Tuesday, 19 February 2008

Grafrede voor het vrije welvarende Europa


De Europese Unie heeft in december 2007 een nieuw élan gevonden, en niet zozeer dankzij de ondertekening van het Hervormingsverdrag door de regeringsleiders van alle lidstaten, maar vooral door hun belofte om over deze “Europese Grondwet” géén referendum (meer) te organiseren. Enkel Ierland kan niet anders en moet grondwettelijk gewoon een referendum uitschrijven, maar de heisa ten tijde van het Verdrag van Nice met de massale pro-EU-campagnes op dat eiland indachtig, is ook dat referendum in Ierland eerder een technische formaliteit.

Het jaar 2007 zal de geschiedenis ingaan als het jaar waarin alle EU-lidstaten van hun nationale soevereiniteit afstand gedaan hebben ten voordele van het leger Eurocraten in Brussel dat geen last schijnt te hebben van het heersende democratische deficit of van ook maar de kleinste tempering in hun eizona ziekelijke drang om te “harmoniseren”, i.e. het wegvlakken van alle onderlinge verschillen op alle mogelijke vlakken tussen de EU-lidstaten. Hun doorzichtig einddoel, een nieuwe superstaat, en hun weinig verhulde middelen, de totalitaire trukendoos, zijn bekend. Het jaar 2008 wordt er één van de bevestiging, het jaar van de nederlaag van méér dan tweeduizend jaar westerse beschavingsevolutie.

De meesten onder jullie weten waarschijnlijk al wel dat ik een koele minnaar van de Europese Unie ben, en onmiddellijk zou tekenen voor een referendum over het Verdrag van Lissabon én zelfs voor het terugtrekken van België uit het Europese politieke project als dat zou moeten. Vrijhandel en vriendschap met alle volkeren hebben immers géén enkele nood aan ijdele visioenen van bepaalde zelfverklaarde maatschappijverlichters over een Europese defensie, een Europese diplomatieke dienst, een Europese belastingschaal, een Europese arbeidswetgeving en andere concepten die hun oorsprong vinden in dat Hervormingsverdrag.

Het obligate tripje van Brussel naar Lissabon voor de ondertekening typeert als geen ander het zonnekoninggehalte van de Eurocraten, met huidig Portugees Commissievoorzitter José Manuel Barroso op kop, die koste wat het kost zijn “Verdrag van Lissabon” moest hebben, ongeacht de kostprijs en de haalbaarheidsgraad van die totaal misplaatste (nationalistische) pretentie.

Europa heeft naar eigen zeggen trouwens ook geluisterd naar de verzuchtingen van de Europese burgers. Europa heeft met hun opmerkingen rekening gehouden. En daarom hebben de burgers van Europa géén tweede referendum nodig. Hun mening is gekend, maar omdat ze indruist tegen de heersende opvatting over de in de steigers staande politieke EUSSR van haar leiders, wordt ze compleet genegeerd.

Het vogeltje in de mijnschacht is al lang gestopt met fluiten en hoewel de mijnwerkers naar de oppervlakte willen terugkeren, wordt hen dat door hun bazen verboden, en ook de paar souschefs die de kant van het gezond verstand kiezen, worden op de vingers getikt. Zelfs de Europese Parlementsleden moesten een internetpetitie (X09) lanceren om de referendumeis wereldkundig te maken, want de pers en de Europese machthebbers hielden zich gelaten op de vlakte. Wat het volk niet weet, kan het ook niet tegenwerken, is dan ook het lijfmotto van de Eurocraten.

Als we de Britse en Tsjechische conservatieven, de Poolse rechts-extremisten, de UKIP’ers en enkele eenzame Eurosceptische zonderlingen in het Europees Parlement, het schaamlapje van de Europese democratie en met voorsprong de assemblee met het allerminste macht in de ganse wereld, wegdenken, wordt de Europese Unie in wezen bestuurd door een sociaal-democratische éénheidspartij die misschien wel meerdere vleugels heeft, gaande van pro-Europese christen-democraten (EPP) over pro-Europese socialisten (PES) tot pro-Europese sociaal-liberalen (ELDR), maar daar blijft het ook bij. Echte verschillen zijn er al lang niet meer. Deze pro-Europese éénheidspartij stelt als een homogeen bolwerk de vernietiging van de oude Europese natiestaten voorop ter vervanging van een gigantische particratische licht-autoritaire Europese welvaartsstaat waarbij de rijken uit het Westen niet enkel zorg moeten dragen voor de armen in de eigen regio, maar ook voor de armen in het Oosten, en gezien de economische relativiteit van rijkdom waarschijnlijk ook voor de rijken in het Oosten.

En ook op vlak van postjes bestaat er een zogenaamde “consensus” tussen deze drie “partijen”. Ofschoon de liberalen amper de derde fractie waren tussen 1999 en 2004, mocht de Britse liberaal Pat Cox (een LibDem’er in hart en nieren, en dus iemand die zich ter linkerzijde van Labour bevindt) toch voorzitter van het Europees Parlement worden. Hetzelfde met de socialist Jozep Borel tussen 2004 en 2007 trouwens. Ook het aantal voorzitterschappen van buitenlandse missies en EP-commissies worden met een apothekerschaaltje afgewogen en over de drie partijen verdeeld. De overige MEP’s worden zo van alle invloedrijke en lucratieve postjes geweerd. De EPP’ers Angela Merkel en Nicolas Sarkozy zien er géén erg in om Tony Blair van de PES als toekomstig Europees president (POTUSE) voor te dragen. EPP’er Jean-Claude Juncker die Guy Verhofstadt van de ELDR steunt in zijn presidentsaspiraties past ook in dat plaatje van Europese éénheidsworst, die soms wel eens aardig kan smaken, maar ook al gauw wrang wordt en zwaar gaat vervelen.

Meer dan 95% van de Britse parlementsleden voerden campagne met de belofte van een referendum over het Verdrag van Lissabon, maar nu Tony Blair als een kat bij de melk gezet werd en hij waarschijnlijk de eerste Europese president mag worden, desemt bij Labour het plan voor een referendum helemaal weg. Frankrijk, nochtans een land dat het eerste voorstel voor een Grondwettelijk Verdrag afgeschoten heeft in een volksraadpleging, ratificeerde eind januari op zijn dode gemak het Verdrag van Lissabon. De pers was bezig met het huwelijk van Nicolas Sarkozy en Carla Bruni en gaf verder geen aandacht aan dit volksverraad van de Franse Assemblée.

De paar dozijn Eurokritische MEP’s (met de Britse liberaal-conservatief Daniel Hannan op kop) werden zelfs van hun parlementaire rechten ontzet omdat hun gefilibuster, nochtans perfect in overeenstemming met het parlementair intern reglement, de ratificatie van het Verdrag van Lissabon in het Europees Parlement “nodeloos” vertraagde. De EPP-fractievoorzitter dreigde zelfs met het uit zijn fractie zetten van alle filibusterende Eurosceptici zoals Daniel Hannan.

En ook economisch biedt de politieke Unie maar weinig bijkomende voordelen. De massale subsidiëring van de opkomende economieën in Oost-Europa stuit op terechte kritiek in het Westen. Nigel Farage, de UKIP-leider in het Europese Parlement (die recentelijk trouwens ook pogingen onderneemt om zijn Thatcher-conservatieve “one issue” partij om te vormen tot een libertarisch-conservatieve beweging), kon zijn verbazing niet onder stoelen of banken steken toen onlangs bleek aan wat voor projecten de Britse netto-bijdrage aan de EU allemaal besteed werd. Naast de landbouwsubsidies, betaalden de Britten ook voor de bouw van een nieuw metrosysteem in Warschau en een nieuw riolenstelsel in Boedapest.

Nochtans geven economische indicatoren aan dat de EU-steun contraproductief werkt, corruptie en fraude bevordert, en oneerlijke concurrentie teweeg brengt tussen de zwaar gesubsidieerde Oost-Europese landen en het Westen dat daarvoor financieel moet zorgdragen, terwijl ook de Westerse economieën hun problemen hebben en voor grote uitdagingen staan. Het Westen kan zijn geld beter zelf elders besteden dan in de landen die onze rechtstreekse economische concurrenten zijn. Hongarije en Polen exporteren zelf nu al immers méér naar het Verenigd Koninkrijk dan andersom, zodat ook het schijnbare onevenwicht in economische macht (de “infant industry protection” van Oost-Europa via subsidies) een fabel blijkt te zijn.

Nigel Farage had dan ook overschot van gelijk door in het Europees Parlement onomwonden te verklaren dat het subsidie- en herverdelingsbeleid van de Europ
ese Unie op exemplaire wijze “de economie van een gekkenhuis” incarneert en dat het Verenigd Koninkrijk beter af is als bevoorrecht partner van de Europese Unie dan als volwaardig lid van deze politieke club die de nalatenschap van Margaret Thatcher en het economisch liberalisme niet enkel diaboliseert, maar ook openlijk bestrijdt.

Als de Europese Unie geld van het Westen blijft versassen naar het Oosten in de hoop om daar de economische groei te realiseren, kent zij nog minder van economie dan ik aanvankelijk al dacht. De Oost-Europese economieën zijn op zich al de meest liberale én dus meest concurrentiële van de ganse Europese Unie. Waarom moeten wij er dan nog geld in pompen? Dat is een terechte vraag want vele Eurofielen halen net die “broodnodige” transfers aan, al dan niet onder het mom van “solidariteit”, om het bestaansrecht van de EU te verdedigen, terwijl er geen enkele economische waarheid achter schuilgaat. De Westerse landen kennen een zéér lage groei door het in stand houden van onze socialistische welvaartsstaten en door onze massale overdracht van rijkdom naar landen die daar geen boodschap aan hebben én het geld niet eens écht nodig hebben. Omdat de enige mogelijkheid om uit dat perverse herverdelingsmechanisme (dat de economische weerbaarheid van het Westen onherstelbare schade toebrengt) te stappen, de volledige terugtrekking uit het Europese politieke project is, sta ik ook dat laatste voor.

Ik geloof absoluut in vrijhandel en economische allianties, maar zie geen meerwaarde meer in het huidige ontspoorde beleid, en ook de hervormingsplannen van sommige populisten in de Europese arena gaan nooit ver genoeg om de harmonisatie- en transfertumoren in te tomen, laat staan om de kanker zelf te genezen. Hoedt u allen voor valse profeten, want zij zijn de eerste om hun macht op uw en mijn kap te bestendigen, en alle beloften en engagementen in een wip en een gauw terug in te slikken als zij daar rechtstreeks voordeel uit kunnen halen.

De economische opmars van Europa zal tot stilstand komen door de Keynesiaanse politieke beleidskeuzes op EU-niveau en de klakkeloze overname van de totaal misplaatste welvaartsmechanismen door de Europese Unie. De Europese economie zal door de transfers nog jaren groeien door het aanboren van vrijwel onontgonnen interne markten in Oost-Europa, maar dit zal ten koste blijven gaan van innovatie en “creative destruction” in de bestaande markten, en zodra de interne markt dan ook niet meer verder zal kunnen groeien door dat gebrek aan innovatie, zullen de vette jaren van Europa definitief voorbij zijn. En zo wordt het politieke Europa binnen de kortste keren het Bokrijk van de wereld waar de schatrijke Aziaten hun overvloed aan yens en yuans komen uitgeven aan postkaarten en ramptoerisme.

“Maar de economie is toch niet alles”, hoor ik de Europositivo’s al zeggen, “want de Europese Unie is in de eerste plaats een vredesproject”. Dat soort uitspraken van de wereldvreemde allesrelativerende en ultra-kortzichtige Europese kaste doet mij huiverend terugdenken aan de magische woorden van Tacitus. Woorden die zoals goede wijn geen krans behoeven en voor zichzelf spreken, en in de huidige toestand, meer dan tweeduizend jaar na datum, nog steeds verbazingwekkend actueel zijn. “Men creëerde een woestijn en men noemde die vrede.”

Vincent De Roeck
De auteur is beheerder van Libertarian.be, nationaal politiek secretaris van het Liberaal Vlaams Studentenverbond en voorzitter van de denkgroep Nova Libertas.