Monday, 13 September 2004

De emissies van de Europese Unie


Iedereen die begaan is met de vrijheid en welzijn in het toekomstige Europa, zou iedere keer weer bezorgd moeten zijn als de Europese Commissaris voor Milieu, Margot Wallström, haar mond weer eens open doet.

Op woensdag 7 juli, keurde de Europese Commissie vijf nationale plannen goed die betrekking hebben op de handel in emissierechten voor energie-intensieve industrieën. Denemarken, Ierland, Nederland, Slovenië en Zweden kunnen zich nu op de borst slaan dat ze de niet zo benijdenswaardige status mogen voeren van meest vooruitstrevende naties die de weg hebben ingeslagen welke onherroepelijk zal leiden naar economische zelfmoord. De bedoeling is dat landen als Oostenrijk, Groot-Brittannië en Duitsland zich binnenkort hierbij aan zullen sluiten.
“Het besluit”, zei Wallström, “laat zien dat we serieus bezig zijn met de politiek over klimaatverandering en dat we, zoals gepland, met de emissiehandel op 1 januari van het komende jaar een aanvang kunnen nemen.”

Wat dit betekent is dat 2005 wel eens het jaar kan worden waarin energieproductie, -consumptie en -distributie binnen Europa onder een soort socialistisch bewind zullen gaan vallen, waarbij alle belangrijke beslissingen hierover genomen zullen gaan worden door de Europese Commissie. De scheidend president, Romano Prodi, is zich hiervan terdege bewust. Tijdens een presentatie op de San Rossore International Meeting on Global Warming, dreigde hij de Verenigde Staten en Rusland, suggererend dat als zij het Kyoto Protocol niet ondertekenen, dit ernstige consequenties zal hebben. Hij ging er niet uitgebreid op in, misschien zich realiserende dat er weinig gedaan kan worden om de VS en Rusland onder druk te zetten om een klimaatpolitiek te implementeren die indruist tegen hun nationale belangen – en de EU heeft in ieder geval geen recht hen te dwingen. Prodi beschuldigde hen van “een gebrek aan politieke wil en verdeeldheid in stand te houden tussen de geïndustrialiseerde landen” voor het doen mislukken van de consensus over Kyoto.

Zelfs voor sommige EU-leden zijn Prodi en Wallström een doorn in het oog als het gaat over de toekomst van Kyoto. Nu de implementatie van het Europese Handelsschema dichterbij komt en steeds concreter wordt, beginnen steeds meer Europeanen zich te realiseren dat het Kyoto Protocol niet opgewassen is tegen een kosten/batenanalyse. Je hoeft geen antiglobalist of tegenstander van de vrije markt te zijn om te kunnen begrijpen dat het weinig zin heeft om vandaag de dag heel veel geld te investeren in de aanpak van een bedreiging die zich mogelijk pas voordoet over 100 jaar vanaf heden – en die mogelijk, als het puntje bij paaltje komt, in werkelijkheid nooit heeft bestaan.

UNICE, de organisatie die de Europese zakenwereld vertegenwoordigt, schoof haar kritiek over de Europese klimaatpolitiek van het duo Prodi/Wallströ niet onder stoelen of banken. “Eenzijdige actie door de EU om de Kyotodoelstellingen te verwezenlijken , kunnen de mondiale emissies van broeikasgassen – met het jaar 2012 in het vizier – met niet meer dan 1 procent reduceren”, zei UNICE-voorzitter Jürgen Strube. Tegelijkertijd zou het Europese concurrentiepositie drastisch reduceren en een aantal bedrijven zou, om te kunnen overleven, wel eens gedwongen kunnen worden te verhuizen naar landen met minder rigoureuze milieuregels en een lagere belastingdruk. Fabrizio D’Adda, voorzitter van het UNICE Industrial Affairs Committee (dat een actieplan gelanceerd heeft tegen de Europese klimaatpolitiek), staat op het standpunt dat de EU moet stoppen met haar eenzijdige krachtsinspanningen om aan de Kyotodoelstellingen te kunnen voldoen. De economische verliezen zouden zelfs wel eens in conflict kunnen komen met de milieuvoordelen die er mogelijk te halen zijn.

Een andere steen des aanstoots is Prodi, die in zijn eigen land, Italië, sterk onder vuur ligt. Italië is nog ver verwijderd van haar Kyotodoelstellingen: tot dusverre heeft het zelfs nog niet eens een nationaal actieplan kunnen indienen bij de Europese Commissie. Italië heeft samen met Griekenland een schriftelijke verklaring doen uitgaan – die blijkbaar door de Italiaanse milieuminister, Altero Matteoli en zijn collegaminister van Productie, Antonio Marzano, serieus wordt genomen – waarin verklaard wordt dat “volgende week” wel een plan opgestuurd zal worden. Maar Kyoto staat niet op de lijst van politieke prioriteiten in Italië. De regering van Silvio Berlusconi heeft momenteel te maken met misschien wel de moeilijkste periode in zijn bestaan tot nu toe. Forza Italia (de partij van Berlusconi) zakte bij de laatste Europese verkiezingen terug van 30 naar 20 procent; en de positie van Berlusconi’s minister van Economische Zaken, Giulio Tremonti, stond ter discussie bij de zogenaamde “bondgenoten”, de Nationale Alliantie en de Christen Democratische Unie: Tremonti’s voorgenomen belastingprogramma zal hoogstwaarschijnlijk de eindstreep niet halen. Als Berlusconi er niet in slaagt om belastingverlagingen door te voeren, dan betekent dat zijn politieke dood – en Kyoto betekent meer belastingen, meer wetsregels en hogere energiekosten, zowel voor elektriciteit en gas als voor benzine en dieselolie.

Als leider van links in Italië zou Prodi tot op zekere hoogte kunnen profiteren van Berlusconi’s problemen. Maar er zijn twee belangrijke zaken die hij niet uit het oog kan verliezen. Ten eerste; dat links, dat aan de macht was van 1996 tot 2001, niet in staat was om iets te doen aan de Italiaanse emissies (het Protocol werd formeel pas in 2002 geratificeerd). Ten tweede; als links de verkiezingen in 2006 wint, en alles blijft zoals het nu is, zal het opnieuw niet in staat blijken te zijn om iets te doen aan emissiebeperkingen. Dit komt omdat de Italiaanse economie zo zwak is dat het land zich eenvoudigweg niet kan veroorloven dat de bureaucratische kosten – inclusief de kosten van emissiehandel – nog verder de pan uitrijzen.

Wat voor Italië geldt, geldt evenzo voor de Europese Unie als geheel: de economische groei in 2003 bedroeg voor de eurozone slechts 0,4 procent. Wat de EU nodig heeft is meer marktwerking, meer groei en meer voorspoed: en zeker geen marktsocialisme.

Oorspronkelijk titel: The European Commission’s Emissions, door Carlo Stagnaro, gepubliceerd door Tech Central Station (TCS) op 26 juli 2004.

Vertaling door Stichting Klimaat