Sunday, 10 February 2013

Opkomst en ondergang van de euro

,,Er is niets zo beangstigend als onwetendheid in actie”

– Johann Wolfgang von Goethe

Invoering van de euro

De girale euro werd officieel ingevoerd op 1 januari 1999, dus is deze al meer dan 11 jaar oud. De voorganger van de euro was de ECU oftewel European Currency Unit, die via het Europees Monetair Stelsel (EMS) werd gedragen. Op 13 september 1992 stortte deze eerste monetaire unie in elkaar na zo’n 13 jaar te hebben gefunctioneerd.

Extrapoleren we deze gebeurtenis naar de euro, dan hebben we hooguit tot 2012, voordat de euro evenals haar tragische voorganger naar de geschiedenisboeken wordt verwezen. Helaas is er een groot probleem wanneer dit gebeurt. Tijdens het EMS behielden de aangesloten landen hun eigen munten en waren ze binnen een bandbreedte van 5% aan elkaar gekoppeld.

Deze luxe heeft zelfs de euro niet. Dit houdt in dat de euro niet alleen een fictieve munt is gespeend van elke onderliggende waarde, maar tevens een munt die gedirigeerd wordt om maar een lid te behagen en dat is Duitsland. De centrale banken van andere landen, Frankrijk inbegrepen, worden als periferie gezien en aanhangsels van de Duitse Bundesbank  Op de bijeenkomst van december 1991 in Maastricht stelde de toenmalige Duitse kanselier, dat de euro alleen kon worden ingevoerd op Duitse voorwaarden en dat was dat de rente laag en de monetaire groei in bedwang moest worden gehouden. Dit kwam doordat Duitsland twee hyperinflationaire perioden had meegemaakt, die van 1922-23 en van 1946-47. De euro moest net zo hard worden als de Duitse mark zo werd geëist.

Derhalve werd de girale euro ingevoerd en in 2002 de papieren variant. De rente werd kunstmatig laag gehouden, om zodoende de Duitse economie te kunnen ‘stimuleren’, nadat zij in een langdurige malaise waren beland als gevolg van de Duitse hereniging in 1990. Dit had tot gevolg dat veel landen in de uiterste periferie, zoals Ierland, Griekenland, Italië, Portugal en met name Spanje op de leentour gingen. Deze van oorsprong hoge inflatoire landen zagen hun kans schoon om de kredietsluizen open te zetten. Hierdoor kwam veel financiering vrij voor de bekostiging van vooral onroerend goed. Het was zelfs zo dat Spanje meer huizen bouwde dan Duitsland, Frankrijk en Engeland bij elkaar. Een enorme investeringsgekte brak uit en iedereen wilde meeprofiteren van de Spaanse onroerend-goedhausse.

Monetaire inflatie

Het ging evenwel fout, toen de rente werd verhoogd door de ECB in Frankfurt in 2006-07 om het hoofd te bieden aan de gestegen prijsinflatie in de eurozone, welke als consequentie kwam van het liberale kredietbeleid van de diverse landen. Omdat de eurozone nu als een monetaire unie werd gezien bleven de enorme aantallen gecreëerde euro’s niet in de periferie hangen, echter vonden ook hun weg naar landen als Duitsland en Frankrijk, zodoende was de van oorsprong Duitse centrale bank, de Bundesbank, zeer bevreesd voor de nachtmerrie van hyperinflatie.

Daar er geen goudstandaard meer is om de zaak enigszins in het gareel te houden moesten de centrale banken dus ingrijpen met inkrimping van de monetaire inflatie en kredietexpansie, alsmede de rentestanden te verhogen. Daar de huizen- en aandelenmarkten alleen kunnen stijgen dankzij de gecreëerde kredietexpansie was het derhalve einde verhaal. Het vergelijkbare deed de Federal Reserve in de zelfde periode.

De rest is, zoals we hebben ervaren, geschiedenis. Nu dat de onvermijdelijke economische crisis een feit is wordt het steeds moeilijker voor de EU-landen om hun begrotingen op orde te brengen  Begrotingstekorten en schulden lopen steeds meer op en voor de eurozonelanden is er een donkere periode aangebroken. De euro staat sinds vorig jaar onder druk en heeft al veel terrein in de internationale valutamarkten moeten prijsgeven. Dit komt deels de export ten goede, maar als men weet dat men een behoorlijke verhoging van de export nodig heeft om zelfs maar de huidige schuld en tekorten te kunnen financieren is dit maar een druppel op een gloeiende plaat.

Tevens kleven er twee grote nadelen aan een valutadevaluatie. Deze zijn dat de prijzen doorgaans in dollars worden genoteerd, zoals grondstoffen. Omdat de industrie deze grondstoffen nodig heeft valt de inkoopprijzen daarvan hoger uit en kan deze nauwelijks worden doorberekend aan de consument. Derhalve moet de industrie korten op haar personeel, in casu een hogere werkloosheid, of als deze wel wordt doorberekend dit uitkomt op een hogere prijsinflatie.

Cultuurmodellen

Er bestaan in de Europese Unie zo’n vijf verschillende economische cultuurmodellen, dit in tegenstelling tot de Verenigde Staten, welke maar een economisch model bezit en dat is de Angelsaksische variant

Ik zal deze cultuurmodellen als volgt verklaren en wat hen over het algemeen onderscheidt van elkander:

1. Het Rijnlandmodel; dit behelst Duitsland, Nederland, Oostenrijk en Luxemburg:

a. Hogere belastingen
b. Lage monetaire groei
c. Weinig corruptie
d. Strakke regelgeving

2. Het Club Med model; dit zijn landen als Griekenland, Italië, Portugal, Spanje en Frankrijk;

a. Lagere belastingen
b. Hoge monetaire groei
c. Veel corruptie
d. Lossere regelgeving

3. Het Angelsaksische model; hierbij behoren de landen Groot Brittannië en Ierland:

a. Lagere belastingen
b. Hoge monetaire groei
c. Weinig corruptie
d. Lossere regelgeving

4. Het Scandinavische model; dit behelst landen als Zweden, Denemarken en Finland:

a. Hoge belastingen
b. Hoge monetaire groei
c. Nauwelijks corruptie
d. Strakke regelgeving

5. Het Oost-Europese model; dit zijn alle landen van het voormalig communistische oostblok:

a. Lage belastingen
b. Hoge monetarie groei
c. Veel corruptie
d. Strakke regelgeving

Zoals men ziet is het nagenoeg onmogelijk om op soortgelijk niveau een eenheid te smeden en is de eurozone en in het verlengde daarvan de Europese Unie bij voorbaat tot mislukken gedoemd. Men zal het niet redden om te proberen alles via een Europese bureaucratie te regelen, want deze maakt de zaken alleen maar erger. In plaats daarvan geeft men nog een extra wapen aan de onwillige nationale overheden om de EU als zondebok te verklaren.

Griekse toestanden

Griekenland is op dit moment in de beklaagdenbank, maar dit land is natuurlijk niet de enige. Alle landen van de Europese Unie kunnen niet meer voldoen aan de eisen van de eurozone. Hun schulden zijn zo hoog opgelopen dat deze nauwelijks tot niet zijn op te brengen in deze nog pas begonnen economische depressie. Naar verluid zal deze depressie een aantal jaren in beslag nemen. De begrotingstekorten gieren de pan uit en het stadium van de concurrerende devaluaties is onlangs begonnen. Uiteindelijk zal dit leiden toe beschermende maatregelen en protectionisme. De globaliseringshype is daarmee aan het einde gekomen van haar natuurlijke levenscyclus.

Wat Griekenland vroeg of laat gaat doen is nu al te voorspellen. Ze zullen de steunmaatregelen accepteren, echter zij kan niet voldoen aan de gestelde eisen van de Europese Unie en zal op termijn ook het IMF de deur moeten gaan wijzen.

Er zijn twee duidelijke keuzes die de Griekse overheid kan nemen en deze zijn:

1. Als eerste land uit de eurozone stappen en zelfstandig verder gaan met haar eigen munt, de drachme. Hierdoor kunnen alle schulden in drachmes worden genoteerd en men kan proberen de schulden te gaan monitiseren, dat wil zeggen, de geldpersen zullen gaan draaien, totdat de munt dusdanig gedevalueerd is, dat de importen zullen afnemen en de exporten weer toe. Voor de lokale kredietcreatie zou men een Nationale Kredietbank kunnen oprichten, die dan leent in drachmes tegen een acceptabele rente.

2. Het zou niet alleen uit de eurozone kunnen stappen, maar ook een zogenoemde ‘default’ kunnen afkondigen en dat houdt in dat Griekenland zichzelf failliet verklaart en weigert om aan haar buitenlandse verplichtingen te voldoen. Dit heeft dan gevolgen voor met name de Duitse banken die massaal hadden geïnvesteerd in de Griekse staatsschulden.

Het is of linksom of rechtsom, maar Griekenland zal in deze de voortrekkersrol gaan vervullen voor de rest van de eurozone, totdat alle landen uit deze zone zijn gestapt en we de Europese Monetaire Unie, evenals haar voorganger het Europese Monetaire Stelsel als een natuurlijk sterfgeval kunnen behandelen. Ik acht deze mogelijkheid onvermijdelijk en noodzakelijk, gezien de problematiek met de schuldpositie van al haar lidstaten.

Deze dag des oordeels nadert namelijk in rap tempo.

Europees Monetair Fonds

Op de valreep wil ik het even hebben over de onzalige plannen van sommige Europese politici om een Europees Monetair Fonds (EMF) op te richten in navolging van het voorbeeld van het Internationale Monetaire Fonds (IMF).

Dit is een uitermate slecht plan, want om zo’n fonds op te richten zal al het goud van alle centrale banken moeten worden opgeslagen bij de Europese Centrale Bank (ECB). Dit zal dan dienen als onderpand voor de leningen die worden gegeven aan de lidstaten met economische problemen. Mocht dit misgaan, dan zijn landen als Nederland voor eens en altijd hun goud kwijt. Evenals het IMF, wat een groot deel van ons goud beheert en zelfs verkwanselt, zal het EMF het soortgelijke doen en er voor zorgdragen via het zelfde  mismanagement wat het IMF zo typeert, dat onze welvaart en natuurlijke rijkdom in de vorm van het ultieme bronkapitaal, goud dus, voorgoed verdwijnt.

Het is derhalve een verschrikkelijk vooruitzicht om je opgebouwde rijkdom over eeuwen te gaan toevertrouwen aan de Eurocraten en hun ECB. Dit soort plannen dient al in een vroeg stadium te worden afgeschoten. Nooit en te nimmer mag een land als Nederland afstand doen van haar goud en bronkapitaal en dat betreft ook het ideaal van een aantal eurofantasten en Eurofielen.

Volgende keer zal ik verder uitwijden over de deflationaire depressie, waar we net als in de jaren 30 inzitten.

Dit artikel werd eerder gepubliceerd in het 5 minuten nieuws.

Albert Spits is bestuurslid van de Frédéric Bastiat Stichting en verbonden aan het Goudstandaard Instituut.

Bronnen:

Eurozone could risk ‘sovereign debt explosion’; Ambrose Evans-Pritchard, 12 maart 2010 Daily Telegraph, UK
75 years of funny money; Martin Masse, 10 maart 2010, Financial Post, Canada
Ailing Euro seen as a signal of deeper woes on continent; Jack Ewing, 16 maart 2010, New York Times, USA
Productive debt versus unproductive debt; Doug French, 8 december 2010, Ludwig von Mises Institute, USA
Southern Europe debt crisis, economies teetering in the brink of new recession; Gary North, 10 februari 2010, Ludwig von Mises Institute, USA
Doomsday for the Eurozone?; Vasko Kohlmayer, 18 februari 2010, Front Page Magazine, USA
Spain’ banks teeter on edge of disaster; James Saft, 14 maart 2010, Jakarta Globe, Indonesië
Papandreou Seeks EU Aid Deadline, Challenging Merkel; James G. Neuger & Jonathan Stearns, 18 maart 2010, Bloomberg, USA

Dit artikel is eerder verschenen op Vrijspreker.nl.