Monday, 1 November 2004

De wieg van de Europese Belastingrebellie: Estland


Op een recente bijeenkomst van het ECOFIN in Nederland, Scheveningen, kwamen Europese ministers van financiën met elkaar in conflict over de Frans-Duitse voorstellen om de bedrijfsbelastingen van de EU te harmoniseren om te voorkomen dat leden met lage belastingen investeringen weglokken bij leden met hoge belastingen. Met name de Franse en de Duitse overheden pleiten voor minimale belastinggrenzen in de gehele EU.

Om een grotere transparantie te bewerkstelligen en administratie makkelijker te maken voor Europese bedrijven, heeft de Europese Commissie voorgesteld om de basisregels voor het berekenen van bedrijfsbelastingen te harmoniseren in de 25 lidstaten. Maar de Commissie is sterk gekant tegen alle voorstellen om het recht te elimineren van individuele landen om hun eigen belastingniveaus vast te stellen. Dit standpunt wordt ondersteund door Engeland, Ierland en nieuwe EU-leden in Oost Europa. Frits Bolkestein, tot voorheen Europese Commissaris verantwoordelijk voor de belastingen van de interne markten en douanekwesties, ondersteunt concurrentie in fiscaal beleid: “Belastingen in Europa zijn te hoog en vertegenwoordigen een bedreiging voor economische ontwikkeling.” De Britse Kanselier Gordon Brown, de felste tegenstander van het Frans-Duitse initiatief, sprak zich op eenzelfde wijze uit, en was vastbesloten dat hij weerstand zou bieden tegen ieder harmonisatie. “We geloven dat belastingconcurrentie het beste systeem voor de toekomst is … we zullen geen enkele verandering in de richting van belastingharmonisatie ondersteunen” zei hij in Scheveningen.

Maar sommige grote Europese landen zijn het hier niet mee eens. Zij zien de lage (bedrijfs-)belastingtarieven als een bedreiging, niet alleen voor investeringen, maar voor de verzorgingsstaat in het algemeen. De Franse minister van financiën Nicholas Sarkozy, een mogelijke Franse Presidentskandidaat voor 2007, is zelfs zover gegaan door te beweren dat als de nieuwe lidstaten rijk genoeg zijn om belastingen laag te houden, ze niet miljarden Euro’s in structurele hulpfondsen zouden moeten krijgen van de oudere leden. Door dat te zeggen was hij eerdere uitspraken aan het herhalen, uit Mei, van de Zweedse Minister President Göran Persson en de Duitse Kanselier Gerhard Schröder, die klaagden dat de rijken niet genoeg belast worden in de nieuwe lidstaten.

Natuurlijk hebben deze uitspraken een felle ontkenning door de nieuwe leden geprovoceerd, waaronder Polen, Hongarije, de Tsjechische Republiek, Slowakije en Estland. Om dit standpunt te ondersteunen heeft de nieuwe Europese Commissie ook de Franse voorstellen ondergraven, door te zeggen dat het ieder verband tussen belastingniveau’s en structurele hulp afwees.

De nieuwe lidstaten willen graag het economische wonder van Ierland herhalen. Toen Ierland lid werd van Europa in 1973, was het inkomen per hoofd slechts 62% van het gemiddelde van de EU; in 2002 was het 121%. Door belastingen en het aandeel van de staat in de economie te reduceren, waren de Ieren in staat om hun toegang tot de EU-markt te exploiteren, en een massieve instroom van buitenlandse directe investeringen aan te moedigen. In 1998 maakten Amerikaanse multinationals voor 70% deel uit van de Ierse exporten. Het maximale belastingtarief voor bedrijven, ooit meer dan 40%, ligt nu op 12.5%; het staatsaandeel in het BNP dat 54% in de jaren 1980 besloeg, is gezakt naar 33%. Werkloosheid is minder dan 5%.

Maar naast Ierland hebben de nieuwe lidstaten een ander rolmodel in hun eigen gelederen, met successen die zij graag willen opvolgen: Estland!

Hoe Het Allemaal Begon

Toen hij zijn coalitie naar een verkiezingsoverwinning bracht in de herfst van 1992, verzamelde de ‘gouden jongen’ van de Estlandse politiek, de op dat moment 32-jaar oude Mart Laar, een jonge regering om veel van de moeilijkste schoktherapiehervormingen’ door te voeren, begeleid door een extreem liberale economische visie. Mart Laar[*] was een geschiedkundige met een beperkte kennis van economie. In de afwezigheid van een “handleiding” over hoe men een planeconomie in een vrijemarkteconomie transformeert, moest hij zich baseren op een aantal fundamentele economische basisgedachten, zoals het idee dat lagere belastingen zullen leiden tot hogere overheidsinkomsten. Dit idee bestond al enige tijd – vele eeuwen en misschien zelfs millennia. Maar pas in de jaren zeventig werd het nieuw leven ingeblazen, toen de Amerikaanse econoom Arthur Laffer, terwijl hij in een restaurant zat en het mechanisme erachter uitlegde aan een vriend, een grafiek op een doekje tekende, die later wereldberoemd zou worden als de Laffer curve. Ook al werden bescheiden belastingverlagingen daarna populair, het idee is nooit op een radicale manier in de praktijk gebracht. Het was Estland die de bal aan het rollen bracht met een vlakke inkomensbelasting van 26 procent. De filosofie achter een vlak tarief is simpel. Mensen die meer werken en meer verdienen moeten er niet voor worden gestraft. Progressieve belastingen gedragen zich als een negatieve prikkel. In Estland droeg een vlak belastingtarief bij tot kapitaalformatie, leidde tot hogere productiviteitsniveaus, hogere lonen, en banenschepping. Bovendien is een vlak belastingtarief makkelijker te verzamelen en te controleren. Vandaag dat Estland zelfs een verdere verlaging in het belastingtarief aan het overwegen is, naar 20%

Bovendien heeft Estland alle importtarieven afgeschaft, heeft ze een door de wet vereiste gebalanceerde begroting geïntroduceerd en massieve dereguleringen. Estland heeft ook de bedrijfsbelasting op herinvesteerde winsten afgeschaft. Deze lessen zijn vervolgens gretig geabsorbeerd in andere nieuwe lidstaten. Nu hebben Polen, Hongarije, en Letland alle hun bedrijfsbelasting naar onder de 20% verlaagd. Slowakije heeft een 19% vlakke belasting geïntroduceerd voor zowel bedrijfs- als persoonlijk inkomen; ook al overstijgt het in de oude lidstaten vaak 30 procent. In Duitsland is het tarief bijna 40%, en in Zweden varieert het tussen 30 en 60 procent.

In het economische beleid heeft Estland de liberale ideeën van Milton Friedman opgevolgd. Zoals Mart Laar opmerkte: “Vooral in een overgangsland, waar de economie van een overheidsgecontroleerde systeem naar een marktgebaseerd systeem moet bewegen, is het heel belangrijk om het private initiatief te bevrijden en het vrijheid van handelen te geven om economische waarde te scheppen. De overheid moet ondernemende mensen niet straffen; ze moet hen aanmoedigen, ook door het belastingsysteem. De overheid moet alleen eerlijk spel garanderen.”

Dit klinkt beduidend anders dan het denken dat een aantal landen van het ‘oude Europa’ lijkt te overheersen.Voorstellen om belastingen te harmoniseren wekken beelden op van belastingkartels met minimale belastingniveaus, die de belastingbetaler uitpersen en economische prikkels vernietigen.

De Wind van de Vrije Markt, Waaiend Vanuit het Oosten

Mart Laar: “[...] Als het ‘oude Europa’ effectief wil concurreren met het ‘nieuwe Europa’, moet het de belastingen verlagen en het sociale-verzorgingsstelsel herzien dat wordt ondersteund door hoge belastingen. Tien jaar geleden werd Estland het eerste land in Europa dat een vlak tarief voor proportionele inkomensbelasting introduceerde, een beleid dat ontworpen was om onze mensen energie te geven en groei te stimuleren. Het was een groot succes. Letland en Litouwen volgden, daarna Rusland, Oekraïne, en nu Slowakije. [...] Het lijkt zeer goed mogelijk dat binnen vijf jaar heel Centraal en Oost Europa naar een vlak tarief voor inkomensbelastingen zullen bewegen.”

Mart Laar legt uit dat de verzorgingsstaat als een kernonderdeel beschouwd wordt van de Europese identiteit, ondank de negatieve invloed ervan op Europese concurrentie, en ondanks het feit dat het op de lange termijn onstabiel is. Minister president Göran Persson en de Duitse Kanselier Gerhard Schröder hebben geklaagd dat de rijken niet hoog genoeg word
en belast in de nieuwe lidstaten en streven ernaar om de macht van de EU in belastinggebieden uit te breiden, en het nationale veto weg te nemen in een aantal reguleringsgebieden. Maar Laar gelooft dat dit een negatieve invloed zou hebben op de nieuwe lidstaten.Het is zeer waarschijnlijk dat zulke bewegingen de interne problemen van huidige lidstaten zullen versterken en hun bovendien op een EU-niveau zouden verheffen, en de inspanningen zouden verzwakken van die economieën die hun concurrentiepositie hebben verbeterd door radicale hervormingen – hervormingen die door ieder EU-comité en -expertgroep zijn voorgesteld gedurende het laatste decennium, maar die consistent zijn afgewezen door Europese leiders wegens binnenlandse politieke redenen.

Volgens Laar moet vergroting de katalysator zijn die uiteindelijk zijn visie zal doen prevaleren. De economische malaise van Europa moet worden doorbroken als Europa met globale rivalen wil concurreren. Het Continent heeft een duidelijke visie en een nieuwe agenda voor de 21ste eeuw nodig. Vergroting moet de prikkel bieden om deze agenda uit te werken en de impuls te herwinnen voor hervormingen. Nieuwe lidstaten zijn vandaag arm en dragen nog steeds de last van hun communistische erfgoed, maar als zij hun doorzettingsvermogen behouden en hun liberale aanpak en open economieën onderhouden dan kunnen ze niet alleen slagen in het verbeteren van hun eigen landen en economieën, maar ook in het injecteren van een nieuwe dynamiek en impuls voor hervormingen in heel Europa.

Wie zou zo’n 15 jaar geleden geloofd hebben dat de meest krachtige winden van de vrije markt uit het Oosten zouden waaien in plaats van andersom?

[*] Dhr. Laar was Minister President van Estland tussen 1992-1994 en 1999-2002. Hij is nu lid van het Europese Parlement.

Dit artikel verscheen eerder op TechCentralStation.

Vertaling door Libertarian.nl