Wednesday, 19 January 2005

Beschikt de Europese keuken wel over de juiste Kok?


Op 3 november jl. werd het rapport gepubliceerd van de EU High Level Group (HLG) onder leiding van Wim Kok, getiteld: Facing the Challenge. The Lisbon Strategy for Growth and Employment=. De Groep had de opdracht om een coherente pakket van maatregelen op te stellen gericht op de verwezenlijking van de zogenoemde Lissabon-strategie, van maart 2000. Hierbij hadden de Europese regeringsleiders de wens uitgesproken om van Europa de meest concurrerende en dynamische kenniseconomie van de wereld te maken met duurzame economische groei. Dit zou tot meer en betere banen en een hechtere sociale samenhang moeten leiden. Deze doelstelling zou in 2010 dienen te zijn bereikt.

Maar de HLG erkent dat de ervaringen tot dusver teleurstellend zijn geweest en dat er nog veel dient te worden gedaan om te voorkomen dat Lissabon synoniem wordt voor gemiste doelstellingen en niet ingeloste beloften. De HLG geeft toe dat Europa te maken heeft gehad met ongunstige externe ontwikkelingen (het uiteenspatten van de zeepbeleconomie, het opkomend terrorisme, Afganistan en Irak), maar daarnaast acht zij ook de EU-lidstaten verantwoordlijk voor het falen, omdat zij onvoldoende hebben gedaan hebben om de doelstellingen te verwezenlijken. De HLG vindt de ambities van Lissabon nog steeds juist, ja zelfs noodzakelijker zijn dan ooit om de uitdagingen het hoofd te kunnen bieden die voortvloeien uit de uitbreiding van de EU, de vergrijzing van de bevolking en de intensivering van de wereldwijde concurrentie. Zij zijn evenzeer noodzakelijk om de werkloosheid te verminderen.

De HLG erkent dat er geen toverformule is om de hogere groei en werkgelegenheid te creëren waaraan Europa behoefte heeft. Maar zij blijft van mening dat de Lissabon-strategie, zoals aangescherpt in het rapport, vooruitgang kan bevorderden.

Het rapport richt zich vooral op actie op de volgende terreinen:
- de kenniseconomie;
- de interne markt;
- het ondernemingsklimaat;
- de arbeidsmarkt;
- ecologische duurzaamheid.

Zal Europa in staat zijn om deze ambitieuze doelstellingen te verwezenlijken? Ik geloof er niets van. De diagnose lijkt mij niet zo slecht, maar de remedie deugt m.i. niet. Laat mij een paar voorbeelden geven om die indruk te onderbouwen.

De HLG erkent de belangrijke rol van ondernemersinitiatief. Tegelijkertijd acht zij Europa niet voldoende ondernemingsvriendelijk. Als belangrijkste hindernis voor ondernemers wijst de HLG op de overmatige regelgeving. Zij is van oordeel dat inmiddels een kritische grens is bereikt waarbij de voordelen van méér regels niet meer opwegen tegen de nadelen daarvan.

Daarbij dient echter te worden bedacht dat de roep om deregulering niets nieuws is. Dat is een bekend geluid dat gedurende de laatste tientallen jaren steeds weer opnieuw heeft geklonken. Tot op heden is dat echter altijd in retoriek blijven steken. Zal het dit keer anders zijn?

Wat betreft de arbeidsmarkt wijst de HLG erop dat het scheppen van werkgelegenheid essentieel is om een grotere sociale cohesie te bewerkstelligen en de (resterende) armoede in Europa te bestrijden. Bevordering van de werkgelegenheid is het middel bij uitstek om de gevolgen van de vergrijzing en globalisering te kunnen opvangen en om te zorgen dat de verzorgingsstaat betaalbaar blijft. Maar dat moet wel allemaal gebeuren volgens de principes van het specifiek Europese economisch en sociaal model waarin sociale dialoog en een >actieve arbeidsmarktbeleid= een belangrijke rol vervullen.

Maar werkt dat? Tot op heden niet zo best. Het is opmerkelijk dat met geen woord wordt gerept over het prijsmechanisme om het evenwicht tussen vraag en aanbod tot stand te brengen op markten, inclusief de arbeidsmarkt. Dat is vreemd want het is toch een cruciaal element van de markteconomie. Maar zoals de Zweedse econoom Assar Lindbeck ooit eens opmerkte: A market economy cannot function well if one of the most important markets, that for labour, is not allowed to function simply as a market, rather than as a tightly regulated administrative system. In plaats daarvan wordt er weer hoog opgegeven van de sociale dialoog. Tot op heden heeft die echter weinig opgeleverd. Zoals de ervaring leert, stuiten hoogstnoodzakelijke hervormingsvoorstellen in vele Europese landen, zoals Frankrijk, Duitsland en Italië, op hard verzet van de vakbeweging. In dit verband is het interessant vast te stellen dat minderheidsgroeperingen – die vaak minder dan een kwart van de werknemers vertegenwoordigen – er toch nog steeds in slagen om voorstellen van democratisch gekozen regeringen effectief te blokkeren, zulks ten koste van de belangen van de (zwijgende) meerderheid. In hun pogingen om hun verworven sociale rechten te beschermen vergeten zij gemakshalve dat voor de garantie van het sociale recht van de één er altijd een ander is die de rekening moet betalen.

Ook bevat het rapport van de HLG weer de plichtmatige adhesiebetuiging aan het Kyoto-Verdrag, waarbij de groep blijk geeft van een ernstige vorm van cognitieve dissonantie ten aanzien van de vele artikelen in wetenschappelijke tijdschriften die hebben aangetoond dat de wetenschappelijke basis van het verdrag niet deugt. In het bijzonder richt die kritiek zich op de zogenoemde hockeystick-grafiek van Mann et al, die in de rapporten van het IPCC (Intergovernmental Panel on Climate Change van de VN) een centrale plaats inneemt. Deze grafiek geeft een reconstructie van de oppervlaktetemperaturen op het Noordelijk halfrond over de laatste 1000 jaar. De curve laat een geleidelijke temperatuurdaling zien van het jaar 1000 tot ongeveer 1900 (de stok van hockeystick) om daarna snel te stijgen (het blad van de hockeystick). De curve is zeer suggestief, ja zelfs vreesaanjagend. Zij lijkt een waarschuwing in te houden dat de mens verantwoordelijk is voor de recente opwarming van de aarde die zonder precedent is. Maar deze grafiek bleek onjuist en tendentieus te zijn. De hockeystick biedt geen betrouwbare weergave van de temperaturen uit het verleden. Deze hebben veel grotere schommelingen vertoond dan de curve aangeeft. De implicatie hiervan is dat het debat tussen degenen die het huidige klimaatsverloop toeschrijven aan natuurlijke klimaatvariabiliteit enerzijds en de aanhangers van de menselijk broeikashypothese anderzijds weer geheel open ligt. Dus Kyoto áf door de zijdeur? Vergeet het maar! Dit geloofsartikel is tot dusver immuun gebleken voor wetenschappelijke weerlegging. Terwijl de HLG – m.i. terecht – overmatige regelgeving veroordeelt, blijft zij blind voor de nefaste werking van de regelgeving dat uit Kyoto zal voortvloeien.

Meer in het algemeen lijkt mij het ‘distinctive European model’ of Rijnlandmodel, waarvan de groep zo hoog opgeeft, niet de oplossing, maart het probleem. Met zijn royale voorzieningen, lijkt zij mij fundamenteel in strijd met economische dynamiek en flexibiliteit die de HLG zo vurig wenst te bevorderen. In geval van slagen is de beloning te gering; in geval van mislukking de prijs daarvan te laag. Europa mag dan gehecht zijn aan haar maatschappijmodel omdat dit hoogst gewaardeerde bescherming biedt. Maar van tweeën één. Indien Europa wenst vast te houden aan dit model, zal het daarvoor een prijs moeten betalen in de vorm van minder economische dynamiek en flexibiliteit. Naarmate de vergrijzing voortschrijdt, zal de prijs in termen van verloren groei steeds hoger worden.

In het verleden heeft het Westen, inclusief West-Europa, de hele wereld voorgehouden dat zij de markteconomie diende over te nemen. Het wordt hoog tijd dat Europa hetzelfde doet. Zo niet, dan moeten we ophouden krokodilletranen te plengen om het eeuwige achterblijven van de Europese economie bij die van Amerika en dienen we vaarwel te zeggen aan de lovenswaardige maar onhaalbare ambities van Lissabon.