Thursday, 26 May 2005

Het einde van de Grondwet is het begin van Europa


De eurocraten in Brussel en omstreken bereiken stilaan de collectieve zenuwinzinking. Het ziet er immers naar uit dat de Fransen op 29 mei en de Nederlanders op 1 juni de Europese Grondwet in referenda zullen verwerpen. Wat het hoogtepunt van Europese integratie had moeten zijn, dreigt roemloos te sneuvelen op het slagveld van de democratie. De mogelijke ondergang van de Europese Grondwet is echter niet die van de Europese Unie. Europese integratie kan alleen overleven indien ze voldoende doordesemt in de Europese publieke opinie. In die optiek is de Europese Grondwet “too little too soon” en verdient zij niet het imprimatur van de Europese burgers.

Terwijl alle media bij onze noorderburen en zuiderburen gloeien van de eurokoorts, is de Europese Grondwet vorige week nagenoeg geruisloos door het Belgische parlement gegleden. De apathie van de Belgische volksvertegenwoordiging is stuitend, zelfs met de verzachtende omstandigheid van een post-BHV-depressie. De Europese Unie beschikt over een enorme waaier bevoegdheden, van economie en monetair beleid over vervoer, handel en werkgelegenheid tot landbouw, milieu en consumentenbescherming. Meer dan zestig procent van alle nationale wetgeving wordt gedicteerd uit Europa, zonder dat de nationale parlementen ze kunnen amenderen. Zo een belangrijke soevereiniteitsoverdracht dwingt elke zichzelf respecterende democratie om de Europese Grondwet met de loep te onderzoeken.

Een nationaal gewetensonderzoek over de Europese Grondwet is ook noodzakelijk omdat Europa aan integratiemoeheid lijdt. Sinds de uitbreiding naar Oost- en Centraal Europa wordt de Europese eenmaking niet langer gepercipieerd als een win-win situatie voor alle lidstaten. Het nakende lidmaatschap van Turkije forceert voor velen de hand van de geschiedenis. De overtrokken heisa rond de dienstenrichtlijn “Bolkestein” heeft de ideologische neutraliteit van de Europese integratie definitief doorbroken. Na bijna vijftig jaar systematische uitbouw door een elite van nationale regeringsleiders en Europese technocraten, staat de Europese Unie op een kruispunt.

Doordat de Europese integratie steeds van bovenaf is doorgevoerd, mist zij de nodige democratische wortels in de diverse lidstaten. Jarenlange miskenning van de publieke opinie keert zich nu als een boemerang tegen de Europese Grondwet. Indien we de Europese eenmaking voor de toekomst willen redden, moeten we het tij keren en van onderuit bouwen op een Europese democratie. De Europese Grondwet kan die ambitie niet verwezenlijken.

De kerntaak van elke grondwet is de creatie van een duidelijk institutioneel kader voor een democratische rechtsstaat die de staatsmachten duidelijk scheidt en de burgers beschermt tegen de macht van de staat. De Europese Grondwet faalt hierin jammerlijk. Er bestaat immers geen politieke consensus over de institutionele blauwdruk van Europa. De enen dromen over een federaal model à la Verenigde Staten, de anderen zweren bij een confederale associatie van soevereine landen. De combinatie van beide visies geeft een Europese Unie met te weinig grondwettelijke structuur voor een federatie en te veel grondwettelijke bevoegdheden voor een confederatie.

Daardoor doet de Europese Grondwet precies het omgekeerde van een grondwet zou moeten doen. Zij beschermt niet de burger tegen de staat, maar stimuleert Europese staatsvorming langs labyrintische paden zonder democratische transparantie. Via de instelling van een feitelijke Europese president en minister van buitenlandse zaken en door het vergemakkelijken van de Europese besluitvorming, duwt de grondwet Europa nog verder richting superstaat en superbureaucratie.

Ook de macht van het Hof van Justitie, dat in het verleden meermaals eenzijdig de Europese eenmaking heeft gestuurd, wordt uitgebreid. Als het aan de Europese Grondwet ligt, zal een onaantastbare club rechters in Luxemburg voor heel Europa waken over de toepassing van cataloog zelfverklaarde “grondrechten”, waaronder het recht op kosteloos onderwijs, het recht te werken, het verbod van eender welke discriminatie, het recht op goede arbeidsomstandigheden, het recht op sociale zekerheid en het recht op milieubescherming. Dergelijke gekleurde grondrechten horen niet thuis in een grondwet die ideologisch neutraal moet blijven. Hun totale vaagheid geeft een vrijbrief voor moraliserende kruistochten door grillige rechters, opnieuw zonder democratische controle.

Het huis van de Europese integratie kreeg in de voorbije decennia vele verdiepen toegevoegd op wankele institutionele fundamenten. Grondwettelijke verankering is onwenselijk zolang de fundamenten niet uit het gewapende beton van rechtsstaat en democratie worden gegoten. De Europese Grondwet slaagt daarin onvoldoende. Zij bouwt verdiepingen bij zonder de fundamenten te kunnen vernieuwen. Daarom komt de grondwet te vroeg en doet zij te weinig.

Geen grondwet is ook beter dan een slechte grondwet. Het proces van de grondwetredactie werd gestart uit vrees dat de Europese Unie in haar bestaand kader volledig onbestuurbaar zou worden na de uitbreiding richting Oost- en Centraal Europa. Meer dan één jaar na die uitbreiding blijkt dit alvast niet geval. Eschatologische uitspraken over de dramatische “day after” de grondwetsverwerping zijn dan ook overtrokken. Een halfslachtige grondwet die niet levensnoodzakelijk is, is eigenlijk overbodig. De redactie van een pan-Europese grondwet is immers geen feuilleton met vele afleveringen. Zolang we het niet goed kunnen doen, doen we het beter niet.

De saga rond de Europese Grondwet heeft minstens één belangrijke verdienste. In vele lidstaten is de Europese eenmaking voor het eerst in de geschiedenis een voorwerp van nationaal democratisch debat. Indien de grondwet faalt, zal het er op aankomen de waakvlam van de democratie aan te houden. Wellicht zal de elite van regeringsleiders en eurocraten de afgewezen grondwet willen verkavelen om ze alsnog stapsgewijs te realiseren. Dat cynische scenario circuleert in de wandelgangen en werd al op deze pagina verdedigd (DS 24 mei). De opstoot van democratisch debat over de Europese Unie zal de hype van de grondwet moeten overleven indien zij de lange trend van de sluikse en sluipende Europese staatsvorming wil doorbreken. De referenda die het lot van de Europese Grondwet bezegelen, zijn pas het begin van een nieuwe Europese eenmaking op democratische leest.

Marc De Vos
Universiteit Gent en VUB