Friday, 20 May 2005

De vijf stappen naar een Europese Federatie


“De Constitutie is de hoeksteen van een Europese Federale Staat”
-Guy Verhofstadt, Belgische Premier, Financial Times, 21 juni 2004.

“De EU grondwet is het geboortebewijs van de Verenigde Staten van Europa”
-Duitse Minister voor Europa Hans Martin Bury, Die Welt, 25 februari 2005.

Het belangrijkste dat het Grondwettelijk Verdrag voor Europa zou doen, is de huidige EU vervangen door een nieuwe Unie in de vorm van een Supranationale Federale Staat. Het zou ons voor het eerst werkelijke burgers van deze nieuwe EU maken en niet alleen in naam of voor de eer, zoals nu het geval is. Wij zouden deze EU-Federatie de primaire burgerplicht, namelijk te gehoorzamen aan zijn wetten, haar onze loyaliteit en onze trouw verschuldigd zijn.

De nieuwe Unie zou een zwakke staat worden en onrijp zijn. Het zou nog niet alle trekken van een volledig ontwikkelde Federatie hebben, zoals het duidelijkst tot uiting komt in de macht tot belastingheffing en de macht om haar lidstaten tegen hun wil tot oorlog te dwingen. Maar historisch gezien hebben alle klassieke Federaties zich op die wijze gaandeweg ontwikkeld. Men kan alleen burgers van een Staat zijn en de voorgestelde EU-Grondwet zou 450 miljoen Europeanen tot burgers van een nieuwe EU-Staat kunnen maken door middel van vijf logische wettelijke stappen:

1. Schaf de bestaande EU en de EG af:
Artikel IV-437, lid 1 herroept alle bestaande verdragen en schaft daarmee de EU en de EG af: “Bij dit verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa worden ingetrokken: het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en het Verdrag betreffende de Europese Unie, alsmede (…) het Protocol betreffende de Akten en Verdragen waarbij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en het Verdrag betreffende de Europese Unie zijn aangevuld of gewijzigd….”

2. Richt een nieuwe Europese Unie op, die gebaseerd is op een eigen Grondwet:
Artikel I-1 vervangt de bestaande EU door iets, dat grondwettelijk, wettelijk en politiek een hele nieuwe Unie zal zijn: “Bij deze Grondwet, die geïnspireerd wordt door de wil van de burgers en de Staten van Europa om een gemeenschappelijke toekomst op te bouwen, wordt de Europese Unie opgericht.” Dit zal duidelijk een andere EU dan de huidige zijn, ofschoon hij dezelfde naam heeft. Tegelijk zal Artikel IV-438, lid 1 de bestaande communautaire wetten en instellingen op de nieuwe Unie overdragen: “De bij dit verdrag opgerichte Europese Unie volgt de Europese Unie die bij het Verdrag betreffende de Europese Unie is opgericht, en de Europese Gemeenschap, op.”

3. Geef de nieuwe EU-Federatie machten:
Artikel I-6 zal het primaat van deze nieuwe EU-grondwet en wetten boven de Nationale grondwetten en wetten van de lidstaten verzekeren: “De Grondwet en het recht dat de instellingen van de Unie bij de uitoefening van de haar toegedeelde bevoegdheden vaststellen, hebben voorrang boven het recht van de lidstaten.”
Bovendien, zal Artikel I-1 van de Grondwet de nieuwe EU een coördinerende federale macht geven over alle beleidsterreinen waarop de Lidstaten de gemeenschappelijke doelstellingen hopen te bereiken: “De Unie coördineert het beleid van de lidstaten dat gericht is op het bereiken van die doelstellingen (i.e. de doelstellingen die ze gemeen hebben) en oefent op communautaire wijze de bevoegdheden uit die de lidstaten aan haar toedelen.” Conventievoorzitter Giscard d’Estaing heeft verklaard, wat uitoefening van EU-machten “op communautaire basis” betekent: “Het was niet de moeite waard negatieve opschudding bij de Britten teweeg te brengen. Ik herschreef mijn tekst waarbij ik het woord “federaal” verving door “communautair”, wat precies hetzelfde betekent.” Deze beleidsterreinen worden opgenoemd in Artikel I-3: “De Unie heeft als doel de vrede, haar waarden en het welzijn van haar volkeren te bevorderen (…).” en zijn zo alomvattend als maar mogelijk is.

4. Geef de nieuwe EU rechtspersoonlijkheid, zoals andere Staten die hebben; dit zal de nieuwe EU in staat stellen zichzelf als een Staat te gedragen in de internationale gemeenschap van Staten, verdragen tekenen met andere Staten, een President hebben, een Minister van Buitenlandse Zaken, een Openbaar Ministerie etc., evenals zijn eigen munt en Staatssymbolen, vlag, volkslied en jaarlijkse openbare feestdag, net als andere Staten.
Artikel I-7 luidt: “De Unie zal rechtspersoonlijkheid hebben.”
Aan de Staatssymbolen van de EU zal voor het eerst een keurige wettelijke basis gegeven worden door Art. I-8 van de Grondwet.

5. Maak ons hiermee tot werkelijke burgers van deze nieuwe EU-federatie:
Artikel I-10 (Het burgerschap van de Unie) zal ons dan voor het eerst werkelijke burgers van deze nieuwe EU-Federatie maken, die door de voorafgaande vier stappen is opgericht. Deze zal onze nieuwe wettelijke opperste Soeverein en Regering worden, waaraan wij de burgerlijke plichten van gehoorzaamheid en loyaliteit verschuldigd zullen zijn. Het artikel luidt: “Eenieder die de nationaliteit van een lidstaat bezit, is burger van de Unie (…). De burgers van de Unie genieten de rechten en hebben de plichten die bij de Grondwet zijn bepaald (…).

Dit is werkelijke burgerschap, niet een “zogenaamd” EU-burgerschap zoals nu het geval is. De huidige EU heeft geen reële burgers, want de EU heeft niet de constitutionele vorm van een Staat. Hij heeft niet eens eigen rechtspersoonlijkheid. De post-Grondwettelijke EU zal echter beide hebben. De pretentie, dat wij nu al EU-burgers zijn op een vage honorabele manier, zou kunnen dienen om de mensen te misleiden om te denken, dat het voorgestelde Grondwettelijk Verdrag geen werkelijke verandering in hun wettelijk-politieke status teweeg zal brengen, terwijl het dat wel degelijk fundamenteel zal veranderen. Ratificatie van het Verdrag vereist dat nationale grondwetten worden veranderd om dit te erkennen.

Supporters van het Grondwettelijk Verdrag betwisten, dat in de nieuwe EU zou vastliggen, dat de Lidstaten nog steeds het gezagsprimaat zouden hebben, omdat deze de machten aan de Unie zouden hebben overgedragen, onder het “bevoegdheidstoedeling” (Art. I-11).

Zij negeren het feit, dat dit juist de manier is, waarop klassieke Federale Staten historisch zijn ontstaan door kleine politieke eenheden die samenkomen en machten overdragen aan een hogere.

Het beste voorbeeld is het 19e eeuwse Duitsland. Anderen zijn de USA, Canada en Australië. Waar zou Brussel anders zijn machten vandaan halen, als zij niet van de Lidstaten afkomstig waren, net zoals de federale staten, waarvan de hoofdsteden het 19e eeuwse Berlijn, het huidige Washington, Ottawa en Canberra dit eerder deden ? In de laatste gevallen behoorden de politieke eenheden die samenkwamen echter geheel of grotendeels tot een natie of volk met een gemeenschappelijke taal, cultuur of geschiedenis. Hun sociale solidariteit werd hierdoor opgewekt, nadat hun bevolkingen zich hadden gevestigd. Dat gaf hun Staten een populaire democratische basis en daarmee een natuurlijke legitimiteit en autoriteit.
Dit contrasteert met de voorgestelde ambitie van de Grondwet om een nieuw land “Europa” genaamd, op te richten, dat georganiseerd is in een EU-Federatie, ondanks het werkelijke Europa, dat bestaat uit vele naties en volkeren, die hun eigen wetten wensen te maken en hun eigen regeringen wensen te kiezen.

De Lidstaten zouden toch hun nationale grondwetten onder de voorgestelde EU-Grondwet behouden, maar deze zouden niet langer grondwetten van soevereine landen zijn, maar van provincies, zoals Texas, Californie en New York die toch hun eigen grondwetten binnen de Federale USA behouden.

Het is werkelijk een unieke historische gebeurtenis, deze poging 25 Nationale Staten van Europa in een supranationale Federatie te incorporeren. De mensen kunnen dit als iets goeds of iets slechts beschouwen, als realiteit of misleiding, maar het zou zeker belachelijk zijn voor de opgeleide, politi
ek gesofisticeerde volkeren van ons continent te debatteren en te stemmen over de EU Grondwet zonder zich bewust te zijn, dat dit het centrale punt is, dat op het spel staat.

Anthony Coughlan, 12 mei 2005
Anthony Coughlan is Senior Lecturer Emeritus in Social Policy at Trinity College, Dublin, and secretary of the National Platform EU Research and Information Centre, Ireland

Referentie: www.grondweteuropa.nl

Vertaling: Harry Stulemeijer