Thursday, 30 September 2004

EU doet te weinig aan fraude


De Europese Unie en de lidstaten pakken gerommel met landbouwsubsidies onvoldoende en veel te laks aan. De afgelopen dertig jaar is ruim 3 miljard euro aan subsidies ten onrechte uitgekeerd aan boeren en handelaars. Slechts een kwart daarvan is tot nu toe teruggevorderd of afgeschreven.

Dat blijkt uit een rapport van de Europese Rekenkamer.

Volgens het rapport keerde de EU tussen 1971 en 2002 in totaal 3,1 miljard euro ten onrechte uit in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Meer dan de helft van dat bedrag ging naar exportsubsidies en naar subsidies voor de fruit- en groentesector.

In het gemeenschappelijk landbouwbeleid is vastgelegd dat landen onrechtmatige betalingen van meer dan 4000 euro moeten melden aan de Europese Commissie en die gelden vervolgens moeten terugvorderen. Als invordering niet mogelijk blijkt, worden de bedragen afgeschreven. De EU draagt dan het verlies, tenzij er sprake is van duidelijke nalatigheid van de betrokken lidstaat.

Volgens de Britse rapporteur David Bostock verstrekken de lidstaten over het algemeen wel informatie over onrechtmatige betalingen. De mate waarin ze die terugvorderen loopt echter sterk uiteen. Italië is binnen de EU absolute koploper als het gaat om onrechtmatige betalingen. Dat land keerde de afgelopen dertig jaar 1735 miljoen euro aan subsidies ten onrechte uit. Volgens de Rekenkamer heeft Italië tot op heden slechts 10 procent terug kunnen halen. Ter vergelijking: Nederland zag kans 56 procent van de in totaal 84 miljoen euro aan te veel gedane betalingen terug te vorderen. Ook Ierland, Finland en Denemarken wisten het gros van de ten onrechte uitgekeerde toelagen terug te krijgen.

Dat de lidstaten zo weinig weten terug te vorderen komt onder meer doordat invorderingen worden opgeschort zolang rechtszaken lopen. Maar ook laksheid bij de lidstaten en de Europese Commissie spelen volgens de Rekenkamer een rol. De Europese Commissie heeft voorgesteld terugvorderingszaken na maximaal 6 jaar te sluiten. Oninbare gelden worden na die termijn afgeschreven, de betrokken lidstaat en de EU delen het verlies. Bostock vindt dat ‘een interessant voorstel’, omdat het lidstaten prikkelt meer werk te maken van terugvordering. Tot nu toe betaalt de EU het meest.

Door Hans Gertsen, correspondent Brussel

Dit artikel verscheen eerder in BN de Stem.