Wednesday, 27 April 2005

Democratie versus Eurocratie


Alvorens er in 1979 voor het eerst rechtstreekse Europese verkiezingen werden georganiseerd waren de leden van het Europese Parlement afgevaardigden van de nationale parlementen. De reden om rechtstreekse verkiezingen te gaan organiseren was het versterken van de band tussen de kiezers en de gekozenen.
Anno 2005 kunnen we zo langzamerhand wel constateren dat er sinds 1979 geen vooruitgang is geboekt. Er is geen band tussen de kiezers en europarlementariërs en er is nauwelijks interesse in de Europese besluitvorming. Maar weinig mensen in Europa kennen een europarlementariër bij naam en de opkomst voor de Europese verkiezingen is traditioneel erg laag.
Aan de desinteresse voor Europa liggen verschillende zaken ten grondslag. Ten eerste hoort een volksvertegenwoordiger midden uit de samenleving te komen, hij vertegenwoordigt immers het volk. Uit cijfers van het Europese bureau voor de statistiek (Eurostat) blijkt dat maar 44% van de Nederlanders tevreden is met het functioneren van de Europese democratie. Ook blijkt uit deze cijfers dat 41% van de Nederlanders geen vertrouwen heeft in de Europese Unie.

Ten tweede hebben veel mensen vragen bij het overdragen van Nederlandse bevoegdheden aan de Europese instellingen. De Europese besluitvorming is voor de meeste burgers een ‘ver van mijn bed show’ en bezorgt maar weinigen een gevoel van betrokkenheid.

Ik denk dat er veel meer behoefte is aan een degelijke samenwerking tussen de Europese landen, dan aan een eenwording van Europa. De invoering van de euro is een goed voorbeeld geweest van doorgeslagen europeanisme. Nog steeds is de steun voor de euro in Nederland laag en doen politici net of er niets aan de hand is.
De meeste Nederlanders houden graag zicht op de politieke beslissingen en willen zich niet uitleveren aan een ondoorzichtige bureaucratie in Brussel. Uit een opiniepeiling van de Europese commissie blijkt dat 67% van de Nederlanders vindt dat justitie een taak van de nationale overheid is en 68% van de Nederlanders vindt dat het aanpakken van de vergrijzing niet thuishoort in Brussel.

Het is van belang dat er een maatschappelijk debat komt over welke zaken in Brussel thuishoren en welke zaken we als land zelf willen regelen. Niet op alle beleidsterreinen is het gunstig om verregaand samen te werken met andere Europese landen.
Onze politieke leiders zouden zich hard moeten maken voor een versterking van de Europese democratie. De burger wordt pas echt serieus genomen als Nederlandse bevoegdheden niet klakkeloos worden overgedragen aan Brussel, maar er een uitgebreide discussie plaatsvindt over de verdeling van bevoegdheden tussen Brussel en Den Haag.

Door Simon Terpstra