Sunday, 10 March 2013

Europese desintegratie

Nu we zien dat de Europese desintegratie zich voor onze ogen aan het ontwikkelen is, wordt het toch belangrijk om in het kort te vertellen waarom we dit drama kunnen gadeslaan. Ik zal niet stilstaan bij alle perikelen die te doen hebben met het ´redden´ van de euro en de eurozone, daar dit verspilde moeite is en deze krankzinnige constructie toch een onvermijdelijke dood tegemoet gaat. Hoezeer aartscorporatisten als Neelie Kroes en Bernard Wientjes dit ook zouden willen tegengaan met hun uitlatingen.

In het boek ´The Tragedy of the Euro` vertelt Philipp Bagus hoe we in 1967 een fatale beslissing hebben genomen en dat was door de EEG om te vormen naar een Europese Gemeenschap, afgekort EG (later EU). De EEG was puur en alleen een vrijhandelszone, terwijl de EG (EU) een politiek federalistisch verbond werd. De socialistische krachten waren reeds aanwezig in 1957 met de ondertekening van het Verdrag van Rome, door middel van te streven naar een steeds innigere politieke relatie tussen de lidstaten. Iets dat bijvoorbeeld afwezig was bij de oprichting van de EVA (Europese Vrijhandelsassociatie) in 1960.

Tevens instrumenteel was natuurlijk de enorme schuldopbouw sinds de jaren 60 in de Europese landen om hun verzorgingstaten verder uit te breiden met toekomstige beloften en verplichtingen die nooit gehonereerd konden worden met de afname van de bevolkingsgroei (babybust). De toekomstige belastingbetalers werden dus steeds minder, terwijl de beloften en uitgaven almaar verder opliepen.

Onderstaand beschrijft Bagus de visie van een klassiek-liberaal Europa (Europese Economische Gemeenschap), zoals deze impliciet geformuleerd werd in het Verdrag van Rome, wat getekend werd door West-Duitsland, Frankrijk, Italië en de Beneluxlanden.

“De klassiek-liberale visie betreffende individuele vrijheid als de belangrijkste culturele waarde van de Europeanen en het christendom. In deze visie verdedigden soevereine Europese landen het eigendomsrecht en een vrije markt in een Europa van open grenzen. Daarbij het faciliteren van de vrije uitwissling van goederen, diensten en ideeën.

Het verdrag van Rome in 1957 was de grootste prestatie richting de realisering van de klassiek-liberale visie voor Europa. Het verdrag voorzag in vier basisvrijheden: het vrije verkeer van goederen, de vrije uitwisseling van diensten, de vrije kapitaalstromen en vrije migratie. Het verdrag herstelde rechten die essentieel waren voor Europa gedurende de klassiek-liberale periode van de 19e eeuw, maar die sindsdien werden verlaten met de opkomst van het nationalisme en het socialisme. Het verdrag verliet het tijdperk van het socialisme, welke laatste had geleid tot conflicten tussen de landen onderling en de oorzaak bleek van twee wereldoorlogen.

De klassiek-liberale visie was bedoeld om een herstel te bewerksteligen van de 19e-eeuwse vrijheden. Vrije concurrentie zonder barrières zouden de boventoon voeren in de gemeenschappelijke Europese markt. In deze visie zou niemand een Duitse kapper kunnen verhinderen om haar te knippen in Spanje en niemand zou een Engelsman kunnen belasten als hij zijn geld van een Duitse naar een Franse bank zou overboeken, danwel te investeren in de Italiaanse aandelenmarkt. Niemand zou kunnen voorkomen door middel van regels dat een Franse brouwer bier kan verkopen in Duitsland. Geen enkele regering zou subsidies kunnen geven die de concurrentie zouden kunnen verstoren. Niemand zou ook een Deen kunnen verhinderen om weg te vluchten vanuit zijn verzorgingstaat met extreem hoge belastingtarieven en migreren naar een land met lagere belastingen, zoals Ierland.

Om dit ideaal van vreedzame samenwerking en welvaart te verwezenlijken zou niets meer dan vrijheid noodzakelijk zijn. In deze visie zou er nooit een noodzaak bestaan voor een Europese superstaat.’

Tegenover deze visie is onderstaand de visie, zoals geformuleerd door Bagus van een socialistisch Europa (Europese Unie), welke werd overeengekomen door de 12 lidstaten in 1992 met de ondertekening van het Verdrag van Maastricht.

“In directe tegenspraak tot deze klassiek-liberale visie is de socialistische of imperialistische visie van Europa, welke werd verdedigd door politici als Jacques Delors of François Mitterand. Feitelijk een coalitie van planeconomische belangen van nationalistische, socialistische en conservatieve (lees corporatistische, red.) huize, die alles in het werk stelde om hun agenda uit te voeren. De coalitie wilde een Europese Unie als imperium of een vesting: protectionistisch naar buiten en interventionistisch naar binnen toe. Deze planeconomen dromen van een centralistische staat met efficiënte technocraten , zoals de regerende technocratische planeconomen zichzelf het beste zien, die deze Unie dan besturen.

In dit ideaal zou het centrum regeren over de periferie. Er zou een gemeenschappelijke en gecentraliseerde wetgeving komen. De verdedigers van de socialistische visie van Europa wilden een Europese megastaat oprichten, zodoende een replica vormen van de natiestaten op Europees niveau. Zij wilden een Europese verzorgingstaat die zou worden gebruikt voor herverdeling, regulering en harmonisering van de wetgeving binnen Europa. De harmonisering van belastingen en sociale regelgeving zou worden uitgevoerd op het hoogste niveau. Als de BTW tussen de 25 en 15 procent lag binnen de Europese Unie, dan zouden socialisten dit willen harmoniseren naar 25 procent in alle lidstaten.

Zulke harmonisatie van sociale regelgeving is in het belang van de meest beschermde, de rijkste en de productiefste werknemers, die deze regelgeving kunnen ´veroorloven´, terwijl de armere landen dat niet kunnen. Als de Duitse sociale regelgeving bijvoorbeeld zou worden overgenomen door de Polen, dan zouden de laatsten problemen hebben om te concurreren met de eersten.

De agenda van de socialistische visie is om steeds meer macht over te dragen aan een centrale staat, ergo Brussel. De socialistische visie voor Europa is het ideaal van de politieke klasse, de bureaucraten, de belangengroeperingen, de geprivilegeerden en de gesubsidieerde sectoren die een machtige centrale staat willen opbouwen ten behoeve van hun eigen verrijking.’’

Met de instelling van de EU en later de eurozone zijn de problemen geëscaleerd en bevinden we ons nu in een patstelling. Dit aankomende jaar zal cruciaal zijn voor de Europese landen, die aangesloten zijn in de eurozone. Of we gaan door met reddingsoperaties die dan per jaar meer dan €1 biljoen gaan kosten en welke verder zullen stijgen, waardoor de gehele eurozone uiteindelijk failliet gaat.

Of we stoppen met de eurozone en gaan terug naar de gulden, waardoor de aderlatingen zullen stoppen en we een begin kunnen maken met de herkapitalisering van de lokale economie. Het bronkapitaal derhalve wordt hersteld en de depositohouders worden gered, alsmede de oprichting van een Nationale Kredietbank om de leningen veilig te stellen van de banken die failliet gaan en die niet worden opgepakt door andere banken.

De kosten voor zo’n gehele operatie zullen geschat zijn op ca. €30-40 miljard (inclusief de 5% depositoafdekking voor de banken ten behoeve van de rekeninghouders). Het voordeel is dus een eenmalige operatie om het Nederlandse financiële systeem veilig te stellen bij de onvermijdelijke instorting van de eurozone.

Men begrijpt dus nu waarom ik altijd een Euroscepticus ben geweest, dat is niet anti-Europees, maar juist pro-Europees, omdat dan de Europese volkeren eindelijk in vrijheid kunnen beslissen over hun eigen toekomst, zonder inmenging van een op macht beluste politieke elite.

Aangezien we nu in een stroomversnelling zitten met de ondergang van de eurozone en uiteindelijk de Europese Unie, is het van belang na te gaan denken over het post-EU tijdperk wat daarna een feit zal zijn. Daar moeten dus de discussies en debatten in het vervolg over gaan, met name kijkend naar een klassiek-liberale heropleving van deze succesformule. De ellende en misère van een socialistisch-corporatistisch verbond kunnen we dan heel snel achter ons laten en het bezien als een nachtmerrie wat beëindigd is. Laten we in ieder geval het naderende einde van deze monstrositeit vieren.

Bronnen:

On the Edge; The Economist, 14 juli 2011, Londen, UK

The EMU as a Self-Destroying System; Philipp Bagus, 21 juni 2011, Ludwig von Mises Institute, Auburn Al. USA

A Phony EU Crisis; The Daily Bell, 22 juli 2011, Appenzeller Business Press, Gais, Zwitserland

Dit artikel is eerder verschenen op Vrijspreker.nl.