Thursday, 28 April 2005

“We hebben niet eens de kans om de Europese grondwet te verwerpen”


“Europa zegt niet wat het doet. Het doet niet wat het zegt. Europa zegt wat het niet doet. Het doet wat het niet zegt. Het Europa dat voor ons wordt opgebouwd is het Europa van de schone schijn…” Zo vatte de Franse socioloog en vrijbuiter Pierre Bourdieu het in 2000 samen.

Hij stelde Raoul Marc Jennar toen voor samen een boek te schrijven om de oogverblindende Europese mythe te doorprikken en om het verzet tegen “het Europa van de banken en de bankiers” uit het nationalistische vaarwater te trekken en het in een progressieve koers te duwen.

Pierre Bourdieu overleed op 23 januari 2002 op 71 jarige leeftijd. Raoul M. Jennar schreef inmiddels “Europe, la trahison des élites”, het boek dat Pierre Bourdieu zo graag had zien verschijnen(1). Het verdrag over de Europese grondwet, waarover de Belgen zich niet zullen kunnen uitspreken via een referendum, vindt geen genade in Jennars ogen, zij het ten dele om andere redenen dan diegene die Nova Civitas of gelijkgezinde verenigingen daartoe hebben. Hoe dan ook, het gesprek waarvan U hierna de geschreven neerslag vindt wilden we U – al was het maar te informatieven titel – niet onthouden.

Jennar is onderzoeker bij de Belgische niet-gouvernementele organisatie Oxfam-Solidariteit en de Franse ‘Unité de Recherche, de Formation et d’Information sur la Globalisation’ (URFIG). Hij weet in welke dichte mist de Wereldhandelsorganisatie (WTO) en de Europese instellingen graag functioneren.

Voor “Europe, la trahison des élites” ontving de auteur in november vorig jaar de prestigieuze prijs voor het beste essay van “Les Amis du Monde diplomatique”. In Frankrijk, waar er wel een referendum over de Europese grondwet komt, haalde Jennar zich de woede op de hals van de Parti socialiste en de ecologisten van “Les Verts”. “De voorstanders van een “ja” aan het verdrag over de Europese grondwet”, had Jennar geschreven, “zeker als ze uit de hoek van de sociaal-democratie en de groenen komen, schrikken er niet voor terug de bewuste verdragstekst te manipuleren. Zij lezen in deze tekst dingen die er niet staan en verzwijgen dingen die er wel staan…” (2).

In België komt er niet eens een volksraadpleging over de Europese grondwet. In Vlaanderen zijn de traditionele politieke partijen bang dat het Vlaams Belang van het referendum een propagandaslag maakt tegen de toetreding van Turkije tot de Europese Unie. Daardoor zou extreem-rechts een platform krijgen om massaal voor haar islamofobe ideeën te werven. In Wallonië toonde de voorzitter van de Parti socialiste, Elio di Rupo, zich een tegenstander van een referendum. Over de toekomst van België als federale staat wil hij de bevolking wel raadplegen, maar niet over Europa. “Dat is te gecompliceerd”, zei di Rupo op het Europees congres van de PS op 26 februari. Een referendum “moet een duidelijke vraag stellen, wat bij de Europese grondwet niet kan”, aldus de PS-baas. Europa en democratie…zij lijken nog altijd niet samen te kunnen gaan.

Raoul M. Jennar: Van zodra het om Europa gaat, merk je dat alle democratische plichtplegingen ineens verdwijnen. Al zevenenveertig jaar klaagt men steen en been over “het democratische deficit van Europa”. We hebben vijf Europese verdragen achter de rug. Het verdrag over de grondwet, dat nu voorligt, is het zesde. Buiten wat kleine en eigenlijk marginale veranderingen, onderneemt Europa niets om haar instellingen echt democratisch te maken. Het systeem blijft wat het is: de Commissie stelt voor en de ministerraad beslist. Maar de Commissie noch de ministerraad zijn politieke verantwoording verschuldigd aan de Europese burgers of het Europese parlement. Het blijft onmogelijk om de uitvoerende macht in Europa – de tandem Commissie-ministerraad – te controleren. Vandaag legt men ons een verdrag op dat kracht van grondwet heeft. In artikel zes staat immers dat de Europese grondwet voorrang heeft op de wetgeving en het recht van de lidstaten. De procedure om deze tekst in België te laten goedkeuren is gebaseerd op de ontkenning van de democratie. In dit land hebben we een voorzitter van een socialistische partij, die in Porto Alegre het Wereld Sociaal Forum bezoekt en de loftrompet steekt over de participatieve democratie in deze Braziliaanse stad. Di Rupo is te gast op de Europese Sociale Forums, waar hij aan iedereen vertelt dat hij achter de standpunten van de andersglobalisten staat. Maar hij is wel één van de mensen die weigert de Belgen te raadplegen over een onderwerp dat hun toekomst en die van de komende generaties grondig zal veranderen. Zoiets stuit me vreselijk tegen de borst. Ik vind het revolterend hoe de Belgen over zo’n fundamenteel onderwerp monddood worden gemaakt.

Bovendien zijn de volksvertegenwoordigers en senatoren van het Belgische federale parlement niet eens verkozen om zich over een grondwet uit te spreken. Wij hebben in België wel wat ervaring met grondwetswijzigingen. Sinds 1970 is de Belgische grondwet vier maal herzien. Een grondwet kan je echter niet wijzigen als er op voorhand geen verkiezingen zijn geweest. De wetgevende macht moet met andere woorden grondwetgevende bevoegdheden hebben gekregen. En dat is hier duidelijk niet het geval. De parlementsleden hebben deze bevoegdheid niet, maar ze gaan ons wel een Europese grondwet opleggen. En deze Europese grondwet heeft een niet onbelangrijk gebrek: louter vormelijk is dit zelfs geen grondwet. In de tekst staan zeer veel dingen, die men in geen enkele grondwet zal aantreffen. De tekst is onleesbaar en sterk ideologisch gekleurd.

Dat is voor een deel het argument waarmee Elio di Rupo schermde om een referendum af te wijzen. Dit is een te complexe materie. Een referendum moet de burgers een heel duidelijke vraag voorleggen…

Raoul M. Jennar: Dit argument snijdt geen hout. Politiek is op de eerste plaats pedagogie.Op het einde van de negentiende eeuw was het ook een zeer complexe materie om aan ongeletterde arbeiders uit te leggen dat het algemeen stemrecht heel belangrijk was. Maar de Belgische Werkliedenpartij – de voorloper van de Parti socialiste – deed toen haar plicht en legde het aan de arbeiders uit. “Education populaire” heette dat toen. Maar de PS heeft hier geen boodschap meer aan. De partij legt zich liever neer bij de heersende tendens, die wordt bepaald door technocraten.Voor mij is dat onaanvaardbaar. De logica van deze redenering luidt het einde van de democratie in. De Europese grondwet is te gecompliceerd, de mensen zouden niet bij machte zijn zich hierover uit te spreken, dus stuur je de mensen maar wandelen en geef je alle macht aan diegenen, die de grondwet wel verstaan. Het klopt dat deze tekst niet eenvoudig, niet bondig en zelfs onbegrijpelijk is. Op zich is dat al een reden om hem te verwerpen. Maar dan moet ik wel de mogelijkheid krijgen om hem te verwerpen.

In Frankrijk heeft de andersglobalistische beweging ATTAC de oefening gemaakt. De tekst van de Europese grondwet staat vol termen, die men in een normale grondwet niet zal lezen. Het woord ‘bank’ staat er 179 keer in. ‘De markt’ komt 88 keer voor in de tekst, concurrentie 29 keer, handel 23 en kapitaal ook 23 keer. Het lijkt wel één groot ideologische, neoliberaal traktaat.

Raoul M. Jennar: Dat is het ook. Het woord ‘markt’” staat er inderdaad 88 keer in, de term ‘sociale markteconomie’ welgeteld één keer. De Europese economie zou een echte markteconomie zijn, waar de vrije concurrentie volop speelt. In werkelijkheid wordt de concurrentie constant vervalst. De markteconomie, zoals we die vandaag in Europa kennen, verschilt totaal van de markteconomie, zoals we die na de bevrijding in 1945 kenden. Dat was een economie die omkaderd en gereglementeerd was. In die economie was er plaats voor het sociaal recht en dus ook voor het fiscaal recht, want zonder fiscaal recht kan er geen sprake zijn van sociaal recht, is er ge
en sprake van milieurecht. En dat is nu het grote probleem met deze Europese grondwet: het is een louter neoliberaal programma. Artikel 5 van de tekst beperkt de rol van de staten. De Europese Unie erkent de belangrijkste functies van de staat, meer bepaald de vrijwaring van de territoriale integriteit, de landsverdediging en de binnenlandse veiligheid, zo staat er. Over de regulerende rol, de herverdelende rol van de staat wordt niet langer meer gepraat. De staat heeft alleen nog een rol op het vlak van de veiligheid: law and order wordt de minimalistische opdracht van de staat. En daaruit vloeit de hele opvatting voort over de markteconomie, die niets meer van doen heeft met de traditionele Europese waarden, maar volledig is afgestemd op de principes die van kracht zijn binnen de Wereldhandelsorganisatie (WTO). De verdragstekst is een echte neoliberale catechismus. De tekst heeft het over de belemmeringen die aan de vrije concurrentie worden opgelegd. En wat zijn die belemmeringen dan? De sociale rechten, de fiscale verplichtingen, de nationale wetgeving waarmee de staten voor een bepaalde vorm van sociaal-economische ontwikkeling, voor een bepaalde vorm van investeringsbeleid kiezen.

Stel even dat een meerderheid van de burgers in één van de lidstaten de verdragstekst van de Europese grondwet verwerpt…

Raoul M. Jennar: In Spanje is er een referendum geweest, maar men heeft er wel nagelaten de bevolking degelijk in te lichten. Er zijn landen, waar de burgers niet het zwijgen wordt opgelegd. In negen landen, bijvoorbeeld in Frankrijk en Nederland, zullen zij zich bij referendum kunnen uitspreken. Zelfs het Groot-Hertogdom Luxemburg organiseert een referendum en zet de Belgen hiermee een neus. Als in één van de lidstaten het aantal nee-stemmen meer dan vijftig procent bedraagt – zeker in één van de grote lidstaten, die mee de Europese Unie hebben opgericht – dan komt er geen grondwet. Maar gesteld dat het aantal nee-stemmen belangrijk is, maar net geen vijftig procent vertegenwoordigt, hebben we wel een Europese grondwet. Maar het zal dan een grondwet zijn waarover de Europese bevolking diep verdeeld is, terwijl een grondwet nu precies de bedoeling zou moeten hebben de mensen te verenigen. Een grondwet verenigt de burgers, maakt uitsluiting van extreme denkbeelden en brengt de mensen samen. Wat er ook gebeurt, of het nu ja of nee wordt, deze tekst zal de Europeanen diep verdelen. Er bestaat in ieder geval geen consensus over deze tekst.

Het democratisch deficit, zoals jij dat noemt, de ondemocratische werking van de Europese instellingen zijn in de verdragstekst verankerd.

Raoul M. Jennar: Absoluut. In de tekst staat duidelijk dat de wetgevende actie in de Europese Unie alleen maar kan uitgaan van de Europese Commissie. Dat is niet nieuw, we kennen dat al sinds het Verdrag van Rome van 1957. Dat systeem wordt niet gewijzigd. Zelfs de Europese ministerraad kan geen voorstellen doen. De Europese Commissie heeft een machtsmonopolie. Als de ministerraad een tekst wil voorstellen, moet hij eerst bij de Commissie aankloppen. Alleen de Commissie kan voorstellen doen. Zelfs het Europese parlement heeft een heel beperkte wetgevende functie. Het parlement kan zich alleen maar over teksten uitspreken, die door de Commissie zijn ingediend. Het parlement kan dergelijke teksten maar wijzigen als de Commissie en de ministerraad het ermee eens zijn. Er is weliswaar een kleine stap vooruit gezet: het aantal materies waarover het parlement kan debatteren is uitgebreid van 32 tot 80. Maar dat neemt niet weg dat op het einde van de rit de Commissie en de ministerraad het allerlaatste woord hebben. Als dit akkoord er niet is, staat het parlement voor de simpele keuze: ofwel stemt het in met de tekst van de Commissie en de ministerraad, waardoor het zichzelf degradeert tot een praatbarak, die alleen maar ja mag knikken; ofwel zegt het parlement nee. Maar de geschiedenis leert ons dat dit maar zeer zelden gebeurt, omdat er zo’n overweldigende rechtse meerderheid bestaat in het parlement, een meerderheid van rechtse en linkse liberalen eigenlijk. Er is geen meerderheid in het Europees parlement zonder de steun van de groep van de Socialistische Europese Partij. Elke meerderheid in het Europees parlement staat of valt met de steun van de sociaal-democratie. En het Europee parlement zegt meestal ja, ook al is er geen akkoord over de teksten. In de vorige legislatuur (1999-2004) heeft het Europees parlement maar twee keer nee gezegd: een keer over een voorstel met betrekking tot de havenarbeiders en een keer over het octrooirecht inzake computerprogramma’s.

Eén van de fundamentele kritieken die u op de Europese constructie geeft in uw boek ‘Europe, la trahison des élites’ is de volgende: Europa meet zich voortdurend een imago aan van vrijgevigheid ten opzichte van de ontwikkelingslanden. Europa is met andere woorden solidair met de armen van onze planeet, terwijl de Verenigde Staten een bikkelhard houding aannemen. Tegelijk tonen de Europese beleidsmakers – zoals de vorige Commissaris voor Handel, de Franse sociaal-democraat Pascal Lamy – zich binnen de Wereldhandelsorganistie (WTO) als zeer agressieve voorstanders van de nieuwe neoliberale orde.

Raoul M. Jennar: Niemand kan er omheen: het artikel 314 bestaat en daarin staat dat Europa dezelfde missie heeft dan de WTO, namelijk het wegwerken van elk obstakel dat de vrije handel kan belemmeren, van elke beperking op buitenlandse investeringen. Met andere woorden de verdragtekst voor een Europese grondwet geeft de Europese Commissie een blanco cheque om het beleid van de WTO uit te voeren. In de tekst van het laatste Europese verdrag, het verdrag van Nice, stond dat er binnen de Europese Unie unanimiteit moest zijn als er onderhandeld wordt binnen of buiten de WTO over het gezondheidsbeleid, onderwijs, sociale diensten of cultuur. Die unanimiteit was een belangrijke bescherming. In de verdragtekst voor de Europese grondwet wordt die unanimiteit losgelaten. Ze is alleen nog vereist als één van de lidstaten kan aantonen dat de culturele diversiteit bedreigd wordt of als er een risico bestaat voor de organisatie van de gezondheidsdiensten, het onderwijs, de maatschappelijke diensten. Met andere woorden in de grondwet staat dat mogelijke slachtoffers in de toekomst moeten kunnen bewijzen dat ze bedreigd worden.

De voorstanders van de Europese grondwet gebruiken vaak de vreemdste argumenten. We leven in een unipolaire wereld, die door de Verenigde Staten wordt gedomineerd. We hebben dus een sterk Europa nodig. En niet zonder demagogie voegen ze er dan aan toe: nee stemmen is een overwinning voor George W. Bush.

Raoul M. Jennar: (boos) “Tarte à la crème et poudre aux yeux,” zeggen wij in het Frans. Dat is de mensen echt zand in de ogen strooien. Wat stelt men ons voor om tot een sterk Europa te komen? Men gaat een Europese minister van Buitenlandse Zaken benoemen, een Europees bewapeningsagentschap oprichten, en tegelijk zegt men dat de NAVO het kader blijft om een gemeenschappelijke defensiepolitiek te voeren. Maar van de 25 lidstaten van de Europese Unie zijn er zes geen lid van het atlantisch bondgenootschap: Finland, Zweden, Oostenrijk, Ierland, Cyprus en Malta.Voor de andere lidstaten is de NAVO de instantie voor een gemeenschappelijke Europese defensie. Maar wie is opperbevelhebber van de NAVO? Een hoge officier van de strijdkrachten van de Verenigde Staten. En wie is de overste van elke hoge Amerikaanse officier? De president van de Verenigde Staten, George W. Bush. Dat is de realiteit van het Europees defensiebeleid.

En hoe staat het met de Europese buitenlandse politiek? Men praat zeer veel over de noodzaak van een sterke Europese aanwezigheid in de wereld. Europa is economisch zeer uitgesproken aanwezig in de wereld, helaas niet als een vrijgevig, altruïstisch Europa. Het is niet omdat Europa één van de grootste donors is – althans in absolute cijfers – van de landen in het zuiden dat het noodzakelijk v
rijgevig en solidair is. Een eerste minister van een land uit het zuiden zei me ooit: “als Europa mijn land 100 euro geeft, komt er in feite maar 20 euro echt aan. De 80 andere euro’s gaan naar lonen van Europese experts, die mijn land trouwens nooit bereiken, want ze deze experts worden in hun land van herkomst uitbetaald, of naar uitrustingsgoederen, die we in Europa moeten aankopen.” Van die zogenaamde Europese generositeit is ook weinig te merken tijdens de onderhandelingen binnen de WTO, waar Europa zich zeer agressief opstelt.

En hoe staat het dan met de politieke aanwezigheid van Europa in de wereld? Wat stelt men ons voor? Men wil Javier Solana benoemen tot Europees minister van Buitenlandse Zaken.

Die dan een atlantistische politiek zal voeren…

Raoul M. Jennar: Precies, en het wordt met zoveel woorden gezegd: de NAVO is het referentiekader. Maar wat zal er echt veranderen de dag dat Javier Solana niet langer een door de Commissie gecoöpteerd diplomaat is, maar het bordje met de titel ‘minister’ op de deur van zijn kantoor mag hangen? Niets. Het maakt weinig uit of Europa een nieuwe post van minister van Buitenlandse Zaken creëert, als er geen eensgezindheid is over de buitenlandse politieke doctrine van de Europese Unie. Welke relaties wil Europa met de rijke landen: de Verenigde Staten, Japan, Canada en enkele andere? Welke relaties wil Europa met landen, die stilaan op het voorplan treden: Brazilië, India, Zuid-Afrika? Welke betrekkingen willen we met de andere landen van het Zuiden? Welke opvatting heeft Europa over de regeling van het Palestijns-Israëlisch conflict bijvoorbeeld? Heeft Europa daar een opvatting over? En zo ja, welke middelen heeft het om zo’n regeling in de praktijk om te zetten? Welke relaties willen wij met de landen van het Middellandse Zeebekken, dat toch onze bakermat blijft? Wij komen allemaal uit deze regio, door onze beschaving, onze cultuur en onze lange gemeenschappelijke geschiedenis.

Op al deze vragen blijft Europa het antwoord schuldig. Het verdrag over de Europese grondwet stelt geen internationale politieke doctrine voor die authentiek Europees is. In de tekst staat een verbijsterende opsomming van banaliteiten, die elke inwoner van Patagonië zonder de minste moeite zou kunnen onderschrijven. Echte keuzen staan er echter niet in de tekst. De huidige internationale politiek wordt beheerst door een zeer fundamentele kwestie: is men voor of tegen het concept van de preventieve oorlog. Dat is een cruciale vraag, omdat de preventieve oorlog in strijd is met het charter van de Verenigde Naties en met alles wat sinds 1945 op het vlak van de veiligheid gangbaar is. Over zo’n cruciale vraag is Europa echter diep verdeeld. Wat gaat meneer Solana als minister van Buitenlandse Zaken doen met 25 diep verdeelde lidstaten? Er is geen sprake van een gemeenschappelijke Europese politieke doctrine.

Europa wordt echter wel één van de belangrijke financiers van de militaire avonturen van Washington? De Europeanen passen bij in Afghanistan, in Irak… Europa betaalt de infrastructuur in de bezette Palestijnse gebieden, die daarop door de Israëlische generaals in puin wordt gelegd…

Raoul M. Jennar: Zo is het. Zelfs de voorstanders van de Europese grondwet geven toe dat het met de huidige verdragstekst die richting uitgaat. De Franse krant Le Monde schreef onlangs: “We gaan naar l’Euro-Amérique”. En dat zien we ook echt gebeuren: we stevenen in ijltempo af op een grote vrijhandelszone tussen Europa en Amerika. De Europese wetgevingen zullen zich moeten richten op het Amerikaanse model, zodat de Amerikaanse bedrijven niet langer verplicht zijn een Belgisch, Frans of Duits statuut aan te nemen om in alle vrijheid bij ons te kunnen opereren. Dat economisch programma, dit handelsbeleid is klaar en duidelijk ingeschreven in de verdragstekst voor de Europese grondwet. Op politiek vlak gaan we naar de onderwerping van Europa en die onderwerping zal grondwettelijk zijn vastgelegd.

Tegenstanders van de Europese grondwet hebben het niet gemakkelijk. Aan de ene kant worden ze verpletterd onder een berg demagogische argument pro. Aan de andere kant komen zij in niet al te fraai vaarwater terecht van extreem-rechtse, fascistische en nationalistische partijen, die zich tegen Europa keren. Hoe combineer je verzet tegen het Europa van bankiers, industriëlen en neoliberale goeroe’s met een duidelijke afbakening van dit soort ranzig en zwart nationalisme?

Raoul M. Jennar: Kijk eens, als we op dit ogenblik een nieuwe opleving van het nationalisme meemaken, is dat op de eerste plaats te wijten aan het feit dat de Europese droom, de Europese hoop werden verraden. Welk Europa heeft men ons voorgespiegeld? Een democratisch Europa. Een Europa dat weliswaar snel zou vooruitgaan naar de economische, financiële en commerciële integratie. Maar ook een Europa dat even snel vooruitgang zou boeken op het vlak van de democratisering van de instellingen, op sociaal vlak, op fiscaal vlak, op het vlak van de milieubescherming. En welk Europa hebben we vandaag? Een Europa met twee snelheden. Europa is zeer actief op economisch en financieel vlak, staat sterk in de wereldhandel, maar is volslagen verlamd op het democratische terrein, op het sociaal en fiscaal terrein, op het vlak van het leefmilieu.

Dat leidt uiteraard tot grote ontgoochelingen bij de Europeanen. Europa is niet geworden wat het zelf beloofd had. Europa zorgde niet voor meer gelijkheid. Europa schept vandaag zeer veel ongelijkheid. Het Europees beleid heeft geleid tot een werkloosheidscijfer, dat veel hoger ligt dan in de Verenigde Staten. Die werkloosheidsgraad aanvaarden we, omdat er nog steeds een maatschappelijk vangnet bestaat, maar dat wordt stilaan volledig opgeruimd. Europa leeft met een werkloosheid, die met twee cijfers moet worden uitgedrukt. En dat is uiteraard de voedingsbodem voor het nationalisme. Men kan moeilijk beweren dat er over de uitbreiding van het aantal lidstaten ernstig en grondig is nagedacht. De uitbreiding was allesbehalve een verdieping van Europa. En deze grondwet zal Europa vernietigen. In de landen met een sterke democratische traditie – landen die aan de grondslag lagen van de Europese Unie – steekt een belangrijke nationalistische stroming de kop op. Vele landen die zich nu bij Europa hebben aangesloten hebben geen democratische traditie. Deze landen hebben enorm veel hoop gesteld in Europa, maar de ontgoocheling is nu al zeer groot. In deze landen is er geen sprake van een diepe, sentimentele gehechtheid aan Europa, zoals we die kennen in de landen die Europa hebben opgericht. Zij zullen het kind met het Europese badwater weggooien als ze beseffen dat er van de grote beloften bij hun toetreding weinig in huis is gekomen en dat Europa alleen maar een markt is voor kooplui…

Door W. De Neuter

(Uitpers, nr. 63, 6de jg., april 2005)

(1) Raoul M. Jennar, ‘Europe, la trahison des élites’, Editions Fayard, Parijs, 2004, 251 blz., ISBN 2-213-61866-6, 18 euro.
(2) Raoul M. Jennar, “Constitution européenne: réponses aux éléphants qui trompent énormément”, http://www.urfig.org.

Dit artikel verscheen eerder op