Friday, 15 March 2013

Kruispunt

,,Niemand had crisis voorzien“

- ouddirecteur De Nederlandsche Bank Nout Wellink, 28 april 2012

 

Niemand had de crisis voorzien, behalve dan diegenen die het wel konden voorzien, waaronder de economen van de Oostenrijkse School voor Economie, die dit al sinds eind jaren 90 voorspelden. Zoals gebruikelijk zwetste Wellink weer,  zoals hij dat al jarenlang heeft gedaan.

Politieke Ideologieën

Aan de hand van de laatste ontwikkelingen in de Europese Unie en vooral de eurozone is het duidelijk geworden dat het corporatisme en de laatste restanten van het socialisme niet werken en nooit zullen werken. Beide politieke ideologieën hebben hopeloos gefaald om de Europese volkeren een duurzame economie te bieden en een voortgaande welvaart. We staan wat dat betreft op een belangrijk kruispunt naar de toekomst toe.

De problemen met de markten duren voort en land na land wordt onder curatele gesteld van de ECB en de ´rijkere´ lidstaten. Natuurlijk is dit geen antwoord op de economische crisis, maar gewoon een verlengde daarvan en men maakt precies de zelfde fouten als in de jaren 30.

De oorzaak moet men vinden in de volledige afschaffing van de goudstandaard in 1914. Daar men probeerde de goudstandaard weer te herstellen in 1919 heeft men daarna totaal vergeten om deze nieuwe standaard parallel te laten lopen met de enorme inflatie die door de Eerste Wereldoorlog werd veroorzaakt. De jaren 20 waren gewoon, net als de jaren 90, een roerig decennium met een gigantische zeepbel in de maak en het directe gevolg van de inflatiejaren van de wereldoorlog. De daaropvolgende kredietexpansie zorgde voor behoorlijke zeepbellen in de vastgoedsector, alsmede de aandelenmarkt. Feitelijk waren de jaren 20 synoniem aan de jaren 90. Men had het in de 20er jaren over een nieuwe era en in de jaren 90 over een nieuwe economie. Keynesiaanse en monetaristische economen zagen geen zeepbellen ontwikkelen tijdens de genoemde decennia, omdat zij het niet terugzagen in de consumentenprijzen. Derhalve dachten zij abusievelijk dat er geen ´inflatie´ aanwezig was. Omdat zij niet bekend zijn met de werking van de vrije markt en de functie van goud daarin verzuimden zij op te merken dat er wel degelijk een enorme inflatie zich opbouwde, deze ging echter volledig in de huizen- en aandelenmarkten zitten. Zowel in de jaren 20 als de jaren 90 explodeerden deze sectoren in kunstmatige waarden.

Stabiliseerders

De jaren 1929 en 2008 waren wat dat betreft elkaars gelijken. De markten stortten in en eigentijdse reguliere economen zagen het met lede ogen aan. Niemand van hen heeft beide crises kunnen voorspellen, omdat ze eenvoudigweg naar de verkeerde zaken keken. Irving Fisher was eveneens degene die beweerde in 1929, vlak voor de beurskrach, dat er een permanent plateau van welvaart was bereikt en dat de markten gewoon door zouden groeien. Fisher maakte onderdeel uit van de Economische School voor Stabiliseerders, welke de voorloper was van het huidige monetarisme. Deze scholen geloofden in de kracht van de centrale banken om de economie via monetaire inflatie te kunnen sturen, wat zowel in de jaren 20 als de jaren 90 en 00 een illusie is gebleken.

Nu is de vraag, waarom zowel Keynesianen als monetaristen niet leren van hun fouten. Wel, dat heeft te maken met het dilemma, waarin beide economische stromingen  zitten. Zij zijn een vorm van geloofsinstituten, die een belangrijke rol weggelegd zien voor de overheid via de centrale banken om in te grijpen binnen de economie en deze rechtstreeks aan te sturen. Deze aanpak heeft gezorgd dat de kleinere problemen tot gigantische proporties zijn uitgegroeid. Omdat men altijd en overal ingrijpt verstoren zij de werking van de vrije markt en beperken zij de vrije handel, waardoor vervolgens nog meer ingrepen nodig zijn om deze verstoringen te ´verhelpen´. Met andere woorden zij maken de zaken alleen maar erger.

Bankenunie

Een goed voorbeeld is de aanpak binnen de eurozone. Terwijl de euro helemaal geen bestaansrecht had, vanwege de kardinale weeffouten, waarbij er  enorme structurele verschillen zitten tussen de eurolanden onderling, is men toch op die voet doorgegaan en zien we de eurozone desintegreren. In plaats van toe te geven dat het gehele experiment gefaald heeft, blijkt het voor politici en hun voornamelijk Keynesiaanse economische supporters onverteerbaar te zijn om hun kindje ter ziele laten gaan. Liever gaat men door op de ingeslagen weg van de financiële ondergang, dan dat men zou willen erkennen dat het project compleet mislukt is.  Sterker nog, men vlucht naar voren om een ´politieke´ en ´fiscale´ unie te willen opzetten, wetende dat de volkeren het hier totaal niet mee eens zullen zijn, daar zij nooit geconsulteerd werden over de invoering van een Europese Unie,  een eurozone of een grondwet.

Na Griekenland in 2010 is hetzelfde lot Portugal, Ierland, Cyprus en nu Spanje sindsdien overkomen, later ongetwijfeld gevolgd door Italië, Frankrijk, België en Oostenrijk. Al deze landen hebben nu miljarden tot honderden miljarden toegezegd aan het ondoorzichtige en rampzalige Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM) en praat men vervolgens reeds in reguliere economische kringen over een bankenunie en de invoering van euro-obligaties. Allemaal financiële lapmiddelen om een failliet stelsel overeind te houden. Dit failliete stelsel is het langjarige indirecte gevolg op de verlating van de goudwisselstandaard Bretton Woods, die in ieder geval zorgdroeg voor een redelijk stabiele munt, de Amerikaanse dollar van 1944 tot 1971.

Het is wellicht bekend dat er elke 30 tot 40 jaar een nieuw geldstelsel wordt ontwikkeld om de excessen van het voorgaande monetaire systeem te verhelpen, oftewel teniet te doen. We zitten nu weer ongeveer 40 jaar na de teloorgang van het voornoemde Bretton-Woodsstelsel, dus zie ik een overgang binnen een aantal jaren richting een vorm van waardegeldsysteem, gebaseerd op goud of goud en zilver. Overal ter wereld slaan centrale banken  massaal goud in om hun respectievelijke valuta te dekken, waardoor zij zich kunnen isoleren ten aanzien van de uitval van de onvermijdelijke ondergang van de eurozone.

Wiskundige formules

Een ander punt in deze discussie is het feit dat de meeste economen binnen onze faculteiten nauwelijks tot geen kennis hebben van de vrije markt en het functioneren daarvan. Dat betreft een groot hiaat voor onze arme studenten die nog steeds de duidelijk aangetoonde onzin van J.M. Keynes als onderricht krijgen. De meeste studenten leren daarom geen economie, maar wiskundige formules die boordevol met aannames zitten en daardoor totaal onbruikbaar zijn geworden in deze deflatoire depressie. De voorspellingswaarde van deze formules is nagenoeg nihil en gehele studies gebaseerd op deze formules kunnen worden afgeschaft, zoals bijvoorbeeld het lineaire ALM-programma (Asset Liability Management), dat geheel op aannames van een groeiende economie is gebaseerd. Zwarte zwanen, zoals Nassim Taleb dat prachtig verwoordde, bleven opdoemen, zonder dat de financieel-economische sector dit kon verklaren.

Omdat de genoemde economen weinig verstand hebben van de vrije markt kennen zij tevens de functie van goud daarin niet. Zodoende zijn we in een situatie beland, waarbij de blinden (reguliere economen en centrale bankiers) de blinden (politici) leiden. Afgaande op hun verklaringen met betrekking tot deze crisis zitten zij nog heel laag op de ontwikkelingsschaal. Ons huidig economisch onderwijs schiet daarvoor duidelijk te kort. Men leert een kunstje en men denkt meteen dat ze de economie en al haar facetten beheersen. Er bestaat namelijk een verschil tussen kennis en bevattingsvermogen. Kennis leert men van derden (kunstjes), maar bevattingsvermogen (inzicht) heeft te maken met de opgebouwde kennis om daarmee een volledig marktoverzicht leren te verkrijgen. Het draait om koppelingen te leren maken met andere studierichtingen, alsmede verbanden proberen te leggen tussen gebeurtenissen die op het eerste oog geen relatie zouden moeten hebben met elkaar. Men behoort zowel positieve als negatieve correlaties in ogenschouw te nemen binnen de markten. Dat vergt een behoorlijk onderzoek in vele richtingen, maar de beloning daarvoor is navenant.

Facetten

Uit mijn decennialange onderzoek ten aanzien van de wereldeconomie en de vrije markt is mij duidelijk geworden, dat men aan drie facetten moet voldoen, alvorens men de economie kan gaan leren begrijpen en bevatten.

Deze zijn:

Psychologie: dit is het belangrijkste segment om de economie te kunnen doorgronden. Alle handelingen die gebeuren zijn individueel van aard, maar in tijden van buitengewone omstandigheden kunnen deze individuele handelingen massaal hun beslag krijgen. Denk maar aan angst of paniek, die dankzij een kleine oorzaak (neergaande markt) effect heeft op het gedrag van duizenden of zelfs miljoenen mensen (krach of kapitaalvlucht). In dat geval de individuele reden verdwijnt en een massahysterie neemt over. Om dit te begrijpen is het essentieel te onthouden dat alles gebaseerd is op vertrouwen en dat dit vertrouwen, eenmaal beschaamd, voor een lange tijd teniet is gedaan. Daarom is het zeer belangrijk om een middel of instelling te hebben, waarin men dit vertrouwen kan behouden, dit kan geld zijn, de aandelenmarkt of overheid. Wanneer dit vertrouwen wegebt, dan is het snel gedaan met de economie en belandt men op het gebied van wantrouwen en onzekerheid.

Financiën; het klinkt misschien vreemd, maar de meeste economen begrijpen bitter weinig van de financiële markten en de instrumenten die hierbij in gebruik zijn. De derivatenconstructies gebruikt door de systeembanken zijn een groot mysterie geweest in het economische metier. Deze constructies werden ontworpen om bepaalde onzekerheden schijnbaar weg te nemen, maar in werkelijkheid werden de onzekerheden alleen maar groter. De toename van deze derivatenmarkt kan men zien van een paar luttele miljoenen begin jaren 80 tot de grote hoogte nu: de waarde wordt tegenwoordig geschat op meer dan $800 biljoen ($800.000.000.000.000). Om dat in perspectief te plaatsen is het volledige Bruto Wereldproduct ongeveer $60 biljoen, wat inhoudt, dat van die $800 biljoen aan derivaten maar zo´n 7,5% gedekt is, ergo maar 1 op de 13 wordt uitbetaald als het systeem zich onherroepelijk opblaast. Het is de tragiek van ons huidige onderwijssysteem dat alles uit elkaar is gehaald. Voor de Tweede Wereldoorlog was een financieel deskundige ook iemand die de economie begreep, tegenwoordig hebben financiële managers en accountants zeer weinig begrip van hoe een vrije markt precies werkt en een econoom is niet op de hoogte van alle financiële zaken en de interactie van alle financiële producten.

Geschiedenis; de Mexicaans-Amerikaanse auteur George Santayana heeft eens gezegd dat het enige wat de mensheid heeft geleerd uit de geschiedenis is dat zij niets heeft geleerd uit de geschiedenis. Dat is een wrange, doch realistische constatering. Eveneens met onze kennis, wat niet verder is gekomen dan wat basale retoriek over ´overheidsinterventie´, ´reddingsplannen´, ´kwantitatieve verruiming´ en ´centrale-bankingrepen´, men als een soort oude langspeelplaat is blijven steken Alles wat we nu zien heeft zich eens eerder afgespeeld in de geschiedenis, van de teloorgang van het kleitabletten-kredietsysteem van de Babyloniërs, tot het inflatoire beleid van de Romeinse keizer Diocletianus, tot en met het Spaanse imperium met geroofde goudtransporten uit Latijns Amerika. Al deze voorbeelden kunnen dienen als waarschuwing voor de situatie, waarin wij ons bevinden. Vanwege de monstreuze kredietexpansie van de jaren 80 en 90, alsmede de continu uitbreiding van de monetaire geldgroei over de afgelopen 60 jaar zit het westen nu in een zelfde economische neergaande spiraal als voornoemde historische imperia.

Wanneer deze studierichtingen eens serieus worden genomen in de economie, dan kan men eindelijk het tij keren. Gebeurt dat niet, dan zijn we gedwongen keer op keer, dus elke 30 à 40 jaar eenzelfde ellende te moeten ondergaan van een monetaire systeeminstorting tot aan een ontwaarding en sluipende diefstal van kapitaal van niets vermoedende burgers.

Deflatoire crisis

Deze crisis is een deflatoire crisis en is in vele opzichten exact gelijk aan de grote depressie van de jaren 30. De politici onder aanvoering van Keynes maakten dezelfde fouten als de huidige politici onder aanvoering van Keynesianen en monetaristen nu. De recepten voor stagnatie en prijsdeflatie zijn meer monetaire inflatie en overheidsuitgaven. Laat deze nu net de methoden zijn die ook tevergeefs in de jaren 30 zijn aangewend. Hoe meer overheden gaan uitgeven, hoe minder kapitaal aanwezig is voor de private productiesector, die de motor is van de welvaart. Overheidsuitgaven zijn verkapte consumptieve stimuleringsmaatregelen die leiden tot een verdere verarming van de burgers. Enerzijds worden zij meer belast, anderzijds worden zij armer, daar het kapitaal van de overheid uit het niets wordt geschapen door de bancaire sector en centrale banken, waardoor er meer fiatgeld in omloop komt, wat de waarde van bestaand geld alleen maar verder ondermijnt.

Wat men zou moeten voorstellen is een einde aan het consumptieve stimuleringsbeleid, de reddingsacties van failliete banken en de uitbreiding van de overheidsuitgaven. De overheid moet worden gesaneerd, de economie moet worden losgekoppeld van het bankroete eurozonestelsel, de waarde van de munt dient weer een vorm van goud- of zilverdekking te krijgen en de private productieve sector moet opnieuw adem krijgen om te ondernemen en vrijheid krijgen over het kapitaal ten aanzien van de productie. De overheveling van productief kapitaal naar de non-productieve sector, banken en overheid wordt een halt toegeroepen en de kapitaalstromen dienen te worden omgedraaid, zodat dit kapitaal vloeit waar het thuis hoort: de private sector, de eigenlijke bron van onze welvaart.

Bronnen:

Literatuur:

The Financial Crisis and the Sytemic Failure of Academic Economists; Kiel Working Papers, David Colander, Hans Föllmer, Armin Haas, Michael Goldberg, Katarina Juselius, Alan Kirman, Thomas Lux, Brigitte Sloth, Kiel Institute of the World Economy, Duitsland, Februari 2009

Why Economists Failed to Predict the Financial Crisis; Wayne Cooper, Wealth Management Exchange, Greenwich, Conn. USA, 22 juni 2009.

Behavioural Economics, Reunifying Psychology and Economics; Colin Camerer, The National Academy of Sciences, Washington DC, USA, 14 september 1999

Psychology of Economics; Charlie Schmidt, Harvard University Gazette, Cambridge, Mass. USA, 2007

Essays:

Wellink, Niemand had crisis voorzien; Noordhollands Dagblad, 28 april 2012

Waarom Economen Crisis niet zagen Aankomen; Prof. Paul de Grauwe, De Morgen, 14 september 2009

Expect the Unexpected; The Economist, Londen UK, 7 december 2011

Kredietcrisis voor Dummies; Pieter Klok, Volkskrant, 18 juli 2008

Derivatives, A Nuclear Winter?; The Economist, Londen UK, 18 september 2008

Economists Dismiss Mark Mobius´s Financial Crisis Warning; Nick Reeve, Financial Times, Londen UK, 6 juni 2011

Taleb; World´s Problem Worse than 2008; Daryna Krasnolutska, Bloomberg, New York NY, USA, 5 oktober 2011

How the euro will end; Gerald P. O´Discoll, Cato Institute, Washington DC, USA, 13 juni 2012

 

 

Dit artikel is eerder verschenen op Vrijspreker.nl.