave van 20 en 21 september jongstleden. Ruim 50% is vóór een Europese grondwet, zo blijkt uit een onderzoek van het bureau Intomart onder 500 mensen. Prima, zou je zeggen, als de Europese grondwet er komt is het goed dat het merendeel van de Nederlanders er achter staat.

Omdat mensen zeggen voorstanders te zijn van de grondwet zou je verwachten dat ze hebben gekeken naar de voor- en nadelen en tot de conclusie zijn gekomen dat de genoemde grondwet per saldo een verbetering betekent ten opzichte van de huidige situatie. Maar wat blijkt uit hetzelfde onderzoek? Mensen hebben eigenlijk geen idee wat de genoemde grondwet inhoudt en geven dat zelf ook aan. Zo denkt ruim 27% van de ondervraagden, ten onrechte, dat de Europese grondwet de nationale zal vervangen. Maar het is helemaal bijzonder dat bijna 80% van de ondervraagden zegt niets “niets tot zeer weinig” van de inhoud van Europese grondwet te weten!

Op zichzelf is het niet zo verrassend dat mensen zo weinig van de Europese grondwet weten. Veel mensen weten immers ook niet wat de nationale grondwet inhoudt. (Ze denken dan dat de rechten die daarin staan, zoals het verbod op discriminatie en de vrijheid van meningsuiting, rechten zijn die tussen burgers onderling gelden. Nu kúnnen deze rechten inderdaad tussen burgers onderling werken-wat ‘horizontale werking’ wordt genoemd-maar dat is slechts in incidentele gevallen zo. In eerste instantie geven de rechten aan op welke terreinen overheidsinmenging niet is toegestaan.) Wat wél verrassend is is dat mensen, nu ze zelf al aangeven vrijwel niets van de Europese grondwet af te weten, er voorstander van zijn. Het lijkt logischer om te zeggen dat je ergens geen mening over hebt als je er niets van afweet.

Een referendum lijkt een mooi iets-een echte democratische manier van besluitvorming. Maar het is de vraag wat je ermee opschiet als de mensen die op die manier inspraak krijgen geen idee hebben waar ze het over hebben. “Ja,” zeggen mensen dan “maar dat is democratisch en Winston Churchill zei al dat democratie misschien geen goed systeem is, maar dat het wel het minst slechte systeem is dat we hebben.” Dat heeft Churchill inderdaad gezegd. En hij heeft ook gezegd dat een gesprek van vijf minuten met de gemiddelde kiezer het beste argument tégen democratie is. Als dat gesprek was gevoerd met een van de mensen die in het genoemde onderzoek van Intomart zeiden voorstanders van de Europese grondwet te zijn terwijl ze erkenden dat ze er niets van afwisten, kun je Churchill daarin geen ongelijk geven.

René van Wissen

Deze column is eerder (22-09-2003) op meervrijheid.nl (http://www.meervrijheid.nl) verschenen.