Friday, 15 February 2013

Bronkapitaal

Voor vele economen van Keynesiaanse en monetaristische huize is bronkapitaal een onbekend fenomeen. Het is een begrip dat nauw samenhangt met de visie van de Oostenrijkse School voor Economie en is als zodanig zeer bekend bij deze school.

Ik zal uitleggen wat bronkapitaal precies inhoudt.

Kapitaal

Iedereen is wel bekend met het begrip kapitaal, maar dat is in feite kapitaal als geheel, zoals kapitaal in de vorm van vastgoed, obligaties, aandelen, machines, transportmiddelen en zelfs arbeid, expertise en kennis, het zogenoemde menselijke kapitaal.

Dat is het dus niet. Bronkapitaal is het kapitaal in monetaire vorm, wat is opgeslagen als waarde over een bepaalde tijdstermijn. Als men arbeid verricht, of diensten levert, of productie genereert wordt men daarvoor betaald. Deze betaling kan in de vorm van ruilhandel zijn, of gebeuren via het gebruik van betaalmiddelen, welke door beide handelspartijen wordt erkend en gehonereerd. Deze betaalmiddelen hoeven niet hetzelfde te zijn als middelen om waarde mee op te slaan, ofschoon dit in de geschiedenis wel veelvuldig het geval is geweest.

Vanuit historisch oogpunt is goud en zilver ontdekt die zowel de functie van betaalmiddel als die van opslagmiddel uitstekend konden vervullen. Langzaam maar zeker kwam men over de laatste 50 eeuwen erachter dat deze edelmetalen de tand des tijds gemakkelijk konden doorstaan. Dit vanwege hun natuurlijke kwaliteiten, zoals duurzaamheid, waardevastheid, het niet aan roest of bederf onderhevig zijn en zelfs in kleine coupures nog geschikt als betaal- en waardemiddel. Voeg daar nog aan toe de gemakkelijke draagbaarheid en nodige schaarsheid dan heeft men middelen kunnen ontdekken die nagenoeg alle monetaire kwaliteiten in zich droegen.

Monetaire strijd

Nu hebben overheden en gevestigde financiële belangen er altijd baat bij om meer uit te kunnen geven of uit te lenen dan zij in feite zouden mogen. Want als men meer uitgeeft of meer uitleent dan men heeft dan gaat men of failliet, of men kan worden beticht van fraude en oplichting. Zodoende is er immer een strijd geweest tussen overheden en belangen enerzijds en volk c.q. consumenten/belastingbetalers anderzijds. Deze strijd is niet nieuw en heeft zich sinds Babylonische tijden zich voorgedaan.

Het gebruik van goud en zilver door de burgers en consumenten heeft deze laatste de macht gegeven over de monetaire middelen. Vanwege deze macht kon men grip krijgen op de bestuurders en de financiële belangen, die vaak in elkaars verlengde lagen. Soms wonnen deze overheden en hun kompanen, zoals heden ten dage, waarbij papier en digitaal geld aan de orde van de dag is, echter vaker wonnen de volkeren in het verleden, zodat er weer een golfbeweging was richting het oorspronkelijke waardemiddel.

Nu zitten we weer in de zelfde golfbeweging richting de terugkeer van echt geld. Maar dat even terzijde.

Opbouw bronkapitaal

Wanneer er een waardesysteem heerst binnen het monetaire stelsel, dan waren goud en zilver dé middelen om te bezitten. Arbeid, productie en handel werden direct ‘verzilverd’, met andere woorden al deze activiteiten werden omgezet in edelmetaal. Dit edelmetaal werd opgeslagen bij mensen thuis, bij goudsmeden, of zelfs bij kerken. Daardoor ontstonden er financiële instellingen in de loop van de Middeleeuwen in het westen, genaamd banken, die deze edelmetalen in opslag wilden nemen en daarvoor ontvangstcoupons uitgaven. Bij de uitvinding van de boekdrukkunst in de 15e eeuw werden deze reeds voorgedrukt. Hieruit is later het papiergeld ontstaan, dat wij nu zien als geld, maar wat in feite een ontvangstcoupon is voor de werkelijke achterliggende waarde opgeslagen in de kluizen, tegenwoordig bij de centrale banken. Dit kapitaal werd opgebouwd om te fungeren als vast bezit en onderpand voor eventuele leningen of schulden. De edelmetalen functioneerden derhalve als opgeslagen arbeid, productie en handel uit het verleden. Dit bezit of rijkdom werd doorgegeven aan de erfgenamen, die hierdoor op hun beurt weer meer konden produceren, handelen of uitgeven.

In Europa is men sinds de oprichting van de Hanze in de 12e eeuw deze middelen gaan gebruiken en dan met name zilver, want goud was weinig voor handen in de Middeleeuwen in Noord-Europa. Het meeste goud was in handen van de Byzantijnen en de islamitische kalifaten. Na de Renaissance en de reformatie ontwaakte Europa uit haar isolement en verlegde haar handel en exporten richting de rest van de wereld via haar koloniale expansie. Hoewel veel van de koloniën werden beroofd van hun natuurlijke schatten was de handel toch veel lucratiever, omdat handel nu eenmaal gemakkelijker gaat, daar het vrijwillig van aard was. De eersten die hiervan profiteerden waren de Spanjaarden en Portugezen, die hun bronkapitaal opsloegen bij Italiaanse banken in Florence en Venetië. Maar vanwege de vele oorlogen gingen deze landen in de 17e eeuw failliet en namen de banken mee in hun ondergang.

Hierdoor vluchtte het bronkapitaal richting Amsterdam en Londen, alwaar de financiële activiteiten werden voortgezet. Deze twee steden ontwikkelden zich enorm en bouwden beide een enorm financieel imperium op die zich tot ver buiten de landsgrenzen zou doen gelden.

In de Nederlanden hebben we daarom sinds de 17e eeuw tot aan de 19e eeuw een behoorlijk bronkapitaal opgebouwd, welke in feite over de laatste 40 jaar weer snel aan het verdwijnen is.

Afkalving

Na de tweede wereldoorlog kwam men op het onzalige idee om als overheid enorme schulden te maken met grote begrotingstekorten. Deze schulden zouden dan nodig zijn om daarmee de economie op te bouwen. De financiering werd gedaan via almaar hogere belastingheffingen en het aanzwengelen van de drukpers. Hierdoor ontstond er een monetaire inflatie die haar weerga niet kende in de Nederlandse geschiedenis. De goudvoorraad werden niet bijgevuld bij de Nederlandsche Bank, ergo de enorme verhoging van de ontvangstcoupures (papiergeld) stond niet in verhouding met de goudvoorraad. Zodoende steeg het goud 23 maal in de jaren 70 van omgerekend €30 tot €690 in een tijdsbestek van acht jaar, van 1971 tot 1979. Dit was het eerste signaal dat er iets grondig mis was met de waarde van de betaal- en opslagmiddelen. Men heeft het tij kunnen stoppen dankzij de ingrepen met het rentemiddel, door deze in de dubbele cijfers te laten komen, waardoor het interessant bleek voor goudbezitters om deze hogere rentestanden te incasseren en afstand te doen van hun edelmetaal. Feit bleef wel dat de afkalving van de papiergeldwaarde voorgoed was geschied. De €30 werd daarom nooit meer gehaald.

Terminale fase

Nu zitten we dan in de tweede en tevens terminale fase van de afkalving van het bronkapitaal. In 2008 was het voor iedereen helder en duidelijk dat het financiële systeem, zoals wij dat kenden vanaf de inzakking van het Bretton Woodssysteem uit 1971, voorgoed was weggevaagd. Alle fiatvaluta (fiatvaluta is een door de overheid gecreëerd valsemunterijsysteem) zijn bezig aan hun dodenmars. Deze fiatvaluta, of deze nu dollar, euro, yen, zloty of yuan heten, zijn stervende. Kijkend naar hun waarde over het afgelopen decennium ten aanzien van de echte valuta (goud en zilver) blijken deze alle gekelderd met zo’n 70-80%. Dit gegeven is een duidelijk signaal dat er een overgang aan het plaatsvinden is van fictief kapitaal richting echt kapitaal. De verkwanseling en verwatering van bronkapitaal komen in deze transitiefase uiteindelijk tot stilstand, omdat de reële waardemiddelen van publieke handen in private handen overgaan. De met name westerse overheden hadden niet alleen het bronkapitaal enorm verwaterd in de afgelopen 40 jaar, maar waren ook al in 1999 begonnen om de eigenlijke voorraad van goud (zilver was lang geleden al verkwanseld) verder uit te dunnen door deze te verkopen op de wereldmarkt voor nog meer waardeloos papier (dollars, euro’s, ponden etc.). Deze schande staat bekend als het Washington Agreement uit 1999. Het doel was om de goudprijs onderuit te halen, zodat de concurrentie met het papier kunstmatig kon worden ondermijnd.

Zoals we nu weten is dit een ijdele hoop gebleken, want goud staat nu zo’n 300-400% hoger in vergelijking met 1999. Met dien verstande dat de goudverkopen bijna zijn gestaakt door de betreffende landen die het akkoord hadden ondertekend. Alleen het corrupte Internationaal Monetair Fonds is nog bezig met het verkopen van duizenden kilo’s goud, maar zal dit in de komende jaren moeten staken, vanwege gebrek aan steun en de toevoer van nieuw goud uit de lidstaten.

Nieuwe fundering

De huidige economische crisis zal blijven voortduren zolang er geen inzicht komt naar het functioneren van het bronkapitaal. Net zolang er ‘reddingsoperaties zijn van banken’ of van ‘stimuleringsplannen’ van overheden zal deze crisis onvermijdelijk voortgaan. Deze acties richten alleen nog meer schade toe, omdat de spenderingen ten koste gaan van de productieve sectoren en een verdere verwatering van het eigenlijke bronkapitaal. Fictief kapitaal kan namelijk nooit reëel kapitaal vervangen, dat is onmogelijk, het enige wat wordt bewerkstelligd is een verdere ontwaarding van ons geldstelsel en in het verlengde daarvan de voortdurende verarming van de samenleving. We kunnen op deze manier wel aantonen dat het nominale Bruto Binnenlands Product (BBP) toeneemt, vanwege deze papieren en digitale ‘overheidsinvesteringen’, maar het reële BBP in echt geld neemt wel verder af. Daardoor kan men statistisch ‘aantonen’ dat we ‘rijker’ worden, maar in de realiteit zijn we wel veel armer geworden over de zelfde periode, wanneer we dit uitdrukken in termen van reëel geld.

Om een begin te maken zal men al deze onzinnige maatregelen moeten opgeven en zorgen dat het bronkapitaal weer in ere wordt hersteld. Dat betekent dat goud en zilver weer dient te worden ingevoerd in het monetaire systeem alszijnde erkende betaal- en waardeopslagmiddelen. Zodoende kan dit reëele kapitaal weer dienen als bronkapitaal en de basis leggen voor een hernieuwde productie- en handelseconomie. Via het initiëeren van zelfliquiderend krediet en betaalmiddelen, die niet onderhavig zijn aan inflatie zal men binnen twee jaar uit de economische crisis kunnen geraken.

Het herstel van het bronkapitaal is namelijk dé oplossing, waar allerlei overheidsprogramma’s en kunstmatige ingrepen hebben gefaald. Het betekent daarentegen wel dat alle middelen in de economie weer terug moeten naar hun basiswaarde. Hierdoor kan er een fikse prijsaanpassing zijn van die sectoren die de grootste prijsinflatie hebben gehad over de afgelopen 40 jaar en met dit doel ik op de vastgoed- en aandelenmarkten. Een daling van deze markten is sowieso een gegeven, met of zonder herstel van bronkapitaal. Alles moet immers weer naar de basis terug.

Zal men deze kans grijpen of zullen we verder in het moeras wegzakken, waar Japan al ons sinds 1990 voor ging? De tijd zal het leren.

Essays:

Does a Falling Money Stock Cause Economic Depression?; Frank Shostak, 16 april 2003, Mises Institute, Auburn, AL, USA
Does Loose Monetary Policy Cause Economic Growth?; Frank Shostak, 6 januari 2009, Mises Institute, Auburn, AL, USA
Does “Depression Economics” Change the Rules?; Robert Murphy, 12 januari 2009, Mises Institute, Auburn, AL, USA
Architecture for a New World Financial System; Antal Fekete, 9-10 juni 2010, Banker’s Symposium, Hall im Tirol, Oostenrijk
Fiatmoney in Death Throes; Antal Fekete, 6 juli 2009, San Francisco School of Economics
A Look at Gibson’s Paradox and Gold; Jim Richter, The Richter Report, 22 juni 2010, Cherry Log, GA, USA
The Fate of the Dollar, 2010 & Beyond; Martin A. Armstrong, 11 januari 2010, Princeton Economics, USA

Dit artikel is eerder verschenen op Vrijspreker.nl.