Friday, 1 March 2013

De Eurocrisis volgens Kleinknecht

Op 21 en 27 januari jl. schreef Prof. Alfred Kleinknecht twee artikelen over de eurozoneproblematiek, genaamd ´Harder sparen is niet de oplossing van de eurocrisis´en ´Een alternatieve visie op de Eurocrisis´. Gedeeltelijk deel ik zijn analyses, echter de oplossingen zijn weer zo Keynesiaans en wereldvreemd, dat ik deze toch even moet gaan bespreken.

Hieronder ziet u zijn stellingen en in het vet mijn antwoorden hierop:

In het dominante neoliberale discours wordt de Eurocrisis consequent voorgesteld als een probleem van ‘begrotingsdiscipline’. Daarmee wordt de aandacht afgeleid van falende financiële markten en van het echte probleem achter de crisis: scheve export-versus importverhoudingen.dt de Eurocrisis consequent voorgesteld als een probleem van ‘begrotingsdiscipline’. Daarmee wordt de aandacht afgeleid van falende financiële markten en van het echte probleem achter de crisis: scheve export-versus importverhoudingen.

Neoliberalisme bestaat niet, wel liberalisme en corporatisme, welke laatste de verweving is van multinationals en bancaire sector met de overheid. De oorzaak van de eurocrisis is de enorme geld- en kredietgroei van de centrale banken en financiële instellingen.

De mediterrane landen hebben zwakke nationale kennis- en innovatiesystemen en geen sterke politieke instituties. In het verleden konden zij alleen concurreren door de pesetas, escudos, drachmes en lires eens in de zoveel tijd af te waarderen.

Dat is van oudsher zo, want alle stakingen werden afgekocht met hogere lonen, waarna hun munten werden gedevalueerd om concurrerend te blijven. De hoge lonen zijn gebleven, maar de devaluaties niet, dus was het al van tevoren bekend dat het eurostelsel nooit haalbaar zou zijn. Er zijn wel kennis en innovatiesystemen, maar die zijn in een pril stadium, vanwege de starre verhoudingen in het bedrijfsleven aldaar.

Afwaardering van je munt maakt je export goedkoper en je import duurder. Dit brengt je handelsbalans weer richting evenwicht. Sinds hun toetreding tot de Eurozone kunnen deze landen niet meer afwaarderen. Hun importoverschotten nemen daardoor voortdurend toe, evenals, als spiegelbeeld, de exportoverschotten van vooral Duitsland en Nederland. Overigens heeft de Eurozone als geheel een vrij evenwichtige handelsbalans met de rest van de wereld. Dit betekent dat de Duitse en Nederlandse exportoverschotten nagenoeg gelijk zijn aan de importoverschotten in het Zuiden.

Dat klopt, maar omdat de rente werd verlaagd tot het Duitse niveau (Duitsland had deze nodig voor de afbetaling van de kosten van de hereniging), konden al deze landen zeer goedkoop lenen, wat heeft geleid tot een crack-up boom (Ludwig von Mises, Human Action 1948). Waninvesteringen in de toerisme- en vastgoedsectoren moesten na de instorting worden gesaneerd en de naweeën kunnen we nu waarnemen met de instorting van hun economieën.

Mediterrane landen hebben betaald met papieren toezeggingen
Vereffening van import- en exportoverschotten gebeurt door handel in vermogenstitels zoals aandelen, onroerend goed of schuldtitels. De mediterrane landen hebben het leeuwendeel van hun importoverschotten ‘betaald’ met uitgifte van schuldtitels – papieren toezeggingen om later te betalen. Deze schuldtitels staan nu als ‘bezittingen’ op de balansen van onze banken, verzekeraars en pensioenfondsen. Mochten ze op een dag niet meer opeisbaar blijken te zijn, dan hebben vooral de banken een groot probleem. Vandaar de we ‘de Grieken’ moeten helpen.

De importoverschotten zijn inderdaad betaald met schuldpapier, dus de hele economische `groei` in de eurozone is niets meer dan een schuldgroei geweest van de mediterrane landen, dat klopt. De schulden zijn niet meer te betalen, dus de banken moeten hun verliezen accepteren, want deze moeten ook aan de tucht van de markt worden onderworpen, punt. We hoeven de Grieken niet te helpen, want zij moeten hun economie gaan saneren en hun schulden afschrijven, dat is in Argentinië ook gebeurd in 2002. Sindsdien hebben zij een nominale economische groei gerealiseerd van 15% per jaar.

De Eurocrisis markeert het einde van een onhoudbaar economisch model: onze financiële instellingen hebben aan de Zuidelijke lidstaten voortdurend geld geleend, zodat zij onze exportoverschotten konden afnemen. Veel Duitsers en Nederlanders danken hun baan aan deze exportoverschotten. Helaas, het exportoverschot van een land is altijd het importoverschot van anderen. Als wij extra banen scheppen door een exportoverschot, dan gaan bij landen met importoverschotten banen verloren. Het is immoreel als de rijken stelen van de armen. Maar erger is de grote schuldenberg. Daarbij maakt het overigens niet zo veel uit wie de schulden maakte: de staat (in Griekenland en Italië), bouwindustrie en projectontwikkelaars (in Spanje of Ierland) of een rijke bovenlaag die luxe BMW’s of Porsche’s op de pof kocht (Portugal). Vast staat dat iemand in het land schulden moest maken.

Inderdaad is de eurozone een onhoudbaar economisch model, dat wisten klassiek-liberalen al sinds de invoering. Maar om nu te zeggen dat wij schuldig zijn aan onze export naar die landen is het paard achter de wagen spannen. Men had nooit een rente van 3-5% moeten hebben in die landen, dus de fout ligt bij onze Eurofiele politici en centrale bankiers, daar behoort de eigenlijke schuld te worden neergelegd en niet bij onze concurrerende industrie en handel.

De onzichtbare hand van de markt heeft gefaald
Schandalig is dat iedereen kon zien hoe de schuldenberg groeide, maar dat niemand zich eraan leek te storen. Het dominante marktfundamentalisme lijkt bij velen de ogen te hebben gesloten voor de mogelijkheid dat markten groots en (letterlijk) meeslepend kunnen falen. In een efficiënte markt zou bij een stijgende schuldenberg de rente moeten stijgen omdat geldschieters een hogere risicopremie in hun rentevoet verwerken. De stijgende rente zou dan vanzelf de schuldenopbouw remmen. Dit is aantoonbaar niet gebeurd: de ‘onzichtbare hand van de markt’ (Adam Smith) heeft gefaald! Liberale economen zwijgen hierover in alle talen. Men spreekt veel over landen met te veel schulden, maar bijna nooit over investeerders die lichtzinnig uitleenden en geen risicopremies eisten. Niet alleen hoog betaalde bankiers, maar ook Moody’s, Standard & Poor en Fitch zaten te slapen: tot in de week waarin de crisis losbarstte hadden de mediterrane landen nog keurige A-noteringen en lage rentes!

Het is niet de onzichtbare hand van de markt die heeft gefaald, maar de eurozone en de Europese Unie, beide zijn staatsgedrochten ingevoerd door een collectivistische en corporatistische elite zonder zich te realiseren wat de uitkomsten van deze euro-invoering zouden worden. Wij klassiek-liberalen hebben dit juist al jaren aangekaart, maar als men niet wil luisteren naar onze geluiden, geen wonder dat het dan misgaat. Het zijn geen liberale economen, maar juist collectivisten en corporatisten die deze onzin aanhangen. In Nederland behoort het overgrote deel van het economische metier tot deze richting. Inderdaad lagen de rating agencies en banken te slapen, maar men zag de euro als een vervanging van de D-mark en de eurozone als vervanging van de Duitse economie. Daar lag het grote probleem, want sociaal-cultureel alsmede politiek-economisch waren de schuldlanden nooit gelijk aan Duitsland, Nederland, Finland en Luxemburg, de overgebleven AAA-landen in de eurozone. Let wel de markt heeft al zo´n 5000 jaar bestaan en bestaat nog, ergo heeft nooit gefaald. Overheden hebben altijd gefaald, zo is uit de geschiedenis gebleken met de instorting van imperia, statenunies, valutazones en economieën.

Zo kan men de Eurocrisis dus ook interpreteren: De mediterrane landen zijn slachtoffers van een agressieve exportstrategie van vooral Duitsland en Nederland – en van investeerders die in het wilde weg maar wat leenden. De natuurlijke oplossing zou zijn dat men de mediterrane landen in staat stelt om in plaats van importoverschotten in de toekomst exportoverschotten te realiseren. Met de opbrengsten van exportoverschotten zouden ze ook hun schulden kunnen afbetalen – wat in ieders belang is. Dit vraagt om macro-economische coördinatie op tenminste drie punten:

De mediterrane landen zijn geen slachtoffer van een ´agressieve´ exportstrategie, integendeel, ze zijn slachtoffer geworden van een malafide valutasysteem, wat geen enkele economische werkelijkheid inhield, maar gewoon een politiek speeltje is geweest van Eurocraten en Eurofielen, zo bleek reeds bij de invoering daarvan met de overtreding van hun eigen vastgestelde regels, ergo. maxismaal 60% overheidsschuld en 3% begrotingstekort, waar niemand zich aanhield.

* De vakbeweging zou haar looneisen Europees moet afstemmen: loonmatiging in landen met importoverschotten; hoge looneisen in landen met exportoverschotten. Dit verslechtert de exportpositie van de overschotlanden en schept bovendien koop­kracht, zodat de Zuidelijke lidstaten meer kans maken om hun exportproducten hier kwijt te kunnen. Mocht de Nederlandse vakbeweging toch weer voor loonmatiging kiezen (‘eigen werklozen eerst’), dan is dat contraproductief voor de oplossing van de crisis.

Dat is wel een heel vreemde oplossing, dus Kleinknecht wil een slechtere exportpositie met hogere prijzen voor de lageschuldlanden, zodat de hogeschuldlanden minder kunnen importeren. Mijn oplossing zou zijn, hou toch op met die euro, zodat de mediterrane landen en Ierland orderlijk uit de eurozone kunnen stappen, hun schulden in lokale valuta kunnen saneren en via een eenmalige devaluatie weer kunnen concurreren met de andere landen. Als de lageschuldlanden hun prijzen gaan verhogen, dan heeft dat niet alleen invloed op de export naar de hogeschuldlanden binnen de eurozone, maar ook daarbuiten. De kans is dan groot dat dan het exportvermogen in elkaar stort. De wereld is namelijk vele malen groter dan de eurozone.

* De regeringen zouden een sterker system van ‘backing-up losers’ moeten opzetten: financiële transfers waarmee bijvoorbeeld de (kennis-)infrastructuur in de zwakkere landen ver­betert. Er bestaat in de wereld geen muntunie waarin geen financiële transfers van rijk naar arm plaatsvinden.

Dat is niet aan de regeringen, maar aan de landen zelf. Niemand heeft om een euro of een Europese Unie gevraagd met een krankzinnige Grondwet (eufemistisch Verdrag van Lissabon genaamd). Dat is er allemaal doorgedrukt door Eurofiele politici. Er hoeven geen financiële transfers te komen, want bij een sanering van de economieën, zoals hierboven beschreven kunnen deze landen hierna met hun geprognosticeerde 15% groei gemakkelijk een inhaalslag maken op dit punt. De financiële transfers zijn een ander woord voor extra belastingen van de burgerij, wat dan weer nadelig werkt voor de economie.

* Harde afspraken dat Duitsers en Nederlanders zich leren gedragen. Men zou (liefst automatische) boetes moeten heffen op hun excessieve exportoverschotten. De opbrengsten uit de boetes zou men kunnen gebruiken voor structuurversterkende investeringen in het Zuiden.

Alweer zo´n vreemde suggestie, Duitsers en Nederlanders moeten zich leren ´gedragen´, omdat wij gewoon te concurrerend zijn op de internationale markt. Lachwekkend, want er zijn geen ´excessieve´ exportoverschotten, maar overschotten gecreëerd, vanwege de schuldopbouw van de hogeschuldlanden in de eurozone. De export is gewoon gefinancierd met schuld, waar wij als belastingbetalers dan weer de dupe van dreigen te worden. De exporteurs hebben gewoon gedaan waar ze goed in zijn: exporteren. De schuld ligt, zoals men al weet, bij het gedrocht: de euro.

Acht u deze drie punten ‘politiek onhaalbaar’? Dat is niet verrassend. Maar dit betekent dan wel dat de euro in zijn huidige vorm niet levensvatbaar is! Het is niet voldoende dat de euro door een Europese Centrale Bank competent gemanaged wordt. Goede afspraken over begrotingsbeleid zijn mooi meegenomen, maar evenmin voldoende. Een gemeenschappelijke munt moet ook door de burgers worden gedragen. Er moet een Europees ‘wij-gevoel’ achter staan. Dat ‘wij-gevoel’ moet zo sterk zijn dat bovenstaande drie punten serieus bespreekbaar zijn.

De euro is nooit levensvatbaar geweest, dat was immer een illusie. Wij van de Oostenrijkse School wisten dat al meer dan een decennium. Kleinknecht slaat hier wel de spijker op de kop, er bestaat geen Europa als staat, wel als continent met vele staten, bevolkt door ethnische groeperingen, die soms vanwege taal of achtergrond met elkaar verbonden zijn in sommige landen, maar een continentale staat is altijd een droom geweest van dictators in het verleden. Het wij-gevoel is er niet op politiek vlak. Het hoogst haalbare is een vrijhandelsverbond van soevereine staten, waarbij er een vrije handel in goederen en diensten kan plaatsvinden.

Mocht dat niet zo zijn, dan zal vroeger of later blijken dat een Euro met 17 landen niet meer houdbaar is. De sociaaleconomische tegenstellingen en politieke spanningen zullen te groot worden. In dit geval zou men, om grotere ellende te voorkomen, de Eurozone kunnen splitsen in een Noordelijke en Zuidelijke zone, met daartussen een flexibele wisselkoers. Dit zou het Europroject nog gedeeltelijk kunnen redden. Terugkijkend moeten we in ieder geval vaststellen dat de waarschuwingen van 70 Nederlandse economen (waaronder on­dergetekende) in 1997 tegen invoering van de Euro niet van de lucht waren.

Hier ben ik het helemaal mee eens. Een eurozone van 17 landen is niet houdbaar, zelfs een eurozone van 5 landen is ook discutabel, want er dient eerst een politiek-maatschappelijke integratie plaats te vinden alvorens men gaat denken over een invoeren van een gemeenschappelijke munt. Kleinknecht is niet de enige die hiervoor waarschuwde, want Prof. Kevin Dowd in de UK waarschuwde reeds in 1993 voor de ellende die er zou komen als de euro zou worden ingevoerd.

Tot zover even mijn uitweiding en deelse ontzenuwing van de oorzaken en oplossingen van de eurocrisis gesteld door Prof. Kleinknecht.

 

Bronnen:

Harder sparen is niet de oplossing van de eurocrisis, Alfred Kleinknecht, Trouw, Amsterdam, 21 januari 2012

Een alternatieve visie op de Eurocrisis, Alfred Kleinknecht, Trouw, Amsterdam, 27 januari 2012

European Monetary Reform, the Pitfalls of Central Planning; Kevin Dowd, Cato Institute, Washington, USA, 27 december 1993

Fiat Money and the Euro Crisis; Robert P. Murphy, Misis Institute, Auburn, AL, USA, 10 oktober 2011

The Euro, it´s Inevitable End, Misis Institute, Auburn, AL, USA, 7 juli 2011

 

 

Dit artikel is eerder verschenen op Vrijspreker.nl.